Posts tonen met het label Da Lat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Da Lat. Alle posts tonen

woensdag 23 oktober 2019

Oktober in Da Lat

Dat is het voordeel aan reizen in *ahum* eigen land, voor elke trip krijgen we tips. Nog meer toen we een weekje Đà Lạt aankondigden. De nationale moestuin is ook onder Vietnamezen (en vooral jonge koppeltjes) een bijzonder populaire bestemming. 'Je moet daar gaan eten, dat doen, daar slapen.' Speciaal voor U zet ik het op een rij.

DOEN

Đà Lạt, dat is het land van de Lạt. En Lạt - zo heb ik mij laten vertellen - de stroom onder de bladeren. Tussen het groen van de jungle loopt inderdaad een prachtige, krachtige rivier. Bent U sportief aangelegd (of kunt U goed doen alsof), doe dan een dag canyoning.

Wel een goede conditie maar niet zo van het springerige type? Wandel dan de berg van Langbiang op, één van de weinige wandelingen in Vietnam die U zonder gids kunt aanvangen.

Ook een bezoekje waard zijn het Crazy House en het art-deco treinstation.

ETEN


De avondmarkt sloegen wij over, aan de busladingen te zien moet die nochtans de moeite zijn. 

Als wij niet zelf kookten of picknickten, dan zaten we bij Ishi, Japans toprestaurant.

SLAPEN

In Đà Lạt zelf, op een flank van de bergen met zicht op de stad.

Iets buiten Đà Lạt, verscholen in een prachtig bos.


Als U ooit door Vietnam trekt, overweeg dan Đà Lạt. Prachtig landschap, klimaatsgewijs vaak een welkome verfrissing en ook nog wat te beleven. Als U hier langere tijd bent, dan zéker.
      

dinsdag 22 oktober 2019

De betere bento



Als wij niet van picknick of zelfkook doen, zitten we in Ichi. Wat mij betreft elke avond. Als je niet goed oplet, loop je het restaurant zo voorbij. Gelukkig zit Tomo op de stoep. Op een krukje draait hij rustig brochetjes op de barbecue. Is er nog een tafel voor vier vrij? Ja, binnen een klein uurtje.

We wandelen naar het meer en en terug. Đà Lạt by night. Omdat we nu echt wel honger hebben, bestellen we meteen zes schotels. In Japan (en bij uitbreiding alle Aziatische landen) is eten iets om te delen.

Sushi-meester en whisky-liefhebber Tomo raadt ons ook een bento aan. 'Vegetarisch?' Wij knikken. 'Eerst thee?' Doe maar. Het zijn de twee onderdelen van de menu waarvan ik een foto neem. Verder laat ik mijn camera achterwege. Vertellen, eten, vertellen, eten, daar gaat het om.



Achteraf zie ik de ster in de reisgids. En dat je zeker een bento moet bestellen. Hebben we goed gedaan! Als U ooit in Đà Lạt bent, één adres.
      

maandag 21 oktober 2019

Ondervraagd

Het is de eerste keer dat in een gastenboek niets dan Vietnamees staat. De eerste keer ook dat wij een stukje in het Nederlands schrijven. Dat zit zo. Via via weten we van een bos met houten hutten. Wanneer we de eigenaar eindelijk te pakken krijgen, onderwerpt die ons aan een ondervraging.

Hoe weten we van die hutten af? Wie heeft ons daarover verteld? Waarom willen we naar het bos? Wat zoeken we daar? Weten we wel dat er niets te beleven valt? Dat daar zelfs geen internet is? Wie zijn we dat we dat toch heel graag willen komen? Kunnen we onszelf misschien omschrijven?

We tikken dat we oorspronkelijk uit België komen, nu toch al een tijdje in Hội An wonen en krijgen antwoord in het Nederlands. Zij heet Ly en heeft zelf acht jaar in Edegem gewoond. We zijn welkom. 'Verwittig familie en vrienden dat jullie een paar dagen onbereikbaar zijn. Dat ze jullie niet als vermist opgeven.'

Ze onthaalt ons met een sjaal elegant om haar schouders gedrapeerd en iets zachts in haar ogen. Het compliment dat ze beter Nederlands spreekt dan wij Vietnamees, wuift ze weg. Daarna trekt ze in de keuken een schuif open die normaal gezien niet door bezoekers gebruikt wordt. 'Als de kinderen morgenvroeg chocolademelk willen drinken, hier ligt een pak puur.'

De komende dagen ontdekken we nog meer België.



