zaterdag 16 december 2017

De terugreis is ook een reis

Dat het daar en dan al echt vakantie was. En dat we er op onze terugreis ook nog echt vakantie van maakten. Het bewijs! Zet u en neem iets om te drinken en te eten. Want ik brei een vervolg aan mijn dia-avond. Opnieuw met massa's private foto's en deze waarschuwing: ook al ziet het er mooi en leuk uit, fiets ons niet na.









Over de middag nemen we gemiddeld een uur pauze. De batterij van de elektrische plooifiets moet opladen, zelf tanken wij ook bij. Dat we telkens een stopcontact nodig hebben, komt goed uit. We belanden soms op het erf van een boerderij of in een café annex supermercado waar het hele dorp samen siësta lijkt te houden.

We bestellen er iets aan de toog en eten onze picknick buiten, op het bankje. We kletsen met de dames van 16 tot 61. De kinderen lezen een beetje en spelen met Brown, de hond. De cafébazin vertelt dat ze het niet kan laten, ze heeft een hele roedel verwaarloosde dieren geadopteerd.

Daarna opent ze haar winkel, een deur achter haar toog. Het blijkt een kloeke voorraadkamer. Op de rekken drie pakken WC-papier, tien appelsienen, een reep chocolade. Wij kopen wortels, koeken, tomaten en rekenen ze af, samen met onze drankjes. Beide batterijen zijn opgeladen. Het hele café zwaait ons uit.


Een andere keer fietsen we rond het middaguur toevallig langs een gemeentelijk zwembad. We zijn de enige klanten. We moeten onze bagage niet in een badhokje proppen, maar mogen onze fietsen met alles erop en eraan zo binnenrijden. We mogen wat waterspeelgoed gebruiken en ik blaas mijn hoofdkussen op. Op fietsvakantie dient bagage multifunctioneel. We duiken in het blauw, drogen in de zon. Eten onze picknick op het grasveldje ernaast. Duiken weer in het water, dommelen in de zon. Tegen dat wij weer opgeladen zijn, de batterij ook.


Of we knopen ergens onderweg onze twee hangmatten tussen de bomen. Instant siësta. Zonder dat lichtgewicht stukje textiel krijg je mij de fiets niet meer op. Al waren de échte rustdagen natuurlijk nog veel beter.


Na de derde fietsdag - we hebben Noord-Portugal doorkruist en zijn net de grens met Spanje overgestoken - belanden we in Maus de Salas, een charmant maar bijna uitgestorven dorp in de bergen van Galicia. Het enige wat daar nog lijkt te leven is een gloednieuw outdoor sportcentrum: Aviva. Het heeft ...
  • een café met terras annex restaurant waar de Portugese kokkin rechtstreeks uit de moestuin kookt en de lokale fanfare die avond fluit en gaitan komt spelen, 
  • een soort jeugdherberg waarbij je kunt kiezen tussen slaapzaal met stapelbedden of een heus appartement, 
  • een kantoortje waar je begeleide activiteiten kunt boeken en alles kunt huren voor hiking, biking (elektrische mountainbikes!) en canoning, 
  • een berging waar je je eigen materiaal kunt stallen.

Aan het ontbijt daagt het ons: we kunnen hier! nu! meteen! aan plan B beginnen. We vragen of we een nacht langer in de slaapzaal kunnen blijven en pakken onze bagage weer uit. Zonnecrème, zwemgerief, watersandalen.



Want aan de rivier liggen losse kano's die we van meneer Aviva mogen gebruiken. We laden de kinderen erop, waden door het warme water. Op een klein, rotsig eilandje spelen en lezen we de hele dag. Allerliefste vindt er een kleine krokodil. We varen en we zwemmen. Eerst nog braaf in badpak, daarna in onze blootjes. Er zijn toch alleen maar vogels en vissen. En wij.



's Avonds wordt Jana vriendinnetjes met Alicia en Bilma, de dochter en de hond van meneer Aviva. Ze nemen hun fiets en maken samen tochtjes door het dorp, de hond draaft mee. Altijd dezelfde 3 kilometer, rond en rond. Ze spelen en kletsen, gebarentaal doorspekt met woordjes Spaans, Frans en Engels. Een ouder meisje opent een vertaalapp op haar telefoon. In het Nederlands spreekt de app met een zwaar Hollands accent, daar moeten ze allemaal erg om lachen.





Nog later fietsen wij met ons kookgerief naar een menhir. De streek is erom bekend. Als de schaduwen langer worden en de steenspotters weer wegrijden, installeren wij ons voor pasta met historische allures.


