Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label trein. Alle posts tonen

woensdag 16 oktober 2019

Minimum 20 passagiers


Op een van de plateaus van Đà Lạt staat het treinstation uit de koloniale periode. Art deco natuurlijk, voor minder halen die Fransen hun handen niet uit hun zakken. Hoewel ik vermoed dat het Vietnamezen zijn die de bakstenen gestapeld hebben, de muren gemetst, het marmer aangevoerd, de sierlijsten bewerkt, de glasramen gestoken. In opdracht en onder toezicht van.

Mooi gebouw, ook binnen. Aan het loket vragen wij wanneer de volgende trein naar Trai Mat rijdt. Want daar staat de tempel van Linh Phuoc, naar het schijnt bijna even surrealistisch als het Crazy House.


We weten dat de trein alleen rijdt als er minstens twintig reizigers zijn. Er lopen precies genoeg nationale en internationale toeristen rond, dat moet lukken. Aan het loket gebaart de bediende dat er vandaag geen tickets meer verkocht worden. Zo kom je natuurlijk niet aan genoeg volk!

Niets aan te doen. We kopen een ticket voor het station. Op het perron lijkt een wedstrijd gaande voor het mooiste, het meest sexy of het meest romantische portret. Koppeltjes die hand in hand over de sporen lopen. Mysterieus zwoel poseren bij de zwarte stoomlocomotief. Elegant bij de oude houten wagons.

Lukas gaat voor de categorie 'doorleefde actiefoto op dieseltrein'.  

vrijdag 26 juli 2019

Smal voetpad

Allerliefste weet waar we voorbij de markt gaan uitkomen.



Dat is het voordeel van een gids die eerder voor het werk al een paar keer in Hanoi geweest is. Hij kent de stad van de avondwandelingen die hij na zijn dagen vol vergaderingen doet en neemt ons - na alweer een vergaderdag voor hem, een dag vol musea voor de kinderen en mij - mee naar zijn favoriet traject.

Het voetpad is smal, we lopen achter elkaar voorbij de laatste huizen, richting groene rivierbedding. Ondertussen toetert er een trein voorbij en een onophoudelijke stroom brommers. 'Blijf op het voetpad,' zeggen wij, 'ook als je andere voetgangers kruist.'



Alleen op een iets breder stuk kunnen we even naast elkaar wandelen. Hoewel... Er zijn hokjes neergepland waar je frisdrank en zoete rijstcake kunt kopen, en hengelgerief voor de vissers die via smalle trappen van de brug naar de oevers van de rivier afdalen. Vlakbij raast nog steeds een eindeloze stroom brommers ons voorbij, we springen snel terug op dat smal voetpad.

Even verderop blijft Lukas staan. Hij kijkt naar de schepen die onder de brug doorvaren, wil van bovenaf de lading inkijken en vraagt zich af tussen welke pylonen de boot zal doorvaren. Jana en ik zijn meer geïntrigeerd door oude mannen die in de rivier springen. Bloot, af en toe zien we twee billen boven het water uitsteken. De mannen zwemmen stroomafwaarts en kruipen zo'n tweehonderd meter verder weer op de oever. Ondertussen vragen wij ons af of ze bloot terug wandelen naar waar hun kleren op een hoopje in het gras liggen.




Nog een eind verder vragen we ons alle vier af wat er nu plots gebeurd is. Aan de overkant van de treinsporen zien we een brommer onderuit gaan, meteen stokt de hele stroom. De bestuurder ligt op de grond, wordt onmiddellijk geholpen maar gaat - zoals we hier al vaak hebben zien gebeuren - toch niet meteen rechtop zitten.

We staan aan de overkant, kunnen niets doen en blijven ook niet staan kijken. (Dat geldt trouwens altijd in Vietnam. Blijf weg van een ongeval waar je niets mee te maken hebt, soms wordt het onterecht in de schoenen van een volgens-Vietnamezen-goed-verzekerde buitenlander geschoven.) Tegen de kinderen herhalen we toch nog maar eens dat ze op het smalle voetpad moeten blijven. Tot aan het einde.