Als U ooit naar Da Lat zou gaan en zin hebt in een hut in het bos, laat iets weten. Misschien lukt het wel via via. Via ons.  
       

zondag 20 oktober 2019

Offline in het bos



Drie dagen in een bos? Op de laatste ochtend spelen we nog een gezelschapsspel dat we niet voor niets meegebracht willen hebben en ik lees mijn boek niet uit. Want ...

Er is een rivier en even verderop een waterval. Als we hier in de zomer zouden komen, zouden we meteen en hele dagen in het water zitten. Pootje baden. Stenen ketsen. Dam bouwen.

Nu loopt het regenseizoen op zijn einde. Kil en de stenen spiegelglad. Toch naar boven. Daar, vanop een boomstam, kijken naar hoe het water valt. Waar de rivier rustiger stroomt, waggelen soms ganzen. Wanneer de bosbeheerders naar hun werk trekken, rolt hun tractor door het water heen.

Wij dansen over de brug. Bij elke huppelpas veren de planken een beetje mee. Tien, neen, honderdtien keer per dag. De tijd gaat zomaar voorbij.






Er is ontbijt inbegrepen en verder vol pension of zelfkook. 'Maar voor vegetariërs kunnen we misschien onvoldoende variëren,' zegt onze gastvrouw. Dus kopen wij eerst een grote supermarkt in Đà Lạt leeg en koken we ons eigen potje. Aangevuld met groen uit de moestuin.

Na de rondleiding weet de dochter wat en waar ze mag plukken. Elke middag en elke avond rolt ze haar broekspijpen omhoog. Met een mand en op haar slippers trekt ze de modderige moestuin in. Oogsten, wassen, snijden. Koken in de buitenkeuken. De tijd gaat zomaar voorbij. 




Er zijn honden, wel vijf. De witste heten Lọ en Lem, letterlijk vertaald: Grijsaard en Arm. 'Jullie begrijpen vanavond wel waarom.' Wanneer we de roosters van de barbecue afnemen, nestelen ze zich elk in een ton. In de warme as.

We spelen een gezelschapsspel met Nha en Minh, een jong koppel uit HCM. Wanneer we klaar zijn, en ik verloren heb, rekken de honden zich uit hun slaap. Lọ en Lem zijn asgrijs en waterkruikwarm. Ze komen bij ons aan het kampvuur zitten. De ene kruipt op de schoot van de dochter, de andere op de stoel naast haar. 

Ze houdt de grote hond als een kloeke baby in haar armen, aait hem achter zijn oren. Het trekt door hun beider lijven. Jana glimlacht steeds breder, de hond krijgt knikjes in zijn gestrekte poten en knijpt zijn ogen tot spleetjes. Lọ en Lem blijven de hele avond in haar buurt. Asse en Poester, bijna altijd samen. Want dat is de vlotte vertaling van Lọ Lem. Assepoester.  

De volgende dagen volgen de twee honden haar over het hele terrein. Lukas en ik zitten nu aan het kampvuur. Geen vlammen om in te staren, maar een zachte zon en twee hangmatten aan een haak. Als ik over de rand van mijn boek kijk, zie ik het bos en onze hut. Onze hut in het bos. En de zoon in zijn verhaal. Ik gluur vaak. De tijd gaat zomaar voorbij. 









Er is een bos. We wandelen niet, we zwerven. Via een omtrekkende beweging, langs de rivier voorbij de moestuin, tussen het gras, recht naar omhoog. Daar waar het kaler wordt en de dennenbomen rijzen, slingert het smalle pad van de bosbeheerders. We doen zoals de zwarte hond die ons op al onze tochten volgt. Een pad is iets om van af te wijken.

We komen bij een lege koeienkraal waarin we Lukas en Mực opsluiten. We weten niet hoe onze tochthond heet, maar hij is zo zwart als inkt en zo dopen we hem. Inkt. Mực. Soms luistert hij als we hem terugroepen. 

Meestal loopt hij een paar meters voor ons uit. Wacht, blijft dan een hele tijd achterop, haalt ons weer in. Ook wanneer we de grote weg naar de dam nemen. Alleen wanneer het begint te regenen komt Mực heel even schuilen. 

Ik loop gebukt onder de paraplu die Lukas veel te laag voor mij omhoog houdt. 'Ruilen?' stel ik voor. Nu zien Allerliefste en ik die twee voor ons uit stappen. We horen hen babbelen en zingen. De tijd gaat zomaar voorbij.






Er is een bureau. Tussen de eettafels, leeshoeken, keukenblokken en kampvuurkring. Daarop stapels Vietnamese boeken, een paar gezelschapsspelen, een verfdoos en penselen. We ruilen onze modderschoenen voor de slippers die je in de gemeenschappelijke ruimtes moet aantrekken.