Het volgende paradijs op aarde is Allariz. De camping zelf is van de gemeente: degelijk en zonder charme. Maar in de achtertuin stroomt een rivier tot in het historisch centrum. Een wandelpad kruist het water verschillende keren. Op de oevers - die steeds verder uit elkaar liggen - zijn verrassend mooie, moderne bezoektuinen aangelegd. En in elk café zou je wel iets willen drinken, alleen al voor het uitzicht vanop het terras.


Maar het beste van die rivier is toch dat hij achter de camping stroomt en een steiger heeft. Het is er ijskoud maar volgens Allerliefste heerlijk zwemmen. Uiteindelijk gaat Jana ook het water in. Met badpak, deze keer.


De doodgewone camping krijgt van de kinderen nog extra sterren voor de manège vlakbij. We worden er vriendjes met Ada en Piolin. En ook wel met de stalknecht. Ik denk dat hij blij is met kampeerders die een mondje Spaans kennen. Allerliefste staat zo vaak met hem te babbelen dat de kinderen op het zadel beginnen te draaien. Ik neem over, maar dat helpt niet echt.


De volgende vakantiestop is van moeten. Jana las haar boek uit nog vóór we onze fietsen zadelden. We bestelden een internationaal pakket toen er van plan B nog geen sprake was. Bestemming Parada do Sil, een kleine omweg 'maar echt wel de moeite waard'. Kleine omweg? Ja, mijn benen! Allemaal de schuld van die avond... Nu hadden ze wel gelijk, het is daar wonderschoon. 

Nadat het boekenpakket was toegekomen, bleven we nog een paar dagen. Hierboven een foto van ontbijt in pyjama. Om maar te zeggen. Een heilige rivier (echt waar, Ribeira Sacra) klieft een sprookjesachtig woud in tweeën, de oevers bezaaid met kloosters en magische bomen. Het hele gebied heeft iets waardoor je gaat denken dat kabouters, elfen en trollen wel eens echt zouden kunnen bestaan. En blijkbaar ben ik niet de enige die het zo ervaart.



Als we eindelijk doorfietsen naar Ourense, is het om linea recta naar Bilbao te treinen. Of wacht, we zouden van vakantie doen! Ik snap niet dat ik nog nooit van Ourense gehoord had. Langs een brede rivier ligt een reeks natuurlijke thermale baden. Een groen fietspad over een spectaculaire brug voert je vanzelf langs alle baden: private en openbare. Fiets tot het laatste (openbare) bad, daar is het rustig. En heel misschien kun je dan ook stiekem een foto nemen. Officieel mag het niet.


We zeggen Martina, een tijdelijk thermisch vriendinnetje, adios en trekken tegen valavond naar het centrum. Met zwemgerief, want midden in het historisch decor ligt nog een thermaal bad! Gesloten, helaas. In plaats daarvan wandelen we - kleren aan - door van die typische leuke steegjes. Er zijn kathedralen, lekkere tapas, veel Spaanse toeristen ... Echt onvoorstelbaar dat ik nog nooit van Ourense gehoord had, het is een ontdekking.

De Baskische kust, tja, die is vanzelf schoon. We zijn er dus nooit meer alleen. Maar toch nog zonderling genoeg, met onze fietsen en ons wit vel, dat we vanzelf veel ruimte krijgen. Zoals die keer op het strand van Gorliz. Spaanse toeristen komen er speciaal op het middaguur profiteren van de gevaarlijkste stralen van de zon. Wij zoeken drifthout in de duinen, halen de knopen uit onze hangmatten en proberen die op te spannen tot een zeiltje. Als het smalle streepje schaduw draait, draaien wij mee. Als de zon iets lager staat, smeer ik iedereen vol factor 50 en duiken zij waterresistent in zee.

En in Bakio komen 's avonds alleen de surfers en wij naar buiten.  

Mundaka. Het vlijmscherpe van de Baskische kust zit niet alleen in de hoogte, ook als je alles plat zou strijken zijn er bochten, hoeken, kanten. Zelfs het water stroomt er precies nooit rechtdoor, zoekt zijn weg in allerlei baaien. Zo bots je op het einde van een steegje plots op een binnenhaven. Of zie je vanaf het strand ineens een overkant liggen. 

Als Allerliefste een pendelbootje ontdekt, varen we van het ene strand naar het andere. Om daar precies te doen wat die drie altijd doen: een put, een fort, een boot, een kasteel bouwen. Zo dicht mogelijk bij de vloedlijn, om dan paniek te kunnen spelen. Het water komt! Snel! Het water komt! En ze graven een extra geultje, dat het water recht naar hun bouwsel leidt.  

