Posts tonen met het label Hué. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hué. Alle posts tonen

zondag 14 maart 2021

Maar zie ons hier lopen!

Ik denk dat na 2,5 jaar in Vietnam nog heel vaak. Zie ons hier lopen! (Of zie ons hier in de tuin aan het ontbijt zitten, midden februari. Zie ons door de rijstvelden naar school fietsen, sandalen het hele jaar lang.) 

Maar op de schoolreis dacht ik dat bijna elke minuut. Zie ons hier, in dit decor. En Lukas en zijn klasgenoten deden alsof dat de gewoonste zaak ter wereld was. Ze zochten naar uitgedroogde krekels en poseerden voor de foto en duwden en trokken elkaar en haalden mopjes uit en al die andere dingen die kinderen op schoolreis doen. Ze stonden letterlijk geen seconde stil. 















Maar dat decor dus. Ik hoop dat ik die bewondering kan blijven vasthouden. Dat ik in België meega op klasuitstap naar het Gravensteen bijvoorbeeld en denk, maar zie ons hier lopen! En dat ik dan ook zo'n hele reeks foto's trek van wriemelende kinderen en duwen en trekken en beste vrienden zijn.  

    

woensdag 17 juni 2020

Waar rook is, is geur



Wierook, we branden het hier regelmatig. Af en toe moeten we een verse bundel kopen. Als we zo'n atelier passeren, stoppen we meestal. 






Het proces is vrij eenvoudig maar vraagt geduld. Bamboe kappen en in flinterdunne stokjes snijden. Het uiteinde wordt gekleurd, meestal gebeurt dat half machinaal.

De andere kant wordt manueel in een pasta gerold. Het is klei-achtige substantie waarin houtpoeder en hars zitten. Andere ingrediënten hangen af van de geur. Sandelhout, ceder of eucalyptus, essentiële oliën en soms ook nog kruiden, bloemen, wortels en bladeren.

Meestal zijn het familiebedrijfjes, in eenzelfde straat verschillende naast elkaar. Het ruikt er altijd goed en terwijl mama aan het werk is, speelt haar jongen met een nest puppies.




Daarna moet alles drogen in de zon. Of hoe je een wierookatelier meestal van ver herkent. De kleuren, de geuren en eindeloze rijen stokjes op straat.

Voor verkoop worden ze gebundeld. Zoals het drakenfruit en de mango's op de markt in een piramide gestapeld worden en rijst, kruiden en bonen in grote schalen liggen, zo staat wierook altijd op zijn kop.

Dus met de gekleurde kant naar boven, vandaar die foto aan het begin van deze post. 








Voor eigen gebruik moeten de gekleurde punten in een kommetje zand. Een stuk of tien tegelijk. Thuis, in de tempel of bij het voorouderlijk altaar. Houdt muggen en ander onheil weg.

En ook nog mooi. Een paar gloeiend puntjes en dunne rookslierten die door elkaar kringelen. Het opgebrand stukje waarvan de as eerst nog krult, daarna valt het in poeder uit elkaar. Op de aarde, terug naar het begin. 
               

zaterdag 6 juni 2020

Ocharme

Omdat het stadsbestuur van Huế alles gratis opengesteld had, geen bonnetjes voor mijn plakboek. Behalve dat er normaliter een meerdaags combinatieticket bestaat voor de Keizerlijke Stad en twee graftombes naar keuze, kan ik U geen precieze prijzen meegeven. Wel onze tips...



Voor twee nachten en drie dagen in Huế: 


Enkele graftombes kun je ook met een boot bezoeken, de Parfum Rivier kronkelt erheen. Wij deden alles met de fiets, maar dat is héél warm en vermoeiend. 





Geen tickets in mijn agenda, maar wel andere herinneringen. Het feit dat we overal met maskers en zo goed als alleen rond liepen, was heel bijzonder. Ook het contact met Vietnamezen was anders dan anders.

Zonder buitenlands toerisme waren er veel minder witte mensen dan anders. 'Kijk daar, Tây!' hoorden we soms zeggen. Tây betekent letterlijk west, als ze wijzen is dat dus Westerlingen. Soms was het een beetje achterdochtig (de meeste coronabesmettingen kwamen immers uit Europa), maar meestal bijzonder hartelijk.








Zo goed hadden wij het in Huế dat we meer dan een maand later soms nog over ons bezoek praten. Lukas vraagt dan of de eventuele puppies al geboren zouden zijn. Vlakbij de muren van de Keizerlijke Stad zaten we schaafijs te eten. Vlakbij werd een teef gedekt door twee veel grotere reuen.

Het zag er niet echt lief en leuk uit maar we konden precies niet níet kijken. Een klein bruin hondje, daarboven een grotere witte poedel en een nog grotere zwarte hond. De onderste hond leek bijna door haar poten te bezwijken, de staartjes van die twee andere zwiepten vervaarlijk op en neer.