Ik blader door een boek van Nick Ut, de fotograaf die het napalm meisje vastlegde. Je moet geen Vietnamees kennen om zijn beelden te begrijpen. Lukas verzint een spel met schaakpionnen, Jengablokjes, speelkaarten en het bordschema van Mens-erger-je-niet.

Spelers moeten aan het begin van elk traject uit hun eigen huis vertrekken, mogen elkaar in het water duwen, kunnen de bus nemen, zetten hun pion bovenop een schaakstuk, verdienen punten bij de gemeente. Vergis U niet, de regels zijn zelf verzonnen maar strikt. Allerliefste vindt het onrustbarend dat ik het spel perfect kan volgen.  

Jana speelt niet mee. Ze zit aan het bureau naar het landschap te kijken. Dan bladert ze in het gastenboek naar een halve vrije pagina. De tijd gaat zomaar voorbij. 





donderdag 17 oktober 2019

In het bos daar staat een hutje





Na drie nachten Đà Lạt pakken we onze valiezen weer in. Gezelschapsspelletjes en laarzen, boeken en tekengerief, walkie-talkies. Het is voor het tweede deel van onze vakantie dat we zo veel bagage mee hebben.

We kruipen drie dagen in een bos waar geen buren zijn, geen markt, geen internet. Niets. En tegelijk zoveel. Want kijk, hierboven onze hut, hieronder de details.





De driehoekige hutten zijn kleiner, je kunt geen extra matras op de grond leggen. Dat deden wij, twee! In onze iets grotere hut, die ook een eigen badkamer heeft. Douche én buitendouche!

Alle andere ruimtes zijn gemeenschappelijk. Moestuin, open keuken, leeshoek, tekentafel, kampvuurkring. Alleen geen internet.



Eigenares Ly met de lange sjaal

woensdag 16 oktober 2019

Minimum 20 passagiers


Op een van de plateaus van Đà Lạt staat het treinstation uit de koloniale periode. Art deco natuurlijk, voor minder halen die Fransen hun handen niet uit hun zakken. Hoewel ik vermoed dat het Vietnamezen zijn die de bakstenen gestapeld hebben, de muren gemetst, het marmer aangevoerd, de sierlijsten bewerkt, de glasramen gestoken. In opdracht en onder toezicht van.

Mooi gebouw, ook binnen. Aan het loket vragen wij wanneer de volgende trein naar Trai Mat rijdt. Want daar staat de tempel van Linh Phuoc, naar het schijnt bijna even surrealistisch als het Crazy House.


We weten dat de trein alleen rijdt als er minstens twintig reizigers zijn. Er lopen precies genoeg nationale en internationale toeristen rond, dat moet lukken. Aan het loket gebaart de bediende dat er vandaag geen tickets meer verkocht worden. Zo kom je natuurlijk niet aan genoeg volk!

Niets aan te doen. We kopen een ticket voor het station. Op het perron lijkt een wedstrijd gaande voor het mooiste, het meest sexy of het meest romantische portret. Koppeltjes die hand in hand over de sporen lopen. Mysterieus zwoel poseren bij de zwarte stoomlocomotief. Elegant bij de oude houten wagons.

Lukas gaat voor de categorie 'doorleefde actiefoto op dieseltrein'.  

dinsdag 15 oktober 2019

Ze zijn zo cool (en ik ook wel)



Ze sprong opnieuw en opnieuw naar beneden. Twaalf meter, in het kolkend schuim van een waterval. Alleen. Nog een keer alleen. Samen met haar vader. Nog een keer samen met haar vader. Nog een keer alleen.

Aan mij was er meer werk. Want springen, dat durf ik niet. Echt niet. 'Jawel,' zegt Na. 'Niet denken, gewoon doen.' Hij begeleidt mij tot aan de rand, zegt dat ik recht voor mij uit moet kijken. Daar, beneden in het water staat Monkey mij aan te moedigen. Achter mij staan Allerliefste, Kay en de kinderen. 'Komaan, mama!'

Ik panikeer. Keer op mijn stappen terug. 'Je kunt het nochtans,' zegt Na. Ik heb jou al straffere dingen zien doen. Remember how you got your son back on his feet during abseiling? Remember when you had to let go at the zipline? And when you glid like a noodle? Not to mention your backflip, tumbling down the big waterfall?'