Wanneer Spanje in Frankrijk overgaat, moeten we overstappen. De Euskotren stopt in zijn eigen station. Wij stappen zelfs niet op onze fiets, zo kort is het eindje naar het station van de SNCF. In de Landes: Lac Sanguinet en Dune du Pyla. Het ondiepste meer en de hoogste duin van Europa. Dat van dat meer ben ik niet zeker, maar vanaf de zandoever moet je meterslang waden vooraleer het water nog maar tot aan je knieën komt. Dat het er zo peu profonde is, vindt Lukas wel leuk. Hij kan diep in het water spelen, zonder echt diep te gaan. 




Weg van het meer, richting oceaan, is het een surf- en parapenteparadijs. Daar komen wij niet voor, wel voor het maandlandschap van de duin. Of zo stel ik me toch voor dat het er op de maan uitziet. Met weinig perspectief in het landschap. Ik raak mijn toch al niet zo sterk gevoel voor oriëntatie volledig kwijt. Gelukkig zijn daar nog die drie van mij, daar richt ik mij op.


Voorlaatste uitgebreide stop: plage Le Gurp. De camping municipal lijkt vaste prik voor hippies. Ook Duitsers zijn duidelijk fan. Volkswagenbusjes, baby's in draagdoek, gitaarmuziek, surfers, wietgeur. De sfeer is er op zijn Frans gemoedelijk, we krijgen een plek 'ergens tussen de dennenbomen'. Als ik 's ochtends de tent openrits, is de zee het eerst wat ik zie.

Elke avond gaan we naar de zonsondergang kijken. En naar de mensen die daarbij mediteren. Overdag spelen we op het strand, tussen bunkers vol graffiti. De Atlantikwall geeft ons twee vierkante meter schaduw, net genoeg om ook met de zon in het zenit te kunnen genieten van zee en zand. Onze hangmatten kunnen tussen de vele andere (hippies!) in het dennenbos blijven hangen.


Eindelijk! Bordeaux, vierentwintig uur voor onze TGV naar huis vertrekt. Tijd genoeg, we willen stads gaan eten en le miroir d' eau zien, verder niets. De kinderen lopen er zo snel door - heen en weer, heen en weer - dat ik het spiegeleffect nooit volledig in beeld krijg. De truc is wachten tot het water niet meer borrelt en afdrukken voor het water weer wegsijpelt en de nevel opkomt. En de mijne poseren nooit, ik moet ze altijd in het moment zien te vangen.


Maar dat we dus tot de allerlaatste dag van onze fietsvakantie echt vakantie hadden. Met mijn oprechte excuses voor deze overdaad aan foto's en verhalen. Een volgende keer nodig ik U misschien toch beter in mijn huiskamer uit. Voor een echte dia-avond.

vrijdag 15 december 2017

Fietsferry

Van Arcachon naar Cap Ferret, dat is hoe dan ook over het water. Vliegtuig en trein hadden we al gehad, nu moesten onze fietsen nog op een boot. Vakantie te land, ter zee en in de lucht.


We waren er niet helemaal gerust in. De fietsen op de ferry zijn doorgaans van dagtoeristen: amper bagage. Wij daarentegen!

De kapitein trekt heel even een wenkbrauw op, schreeuwt iets in een lokaal Frans dialect en meteen nemen enkele potige kerels alles over. Voor we het goed en wel beseffen, zitten we binnen op een bankje. Door het raampje tellen we onze stukken. Ja, daar zie ik jouw fiets, de stuurtas hangt er nog aan. Iets verder op de boeg staat Lukas zijn aanhangfietsje. Hier aan onze voeten zes stuks bagage. De fietskar heb ik aan boord zien gaan...  We varen, we wachten.


Als we uitstappen merken we dat onze spullen goed nat gespat zijn. Een beetje zoutig, maar alles is aan de overkant geraakt.

woensdag 13 december 2017

Perrongeluk



Dan nemen we toch gewoon de trein! Op fietsvakantie zit dat zinnetje standaard in mijn achterhoofd. En niet alleen in het mijne, velen combineren fiets en trein. Maar zomaar over naar plan B is toch wat makkelijker gezegd dan gedaan.

Want in Spanje durft de RENFE niet garanderen dat je fiets meekan. Eigenlijk mogen er sowieso geen fietsen mee, alleen pakketten met bepaalde afmetingen. Als je je voorwiel demonteert, het stuur 180 graden draait en de pedalen eraf haalt en er een cadeautje van maakt, ziet niemand nog dat het een fiets is!