De trein- en brommerbrug overspant niet alleen de rivier, maar ook een stuk ring van Hanoi. Het is het stuk waarlangs de 4 kilometer lange mozaïekmuur loopt, in België bekend dankzij een opdracht uit De Mol. We kijken van bovenaf, herkennen misschien wel een tekening of twee. Als we van de afrit van de brug weer in het volle verkeer stappen, zijn we te moe en te hongerig om ook nog eens de mozaïekmuur af te lopen en nemen een taxi terug.
     

woensdag 24 juli 2019

Treinstraat

Drie regels op het bord aan het begin van de straat. In het Vietnamees én Engels.

  • Geen voorwerpen bij de sporen.
  • Geen foto's nemen.
  • Niet op de sporen lopen.

Ik vrees dat we sommige regels toch gebroken hebben. Net als alle andere toeristen in de treinstraat van Hanoi. Daartoe aangezet door de Vietnamezen zelf.

Want zij hebben natuurlijk al lang begrepen dat zo'n treinstraat speciaal is. En dat daar klinkende munt uit te slaan is. Dus zetten ze hun tafels en stoelen langs het traject, met de poten in de kiezels. Iets eten? Iets drinken? Zet U hier maar.

Tien minuten voor de trein door de straat dendert, blaast iemand op een fluitje en halen restaurateurs alles weer binnen. Zo gaat het die avond maar liefst drie keer. Telkens de trein passeert, wordt onze tafel afgeruimd en weer gedekt.
 
Als die Vietnamezen zelf voorwerpen bij de sporen zetten, vlakbij zelfs, waarom zouden wij dan geen foto's mogen nemen?


Ik neem foto's, Allerliefste maakt filmpjes. En dan zie ik Jana met grote ogen kijken. Haar gezicht in de krul van een vraagteken. Ik kijk naar waar zij kijkt. Daar loopt I.! En zijn familie!

'S.!' roep ik luid. 'S.!'

Als de moeder zich omdraait, kijkt ze zo verrast als ik. Dat we elkaar hier tegenkomen. Twee families uit Gent, Brugse Poort, De Feniks. Duizenden kilometers verder in een miljoenenstad in Vietnam, op hetzelfde moment op dezelfde plek. 

'Als we hier hadden proberen afspreken,' zegt K., 'was dat misschien niet eens gelukt.'

Er komt weer een trein aan. Hij haalt zijn telefoon boven voor een filmpje een stuk van twee euro uit zijn zak. Dat gaat op de sporen, eens kijken of de munt plat gerold wordt.
 
Leuk souvenirtje voor een prof in de economie. De volgende trein doen we het allemaal. De kinderen (de oudste van hen al in de twintig) schuimen de bielzen af naar kroonkurken. De ouders zetten zich samen. Bijpraten bij pintjes van telkens weer een ander merk. Nieuwe kroonkurk voor de kinderen.

Na elke treinpassage hollen ze naar de sporen. Is het gelukt? Die met de gouden draak, die is de mooiste.

Serieus. In een treinstraat geen foto's nemen en geen voorwerpen bij (of op) de sporen, dat gaat toch niet? Restte ons nog één regel. Niet op de sporen lopen. 

Als U in Hanoi op een dag zelf de regels van de treinstraat wil breken, dan geeft Rose U alle praktische informatie die U nodig hebt. Zelfs de link naar Google Maps staat erbij.

Edit: Herfst 2019 wil het Ministerie van Transport alle horeca in de treinstraat sluiten. Ik kan niet goed inschatten hoe snel en drastisch de treinstraat daardoor zal veranderen - al lijken ze het wel te menen - en of U er nog steeds gewoon doorheen kun wandelen. Ook zonder iets te eten of te drinken kan dit een bijzondere ervaring zijn. 
     

zaterdag 25 mei 2019

Erover is mooier dan erdoor

Tussen Đà Nẵng en Huế liggen de bergen van Hải Vân. Je kunt erdoor, via een lange stinkende tunnel. Of erover.

Erover is mooier. Veel toeristen maken er een (halve) daguitstap van.


Een paar barakken op asfalt! Wie huurt daarvoor nu een brommer of een jeep?

Dat begrijp je pas als je voorbij drie bouwvallige steenhopen klimt. De verdedigingsforten van de vroegere keizer van Huế liggen er niet zo goed bij, maar het uitzicht is wel adembenemend. 

Net als de rit heen en terug. We stoppen onderweg bij een afdak met plastic stoelen, nu er geen buslading toeristen zit. Zicht op de immense baai, tegelijk haven van Đà Nẵng. 