Een paar uur later zagen we het teefje op een koer in de straat van onze homestay. Zou ze zwanger zijn? Het was te vroeg om dat te kunnen vaststellen, maar stel dat - dan duurt het rond de tijd van dit schrijven nog een week of twee vooraleer haar nest geboren wordt.

Misschien krijgt ze beige poedels. 'Ocharme dat bruin hondje!' was een vaste slogan van ons weekend in Huế. Binnenin een tempel of op een bamboebrug, als iemand met Ocharme begon, riep de rest 'Oh neen! Dat bruin hondje! Ik dacht er nu net even niet aan.'

Als een vervelend lied dat je maar niet uit je hoofd krijgt en waarmee je de anderen wil besmetten. Zoveel weken later werkt dat nog altijd. Wij hebben het nog altijd over dat arme teefje in Huế.

Binnen enkele jaren halen we de Keizerlijke Stad en de graftombes gegarandeerd door elkaar (en mengen we ze met andere tempels in andere steden), maar het bruine hondje zal ons altijd bijblijven. 

vrijdag 5 juni 2020

Militaire speeltuin en culinair paradijs

Dat is Huế ook nog voor ons... Genieten van de versoepeling van coronamaatregelen. Al is het warm met ons mondmasker op en wordt aan elke ingang onze temperatuur gemeten, eindelijk mogen we weer naar buiten!

Hoe krakkemikkig ook de fietsen van onze homestay, zo blij dat we weer vrij mogen rond pedalen. De kinderen ook. Zij leggen de kilometers tussen de verschillende historische sites op hun eigen, goede fietsen af.






Dat is Huế dus ook nog voor ons... Mooie fietstochten. Tussen de keizerlijke graven door passeren we kerkhoven van gewone mensen. Ergens onderweg stoppen we bij een wierookmakerij. Op de terugweg steken we opnieuw de grote brug van de Parfum Rivier over.

Het is heet en we hebben dorst. Langs het water zien we kraampjes met rietsuikersap. Bij het eerste worden we weg gejaagd. Ook al probeert Allerliefste het in zijn beste Vietnamees, alleen lokale klanten zijn welkom. Zelfs nu de coronagolf voorbij is, blijft de schrik voor witte mensen erin zitten.

Het tweede kraampje is wel blij met een familie als wij. Vier bestellingen, goede inkomsten. We zinken neer op haar plastic stoelen en in haar hangmatten. Ijskoud drankje, zicht op de rivier en boeken uit onze fietstas. 



Dus dat betekent Huế ook nog voor ons... Vakantiegevoel! En voor Lukas is dat spelen, spelen, spelen. Na ons bezoek aan de Keizerlijke Stad spotte hij een militair openluchtmuseum. Eentje waar hij kinderen op de toestellen had zien klauteren. Daar moesten we de volgende dag heen.

Terwijl hij in verroeste Russische helikopters klimt en langs uitgebrande tanks loopt, botsen wij op een collega van Allerliefste. Met zijn gezin profiteert Phúc net als wij van het lang weekend en de opgeheven maatregelen. Ze zijn op bezoek bij vrienden in Huế, een Vietnamese familie die ze tijdens hun studies in Australië hebben leren kennen.

We zitten met z'n allen aan de voet van een vliegtuig te kletsen wanneer Lukas een slok water komt halen. 'Weet je dat de kinderen van Phúc hier ook zijn? En vriendjes van die kinderen?' Lukas rent weer weg, zijn antwoord verdwijnt in de verte. 'Maar natuurlijk! Ik ben al de hele tijd met hen aan het spelen!'





Dat is Huế ook voor ons... Onverwachte ontmoetingen. We krijgen tips van de half Australische Vietnamezen. Dààr moeten we vanavond gaan eten, dàt moeten we bestellen. Dankzij de keizers kende deze streek de beste ingrediënten en de beste koks. Het werkt vandaag nog steeds door, Huế is een culinair paradijs met iconische gerechten. 

Zo lekker dat alles op is nog voor ik een foto kan trekken




                                          
Online vind je makkelijk de ene na de andere top tien. Deze is van een National Geographic foodie en deze vertelt ook waar die gerechten te vinden zijn. Opgelet, een paar maanden later kan die info al niet meer accuraat zijn, in Vietnam komen en gaan restaurants als regenbuien. Gouden regel: smalle steegjes met plastic zeilen als dak en plastic krukjes aan plastic tafels zijn vaak de beste keuze.

Aan die plastic tafels - en ook wanneer we onze fietsen parkeren of onze temperatuur laten meten - veel Vietnamezen die ons aanspreken. Hoe lang we al in Vietnam wonen? Waar precies? Kennen we een beetje Vietnamees?