De avond voordien, in het boekingskantoor, vraag ik of we ook in duo kunnen rappellen. Ouder-kind? Dan kunnen we begeleiden en coachen waar nodig? 'Prima,' zeggen de begeleiders. 'We waren sowieso van plan om jullie familie apart te nemen, niet in een grotere groep. We zullen voor jullie twee touwen installeren.' 

's Ochtends oefenen we eerst op het vasteland. De kinderen kunnen rappellen, maar alles nog eens herhalen - en springen! - scherpt het zelfvertrouwen aan. Monkey roept keep gooooooooing! En jump! Jump! Hij roept het enthousiast en heel luid, later zal ik begrijpen waarom. Zijn stem moet boven het gedonder en geraas van de Datanla waterval kunnen uitrijzen. Monkey toont ook wat te doen als je met je gat op de muur belandt, voeten in de lucht. En wat als je voeten onder jou wegschieten. 

Wanneer dat op de echte rots gebeurt, ben ik blij dat ik naast Lukas hang. Monkey roept instructies van bovenaf, Kay staat beneden te wijzen en te schreeuwen. 'Rustig, Lukas. Kijk naar mij, alles is oké. Je moet niets doen. Hou gewoon je ene hand op het touw boven jou, de andere bij je heup. Eerst even blijven hangen en op adem komen.' Monkey en Kay begrijpen niet wat ik zeg maar wel waarmee ik bezig ben. Ze vallen stil en laten mij doen. 'Oké. Nu je voeten. Steek ze maar vooruit, zet ze terug tegen de muur. Stevig. Oké. We gaan samen naar beneden. Ik ben vlakbij. Als je in het water zakt, zal Kay roepen dat je moet loslaten en zwemmen. Ik ben daar ook in het water. Vlakbij. Kom maar. Samen naar beneden.'


Bij de tweede waterval is het rappellen tot voorbij het plateau, daarna gaat het op een zipline over. Tot zover onze ouder-kind duo's, op een katrolbaan moet je één na één. Omdat de kinderen minder wegen gaan zij voorop. Daarna worden de touwen strakker getrokken, aangepast aan ons gewicht - en dat van de volwassenen in de volgende groep. Ze staan verbaasd naar onze kinderen te kijken, sommigen steken bemoedigend een duim op. 

Jana laat zich eerst aan de touwen haken. Als het zover is, verpakt ze zonder verpinken naar de katrol. 'Woehoew!' klinkt het op de foto hieronder. Iets later, in de verte, horen we haar in het water plonsen. Aangekomen, nu is het aan Lukas. Ik weet dat ik niet op mijn onderlip mag bijten, niet tonen hoe spannend ik dit vind. 'Cool!' zeg ik. 'Smile!' zegt Na. En iets later 'Now. Let go!' Ik hoor weer een woehoew die al snel zwakker klinkt en plons. Aangekomen. 



'Hier gaan we glijden,' denk ik bij de volgende waterval. 'Goed te doen.' Dan zie ik Monkey met zijn hoofd eerst naar beneden slieren. Slik. Na zegt onmiddellijk dat we dat niet moeten nadoen. 'Er staat te veel water.' Het is geruststellend bedoeld, maar werkt niet echt. 

Ook zijn instructies hebben eerder het tegenovergestelde effect. 'Voeten eerst en stevig over elkaar kruisen. Handen op je borst. Lichaam ontspannen. Mee bewegen, flexibel als een noedel. Hoofd lichtjes naar achter, zodat de rand van je helm op je zwemvest aansluit. Dan zijn je nekwervels beschermd.' Oh, mijn god.

Allerliefste gaat eerst. Beneden trekt een kolk hem onder water. Een paar seconden later en een paar meter verder duikt hij terug op. Op de foto hieronder is het aan Jana. Lukas en ik tellen hoeveel seconden ze kopje onder blijft. Zes. Aan de overkant van de rivier wuiven ze ondertussen van 'neus dichtknijpen'. Nay en ik laten Lukas los. Naar beneden gaat het snel, terug boven water komen duurt lang. 

Ik durf niet, lig in het water zo gespannen als een springveer. 'Relax,' zegt Nay. Hij legt zijn handen op mijn schouders, schudt mij zachtjes door elkaar. 'You're a noodle,' en voor ik het weet ben ik vertrokken. Allerliefste en Jana willen nog een keer. Lukas niet, hij dacht dat hij nooit meer zou bovenkomen. Dan wacht ik wel bij jou, zeg ik. Stiekem opgelucht.    





Natuurlijk herinner ik me dat allemaal. Die hele Datanla waterval lang. Hoe ik elke keer mijn grenzen verlegd heb, persoonlijk en als moeder. Ik herinner me dat maar al te goed. Ik deed het omdat ik niet anders kon. Als je je aanmeldt voor een dag canyoning, moét je wel rappellen, katrollen, glijden. De instructies volgen, hoe kun je anders die rivier afdalen?