Daar op het strand zien we precies de camping die eerder als eens op mijn internet gepasseerd was. Iets verder, in het groen, de trein die we op weg naar hier altijd maar kruisten. Sporen en overweg midden in de stad, dat is hier heel gewoon. 

We zeggen al zo lang dat we hier ook eens de trein willen nemen. De trein naar Huế, die we vandaag eerst door de stad en daarna door het Bạch Mã National Park naar de Hải Vân-pas zagen rijden. De trein in Hà Nội, waarvan Allerliefste al een paar filmpjes stuurde, toen hij voor het werk in de hoofdstad was en even tijd had voor een koffie.

Terug thuis begint Lukas te plannen. 'In de zomer stoppen we onderweg naar het Noorden eerst in de treinstraat van Hà Nội.' Omdat het volgens hem nu eenmaal zo uitkomt met de treinuren, gaan we daar ontbijten, middag- en avondeten. 'Maar eerst, een van de volgende weekends, naar de keizerlijke stad. Met de trein! Dan zullen we niet alleen door en over de Hải Vân-pas gegaan zijn, maar ook erlangs.' 
            

woensdag 27 maart 2019

Op ons verlanglijstje

Een treinrit! We hebben er al zoveel zien passeren en Lukas wil nu eindelijk wel eens weten wat de roodgele vlag betekent. Gebeurt er, nadat dit gesignaleerd is, iets aan de volgende overweg? Aan het volgende station misschien?

Of is de opgerolde vlag juist het teken van alles oké, we hebben net de volgende overwegpost gebeld en ze weten dat ze de hekkens moeten sluiten? 



De dame in kwestie vond ons wel een beetje raar.

Toen wij aan kwamen rijden, rolden zij en haar collega net de twee barelen dicht. Wuif wuif. Dat wij nog tijd hadden om over te steken. Voorbij de overweg zetten we de auto aan de kant. Uitstappen. Naar de trein kijken.

Raar.
   

woensdag 13 december 2017

Perrongeluk



Dan nemen we toch gewoon de trein! Op fietsvakantie zit dat zinnetje standaard in mijn achterhoofd. En niet alleen in het mijne, velen combineren fiets en trein. Maar zomaar over naar plan B is toch wat makkelijker gezegd dan gedaan.

Want in Spanje durft de RENFE niet garanderen dat je fiets meekan. Eigenlijk mogen er sowieso geen fietsen mee, alleen pakketten met bepaalde afmetingen. Als je je voorwiel demonteert, het stuur 180 graden draait en de pedalen eraf haalt en er een cadeautje van maakt, ziet niemand nog dat het een fiets is!

De treinbegeleiders weten natuurlijk wel waar het om gaat. Zij beslissen bij aankomst in het station of die grote stukken bagage meekunnen. Indien niet, dan sta je daar op het perron. Met je ticket, je inpakwerk, ontgoochelde kinderen en een hotelreservatie die je niet meer kosteloos kunt annuleren. Daarom kun je niet anders dan hopen. Hopen dat er geen andere reizigers met grote stukken bagage zijn (en zeker geen andere fietsers, bah!). Of dat het treinpersoneel goed- en fietsgezind is.

En oef, onder de rugzakken van een paar Compostella-reizigers was nog genoeg plaats voor onze fietstassen. In een ander compartiment konden we onze plastic mastodonten kwijt. Twee tassen 'handbagage' hielden we bij ons. Picknick en sneukels, boeken en een handvol speelgoed om ons urenlang te vermaken. En dan was er nog het landschap! Spijtig, dacht ik, dat we dat met de fiets overslaan. En soms: maar goed ook! Want de trein rijdt door tunnels en soms ook in rondjes, precies omdat alles zo steil is. 





Bij aankomst 's avonds laat pakken we alles uit. Het perron is leeg, plaats zat om onze fietsen te monteren en de plastic zeilen op te vouwen. Het is zoals met groot beddengoed: daar heb je wat bewegingsruimte voor nodig. Tegen dat we naar ons kot in Bilbao fietsen, is het donker. Net als echte studenten warmen we een restje pasta op in onze kitchenette. Daarna gaan we elk in een eenpersoonsbedje slapen. Nog steeds blij verrast om ons perrongeluk, nu zitten we plots honderden kilometers verder. Maar ook een beetje moe door al het gedoe.