De grenzen zijn nu al zo lang gesloten dat buitenlanders die nu nog in het land zijn, in Vietnam wonen. Dat weten de meesten en appreciëren ze blijkbaar ook. We krijgen regelmatig opgestoken duimen, iets wat in tijden van toerisme nooit gebeurde.

Ik geef meestal een V terug, teken van victory, vrede en Vietnam. Zo van 'proficiat, samen het virus overwonnen, nu tijd om samen genieten'. En dat deden wij dus in Huế. 
    

donderdag 4 juni 2020

Stijlbreuk

Voor hun graf hadden de eerste keizers nog plaats zat rond Huế. Tự Đức, vierde in het rijtje, deed het ook niet slecht. De impotente maar meest romantische der keizers liet, zoals het een dromerige ziel past, een volwaardig park aanleggen. Brede magnolia- en statige naaldbomen op glooiende heuvels. Daartussen kanalen en vijvers met waterlelies.







Ook hier weer een aantal gebouwen, tempels, pleinen en binnenplaatsen. Alleen een erehof voor zijn minnaressen zat er niet in, de man had er geen. Zouden àl die gebouwen dan voor zijn medewerkers zijn? En zijn die daar dan ook werkelijk begraven?

Ik heb me dat bij de andere tombes ook afgevraagd. Als de beenderen van de keizer niet te vinden mogen zijn, waarom dan wel die van zijn hele hofhouding? En moesten die mensen dan allemaal met de keizer sterven? Of werden ze later bijgezet?

De kinderen stellen zich zo veel vragen niet. Het is warm, maar niet te warm om af en toe te rennen.






Tikkertje spelen, bruggen lopen en trappen springen... Pas helemaal op het einde vinden we het graf. Zoals steeds, verstopt achter opeenvolgende muren, een tombe waarin waarschijnlijk geen lichaam ligt. Wel wierookstokjes. En opnieuw vraag ik me af waarom.

Misschien omdat sommige Vietnamezen de keizers toch als een soort voorouders beschouwen? Voorouders van hun eigen familie? Voorouders van het land? En voorouders moet je respect betonen, anders vindt hun ziel geen rust.





Ik denk aan de woorden zielenrust en zelfzorg. De sereniteit van dit park - een begraafplaats waar vogelt fluiten en dennenbomen geuren - draagt nog wat bij aan mijn romantische stemming. Er zit zeker schoonheid in het idee van verder leven na de dood. Komt het omdat het echte leven zo waardevol is, dat de mens dat niet makkelijk kan loslaten?

Daarom dat de keizers zich door hun geliefden en geliefde voorwerpen lieten omringen. Als er een hiernamaals bestaat, zou ik daarin ook graag vertrouwd wakker worden... Alleen zo'n stele met inscriptie ter ere van mij, dat hoeft niet. Bomen groter dan het hoogste poortgebouw, die wil ik wel.



















Minder goede ligging voor Khải Định, de voorlaatste keizer. Er was toen bijna geen plaats meer, hij moest op een bergflank kruipen. Maar waar is het water? Ik ervaar de geomantiek niet. Geen verbinding tussen mens, aarde en kosmos. Ik voel zelfs geen romantiek!

Wat een stijlbreuk. Ik zie vooral stoeferij. De poorten zijn extra breed, de trappen te veel, de zuilen zo groot. En zijn stenen leger telt veel meer koppen dan alle andere.






Als we alle trappen beklommen hebben, komen we in het mausoleum. Ook nu weer ligt het lichaam in werkelijkheid waarschijnlijk ergens anders, maar hier wordt het dus herdacht, geëerd, vereerd.

De keizer met de drugsverslaving moet onwaarschijnlijk ijdel geweest zijn. Voor zover ik kan nagaan is hij de enige die zijn eigen portret bij zijn graf heeft laten plaatsen. Op een vrij groot, met mozaïeken ingelegd altaar, in een voorkamer waarvan alle muren met gelakte panelen bekleed zijn.

Veel pracht en praal en dat valt dan nog in het niets bij de kamer met de eigenlijke tombe.



Buiten is beter en de afdaling is mooier dan naar omhoog. Met het mausoleum en de bergflank in de rug, kijk je uit op een prachtig landschap. En plots vind ik die poorten wél iets hebben. Ze geven het panorama een kader.

Ik moet toegeven dat dit toch meer dan een stap stenen op een toevallige plek is. Ook al had de voorlaatste keizer - de laatste die in Vietnam begraven werd - voor zijn tombe bijna geen plaats meer, er zat toch nog een beetje geomantiek in. En met die smeedijzeren poort en gewelfde zuilen heel misschien zelfs iets van romantiek.

Dus stijlbreuk, ja. Maar ook wel stoeferij die je toch eens gezien moet hebben.