De treinbegeleiders weten natuurlijk wel waar het om gaat. Zij beslissen bij aankomst in het station of die grote stukken bagage meekunnen. Indien niet, dan sta je daar op het perron. Met je ticket, je inpakwerk, ontgoochelde kinderen en een hotelreservatie die je niet meer kosteloos kunt annuleren. Daarom kun je niet anders dan hopen. Hopen dat er geen andere reizigers met grote stukken bagage zijn (en zeker geen andere fietsers, bah!). Of dat het treinpersoneel goed- en fietsgezind is.

En oef, onder de rugzakken van een paar Compostella-reizigers was nog genoeg plaats voor onze fietstassen. In een ander compartiment konden we onze plastic mastodonten kwijt. Twee tassen 'handbagage' hielden we bij ons. Picknick en sneukels, boeken en een handvol speelgoed om ons urenlang te vermaken. En dan was er nog het landschap! Spijtig, dacht ik, dat we dat met de fiets overslaan. En soms: maar goed ook! Want de trein rijdt door tunnels en soms ook in rondjes, precies omdat alles zo steil is. 





Bij aankomst 's avonds laat pakken we alles uit. Het perron is leeg, plaats zat om onze fietsen te monteren en de plastic zeilen op te vouwen. Het is zoals met groot beddengoed: daar heb je wat bewegingsruimte voor nodig. Tegen dat we naar ons kot in Bilbao fietsen, is het donker. Net als echte studenten warmen we een restje pasta op in onze kitchenette. Daarna gaan we elk in een eenpersoonsbedje slapen. Nog steeds blij verrast om ons perrongeluk, nu zitten we plots honderden kilometers verder. Maar ook een beetje moe door al het gedoe.

Neen, dan de Euskotren, het treinnetwerk dat de Basken liefst in eigen beheer houden. Je rijdt je fiets met bagage en aanhangsels in de wagon en klaar.



Op het Franse netwerk hangt het dan weer af van de soort trein: regionaal, intercity of hoge snelheid. Maar dan met de Franse termen, natuurlijk. Vanaf vier personen vorm je een stam en krijg je korting. Ticket tribu. In de piepkleine stationnetjes zijn wij soms de enige stam op het perron. Ofte: grasplein met dichtgegroeid spoor. Maar rijden doet het.



Op de TGV mag je eigenlijk geen fiets meenemen, dus is het opnieuw demonteren en inpakken. Met dat gemak dat het perron amper een kwartier op voorhand wordt aangekondigd. Je mag zelf kiezen hoe je het aanpakt.

Ofwel demonteer je alles vooraf, in de gang die de verschillende perrons verbindt, en sleur je zodra je het nummer kent vanuit die gang alles naar het juiste perron. Wat niet rolt, is log om dragen, dus moet je vijftien minuten alles geven. Je struikelt met een fietspakket naar daar, parkeert er een kind bij om het gerief te bewaken en holt terug, naar het andere kind dat nog zes fietstassen en een fietskar bewaakt. Ofwel wacht je tot het spoort wordt aangekondigd en rol je alles tot vlak bij de trein. Op het perron heb je dan nog twaalf minuten tijd om bagage af te laden, fietskar los te koppelen, stuur te draaien, voorwiel en pedalen te demonteren, alles in te pakken en op de trein te heisen.

Wij deden een combinatie van beide. Eerst vriendjes worden met het stationspersoneel, misschien weten zij wél al waar de TGV halt houdt. Daarna demonteren we in de gang ter hoogte van spoor 1, 2 of 3 fietsen en aanhangfiets. De elektrische plooifiets en de fietskar laten we op wieltjes. Attention, voie 3! Allerliefste draagt de fietspakketten, de kinderen rijden de rollende onderdelen, ik zorg voor fietstassen en laatste los gerief.








De kinderen zijn tegen dan zo gerodeerd dat de zenuwen al lang niet meer zo hard opspelen als op het Spaanse perron. Een uurtje tevoren, bij aankomst in het station, waren ze zelfs zo op hun gemak dat er nog piano gespeeld kon worden. Luister hier, naar dit stationsorkest, en hoe de dienstemedeling van de SNCF erdoor klinkt.

Al bij al... Minder fietsen en fietsen op de trein? Je moet ervoor naar een plaatselijke doe-het-zelf-zaak. Plastic zeil, touw en plakband kopen. En er komt een beetje gezonde stress bij kijken, maar het is al het gedoe waard. Mooie treinritten en vooral: het onderdeel vakantie sluipt terug in onze fietsvakantie.