Neen, dan de Euskotren, het treinnetwerk dat de Basken liefst in eigen beheer houden. Je rijdt je fiets met bagage en aanhangsels in de wagon en klaar.



Op het Franse netwerk hangt het dan weer af van de soort trein: regionaal, intercity of hoge snelheid. Maar dan met de Franse termen, natuurlijk. Vanaf vier personen vorm je een stam en krijg je korting. Ticket tribu. In de piepkleine stationnetjes zijn wij soms de enige stam op het perron. Ofte: grasplein met dichtgegroeid spoor. Maar rijden doet het.



Op de TGV mag je eigenlijk geen fiets meenemen, dus is het opnieuw demonteren en inpakken. Met dat gemak dat het perron amper een kwartier op voorhand wordt aangekondigd. Je mag zelf kiezen hoe je het aanpakt.

Ofwel demonteer je alles vooraf, in de gang die de verschillende perrons verbindt, en sleur je zodra je het nummer kent vanuit die gang alles naar het juiste perron. Wat niet rolt, is log om dragen, dus moet je vijftien minuten alles geven. Je struikelt met een fietspakket naar daar, parkeert er een kind bij om het gerief te bewaken en holt terug, naar het andere kind dat nog zes fietstassen en een fietskar bewaakt. Ofwel wacht je tot het spoort wordt aangekondigd en rol je alles tot vlak bij de trein. Op het perron heb je dan nog twaalf minuten tijd om bagage af te laden, fietskar los te koppelen, stuur te draaien, voorwiel en pedalen te demonteren, alles in te pakken en op de trein te heisen.

Wij deden een combinatie van beide. Eerst vriendjes worden met het stationspersoneel, misschien weten zij wél al waar de TGV halt houdt. Daarna demonteren we in de gang ter hoogte van spoor 1, 2 of 3 fietsen en aanhangfiets. De elektrische plooifiets en de fietskar laten we op wieltjes. Attention, voie 3! Allerliefste draagt de fietspakketten, de kinderen rijden de rollende onderdelen, ik zorg voor fietstassen en laatste los gerief.








De kinderen zijn tegen dan zo gerodeerd dat de zenuwen al lang niet meer zo hard opspelen als op het Spaanse perron. Een uurtje tevoren, bij aankomst in het station, waren ze zelfs zo op hun gemak dat er nog piano gespeeld kon worden. Luister hier, naar dit stationsorkest, en hoe de dienstemedeling van de SNCF erdoor klinkt.

Al bij al... Minder fietsen en fietsen op de trein? Je moet ervoor naar een plaatselijke doe-het-zelf-zaak. Plastic zeil, touw en plakband kopen. En er komt een beetje gezonde stress bij kijken, maar het is al het gedoe waard. Mooie treinritten en vooral: het onderdeel vakantie sluipt terug in onze fietsvakantie. 
    

woensdag 15 november 2017

Gesponsord in natura

Of wij net een jaar door Europa gefietst hadden? Tja, twee Pino Hase fietsen met voorop telkens een kind... De gelijkenissen liggen voor de hand en de mevrouw op de dijk volgt blijkbaar ook de blog van Annelyse die met haar gezin op avontuur ging.

Maar zo zot zijn wij niet. We hebben zulke fietsen niet eens in eigen bezit! Gelukkig kennen we twee vriendelijke, fietsminnende gezinnen in de buurt, waar we ze konden lenen. En alzo fietsten wij de voorbije herfstvakantie langs de Noordzee, tot in Frankrijk.




De fietsfamilies hadden ons op voorhand verteld hoe plezant dat wel niet zou zijn. 'Het is veel meer samen onderweg.' We waren ook op voorhand verwittigd. 'Kleed de kinderen goed, vooraan vangen zij weer en wind.'

We trokken hen mutsen en dikke handschoenen aan, pakten regenbroeken in, sloegen poncho's om. Alleen die modderspatten in het gezicht, daar kun je je niet tegen beschermen.



Maar dat het dus heel plezant was. Eerst met de trein tot Oostende, verder kan niet. Er was wat spierkracht voor nodig, maar al bij al viel het mee om die twee gevaartes in de wagon te krijgen. Daarna maakten we vanuit Nieuwpoort elke dag een tocht.



Richting Frankrijk dus. Richting Diksmuide. Of gewoon zomaar, zonder bestemming, richting picknick. Het is sinds de zomer geleden dat we samen onderweg waren en ook al ligt dat niet eens zo lang achter ons, ik voelde meteen weer hoe heerlijk ik het vind om dit samen met mijn team te doen.

Een mooie plek kiezen voor een simpele boterham met kaas. Samen in het gras zitten. Kletsen en Jana die met haar ogen draait omdat haar broer alle gevoel voor mode ontbeert. Hij die lacht en zijn schouders ophaalt. 'Maar die poncho is zo leuk en zacht en lekker warm!'




Ik wou dat we dat elke dag konden doen. De kinderen ook. Blijven fietsen, heen en weer langs de dijk. Kijken naar de golven, kijken naar de wolken. Aan zijn lach en de manier waarop zij haar lach tijdens het poseren probeert in te houden, zie ik meteen weer hoe hard ze daarvan genoten hebben.





Misschien moeten we toch ook eens overwegen om een jaar met zo'n fietsen de wereld rond te trekken? Of een continent, om te beginnen?
     

dinsdag 30 mei 2017

Sprong 5

En toen gingen we met de trein naar een bos. Het was helemaal niet ver. We waren langer op de trein aan het wachten dan dat we op de trein zaten.

Het was een bos dat ik al ken. Eerst wou ik in de trekkershut slapen, maar mijn mama wou samen met de andere kinderen buiten kamperen en ze heeft beloofd dat we nog eens terugkomen. Dus toen wou ik toch in de tent slapen. Ik heb niet geholpen om de tenten op te zetten, ik ben onmiddellijk gaan spelen. Het is een heel leuk bos.






Toen gingen we eten. Hotdogs. De mijne was vegetarisch en dat was niet zo lekker.

Daarna deden we kampvuur met marshmallows en dat was wel lekker. Alle denappels die we in de bewaarzakken van onze slaapzakken hadden verzameld, gooiden we in een keer op het vuur. Toen was er wel veel rook.


De volgende dag gingen we terug naar huis. Iedereen had zijn stokken mee. Ik had een stok die maanafremmer was. Mijn scherpsleutel ben ik verloren, maar ik ga een nieuwe zoeken. Het was heel leuk.

Groetjes, Lukas.
     

zondag 8 januari 2017

Restauratiewagon

Zwaai zwaai wintervakantie, tot volgend jaar. Dan gaan we voor omi en jopa weer goudvissen vrijlaten in de vijvervoortuin. Bij de meter marshallows en nieuwjaarsbrieven roosteren boven het kampvuur. Van die ijstaartstokjes met sterretjesvuur afsteken op oudejaarsavond.

En een nieuwe hapjestrein bouwen, van de keuken naar de tafel.

Allerliefste kijkt er nu al naar uit. Al was hij ook wel heel tevreden over de editie 2016.



En hier het ontwerp van 2015, van 2014, van 2013.
   

maandag 4 januari 2016

Heen en terug in minder dan 24u

12u05: De trein naar Brussel vertrekt op perron 11. Dat ligt in het vernieuwde deel van het station Gent-Sint-Pieters! Onze trip kan al niet meer stuk. Broodjespicknick en uit het raam staren.


12u43: We komen bijna aan in Brussel-Noord. Lukas vindt dat die mensen met achtergevels vol schotelantennes geluk hebben. 'Die kunnen vanuit hun tuin kijken naar al die treinen! Da's toch leuk, hé mama?' We hebben een paar minuten om over te stappen op de volgende trein naar Schaarbeek.



13u32: We zetten onze bagage af in het hotel en ruilen onze B-dagtrip om voor toegangskaarten. Nu kunnen we eindelijk Train World binnenstappen. De entree is meteen overweldigend.

In een prachtig opgezette loketzaal liggen oude treinkaartjes uitgestald naast een kniptang van weleer, kunstig gesneden stempels staan netjes in het gelid naast uitgedroogde stempelkussens. Een beetje verderop staan de allereerste computers. We wijzen de kinderen op de gele treinkaarten en de machines die wij nog gekend hebben en ik denk terug aan enkele memorabele treinritten. Het boemelen naar alweer een kampterrein diep in de Ardennen.

Ondertussen holt Lukas in de loketzaal heen en weer tussen stationsmaquettes en treinmodellen op schaal. Ik moet hem optillen zodat hij het nieuwe station van Luik helemaal kan bestuderen. Hetzelfde bij de stoomtreinen. Ze zijn opgesteld als standbeelden, bijna even groot als de eerste koeien die ernaar gestaard moeten hebben.

14u12: Het treinmuseum trok striptekenaar Francois Schuiten aan als scenograaf. Hij doet dat zo goed dat ik in gedachten met Tiny op een trein zit. De grandeur en elegantie van toen. Alleen al die oude uniformen doen mij verlangen naar de verloren glorie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.

Het is dus maar goed dat we na de loketzaal even naar buiten moeten. In de openlucht kan ik mijn focus verleggen naar de technische kant van de zaak: locomotieven, kolen, wielen, assen en hoe dat allemaal in zijn werk ging. Het doet er niet toe dat ik het niet helemaal snap. Het belangrijkste is dat de treinen toen reden en dat vandaag nog altijd doen. Op de sporen van Schaarbeek denderen de moderne exemplaren, op de voorgrond staan enkele hele oude werklocomotieven uit te rusten. Ik krijg de neiging om hen een schouderklopje te geven. Als dank voor bewezen diensten.



14u44: De rit gaat verder door enkele grote hangars waar nog meer kloeke treinstellen staan. Soms is het kort rijtje schuiven om een locomotief of een oude wagon binnen te gaan en je kunt er ook niet al te lang blijven hangen (want nog meer mensen willen een kijkje nemen), maar de kinderen vinden het fantastisch. In hoog tempo trekken ze aan zoveel mogelijk hendels, duwen ze op zoveel mogelijk knoppen, vragen ze wel honderd keer 'en waarvoor diende dit?' Ik ben blij dat Allerliefste mee is. Hij wijst op de vals gloeiende kolen onderaan, legt alles zo helder uit dat zelfs ik het bijna begrijp.

15u01: Hij steekt er zelf ook nog iets van op, zegt hij als we een educatieve spoorweg oversteken. Je kunt er tweehonderd jaar terug in de tijd lopen en zien hoe dun die rails van hout waren, hoe fragiel die bielzen. Over de eeuwen heen wordt alles steeds steviger. De signalisatie verandert mee: van rode en groen vlaggen tot elektronisch gestuurde signalen. Door een spel van licht en geluid denk je ondertussen de hele tijd dat er echt een trein zal aankomen.


15u13: We komen aan het pronkstuk van de tentoonstelling. In 1939 ontworpen door NMBS' hoofdingenieur Raoul Notesse, maar ik zou het zo in een futuristische strip plaatsen (en dat heeft François Schuiten ook gedaan). Niet makkelijk te fotograferen evenwel, ik heb Lukas zeker vijf minuten laten poseren.


15u28: Tussendoor nog meer treinstellen en alles wat daarbij komt kijken. Immense weegschalen waarop pakketten neergeploft werden. Postbussen. Hoorns. Klokken en hoe die van uiterlijk veranderden. Machinerie. Heel veel machinerie.



15u53: Steeds duidelijker wordt mij echter dat treinen zoveel meer waren dan machines die dingen en mensen verplaatsten. Het was een hele wereld. Treinreizen naar Zuid-Frankrijk werden op prachtige reclameposters aangeprezen als de ultieme luxe. Er werd speciaal servies ontworpen voor de restauratiewagens. Briefpapier. Postzegelreeksen voor verzamelaars. 

Zelfs als het om gewone ritten ging, was er een hele cultuur aan verbonden. Kruiers op het perron, prachtige houten zitbanken, een weegschaal waar je een munt in kon werpen (want thuis hadden de mensen dat niet), postzakken en pakketten. Ik denk weer aan het boek waarin Tiny treint. 

Schuiten beeldt die sfeer van weleer heel mooi uit met coupés die allemaal hun eigen bestemming hebben. Richting kust ligt het vol zand en schelpjes. Middenin de coupé op weg naar Parijs staat een klein bistrotafeltje met wijn. Op de treinbanken onderweg naar Zwitserland liggen sneeuw en skilatten. Ook het huis dat hij aankleedde met meubels uit de jaren '50 versterkt een soort heimwee naar die vintage tijd die ik zelf niet eens heb meegemaakt. 








16u17: We ravotten in het treinongeval: een gekantelde locomotief waarin je avontuurlijk scheef moet lopen. We gluren door de raampjes naar de koninklijke treinstellen. Wat een grandeur! We zien en postwagon - Jana spot het vakje voor Heusden! - en een waarin zieken en gewonden werden vervoerd. De verbanden lijken echt bebloed. Het is allemaal gruwelijk levensecht.


17u00: Het museum sluit veel te vroeg, wij hebben nog minstens een uur tijd nodig. Het laatste stuk over de trein van de toekomst - zwevend! hypersnel! supersonisch! - konden we niet grondig genoeg doen. Tegelijk zijn onze benen en ogen moe. Het is mooi en goed geweest.

Bovendien zagen we onderweg door een van de grote glaspartijen het hotel waar we gaan slapen. De slaapcoupés die op het dak getakeld werden, daar willen we naartoe!







17u10: Check in. De sfeer die scenograaf Schuiten heeft opgeroepen in het museum, gaat in het Treinhotel gewoon door. De balie bestaat uit oude valiezen, we bespreken onze kamer aan het loket door de gaatjes van een glazen wand. Overal hangen treinwegwijzers en oude lampen, tekeningen van locomotieven en waarschuwingsborden. 'Danger de mort. Levensgevaar.'



17u21: We krijgen de sleutels van onze slaapcoupé. Allerliefste met zijn trekkersrugzak van weleer, de smalle gang van de trein: ik voel me écht op reis. De kinderen vinden het al even avontuurlijk. Die slaapbanken! Dat laddertje! (Met zicht op het Atomium.)



17u36: Ik loop even om langs buiten. Bij een rijdende slaaptrein zou dit nooit kunnen: foto's vanuit dit perspectief en Lukas die zover uithangt. Ondertussen blijven de kinderen elkaar afwisselen op de trapladder. Als de ene naar beneden komt, mag de andere naar boven. Zo blijven ze een tijdje aan de gang.


20u07: Allerliefste heeft in een naburige supermarkt pasta, groenten en tomatensaus gekocht. In de gemeenschappelijke keuken van het hotel doen we alsof we thuis zijn. Op ons treinverdiep zijn we ook al helemaal thuis. Tanden poetsen in de gemeenschappelijke badkamer. Verhaaltje voorlezen. Dagboeken invullen. Jana tekent de voorbije dag in haar schetsboek. Haar tekening van de 12.004 is prachtig. Daarna is het licht uit en slapen.


9u46: We ontbijten in stijl. Theezakjes en chocoladepoeder trek je uit de lade van een oude kassa. Tring! Eitjes liggen op een vintage weegschaal. Daarna klimmen we opnieuw tot het hoogste verdiep. Tanden poetsen, inpakken en wegwezen.

(In de reflectie van de ramen zie je de muurschildering van de gemeenschappelijke gang. Als je in het hotel voor de echte slaapcoupes in het echte treinstel kiest, gebeurt alles zoals in een jeugdherberg. Douchen op de gang, eigen slaapzakken, redelijk goedkoop. Je kunt ook een volwaardige kamer boeken. Die is ingericht als een slaapcoupe maar heeft niet die benauwdheid en zal ook wel iets geluidsdichter zijn.)


10u39: We kruipen onder het station van Schaarbeek. Tijd om terug naar huis te treinen.


10u55: Iedereen is moe. Op de trein soezen en praten we. Wat was het leukste? 'Het hotel! En dat treinongeval! Onze grappige bedbanken en dat laddertje! Die trein aan dat mooie, oude perron met al die coupeetjes die op reis gingen! De lokettenzaal! Het hotel!'

Ik kijk ondertussen naar het interieur dat binnenkort rijp is voor het museum. De gele gordijnen, het design van de stoffen zetels. Als onze kinderen binnen zoveel jaar met hun kinderen naar Train World gaan, kunnen ze net als wij nostalgisch terugblikken. 'Dat heb ik nog meegemaakt!'


11u36: Aankomst in Gent-Sint-Pieters. Nog geen 24 uur weggeweest, en toch voelt het alsof we van een heel andere wereld terugkomen. Bij wijze van ultrakorte vakantie- een echt minireisje - is dit een ongelooflijk geslaagde uitstap geweest.