Idem bij de brede waterval, die de kinderen niet op mochten. De stroming zou hen gewoon wegvegen, tot Jana's grote teleurstelling moesten zij met Nay dat stukje door het bos naar beneden. 'Rappellen,' dacht ik, 'dat kan ik wel.' De instructies zijn duidelijk. Eerst over een helling van een procent of 10, daarna steiler naar beneden. Het pad proberen vinden waar het minste water stroomt. Afdalen tot iets boven het einde van je touw. Twee à drie meter boven het wateroppervlak. Daar loslaten en achterover in de rivier vallen.

Nadat Kay hieronder Allerliefste op foto vastlegt, roept hij 'Now let go and fall!' Als het mijn beurt is om los te laten en achterover te vallen, schud ik van neen. Kay en Na roepen nu samen. 'Jawel. One, two, three!' Ik sta met mijn benen nog steeds tegen de rotswand. 'Come on. One, two, three.' Ik blijf daar staan, zij blijven tellen. 'One, two, three.' Er zit niet anders op, dat weet ik ook wel.

Als ik eenmaal besluit dat ik voor mijn eigen veiligheid toch maar beter hun instructies kan volgen, doe ik dat zo overtuigd dat ik een achterwaartse salto maak. Achteraf toont Na mij het filmpje. 'Look how cool!' Hij lacht als hij nadoet hoe ik aan het touw bleef hangen. Opengesperde ogen en al, het hoofd koppig van neen. 'En dan toch,' zegt hij en geeft mij een high five. 







Daar denk ik aan, terwijl ik twaalf meter boven het water sta. Ik weet dat ik langs het bos naar beneden kan, maar Na laat mij niet gaan. 'You told me your family always jumps into the water. From boats and trees and rocks. And you wanna do that too, but you're scared. I'll help you overcome your fear. You can jump, just do it.' Hij heeft gelijk. Als ik ooit met mijn bende mee wil springen, is het nu of nooit.

Ik moet gewoon die klik maken, zoals toen ik me van de waterval liet vallen. Het duurt even. Elke keer ik me van de rand wegdraai, draait Na mij terug. Hij blijft op mij inpraten. Tot ik spring. Iedereen gilt, ik nog het luidst van al. Wanneer ik uit het water kom, gebiedt Monkey van nog een keer. Om definitief van mijn springschrik af te raken. Alleen. De kinderen klappen tevreden in hun handen. 'Dus de volgende keer spring je met ons mee van de boot!' Allerliefste bedankt Na. 'It's because you're not her husband you can talk her into it.' 







Is het omdat ik zelf gesprongen heb, twee keer, dat ik Lukas op de laatste waterval wil overhalen? Ben ik high van de grenzen die we allemaal al verlegd hebben? Het goed gevoel dat dat bij iedereen geeft? Of heb ik ondertussen gewoon heel veel vertrouwen in de aanpak van onze drie begeleiders? In het kunnen van de kinderen?

Deze afdaling heet de wasmachine. Na een kort stuk rappellen tegen de rots moet je helikopteren. Dat is rappellen in het niets. Of in dit geval in een onstuimige waterval. 'Dat voelt als een hele zware regenbui op je helm,' zegt Monkey tegen de kinderen. 'En omdat jullie lichter zijn, kan het water jullie ietwat uit balans duwen. Dat jullie zachtjes aan het touw zullen slingeren, daar merk je zelf bijna niets van. Beneden beland je in het water. Even kopje onder, de stroom duwt je snel weer naar buiten en naar boven.'

Allerliefste gaat eerst, altijd eerst. Beneden gebaart hij oké voor Jana, zozo voor Lukas. Dat hij op zo'n cruciaal moment onze babygebarentaal gebruikt, overtuigt mij onmiddellijk. 'Ga maar Jana, je kan het.' Zonder aarzelen stapt ze over de rand van de rots. Er zitten druppels op de lens van Monkey's camera, haar goesting om dit te doen filtert er zo doorheen.



Het rappellen gaat snel. Lukas en ik tellen hoe lang ze onder water blijft. Twee seconden. Hij twijfelt. Dat hij na de noedelglijbaan onder water getrokken werd, heeft hem bang gemaakt. Maar rappellen vindt hij wel heel cool. 'Ik wil niet en wel tegelijk.' Paniek komt opzetten. Hij schudt van neen als Na voorstelt om door het bos naar beneden te gaan. Ik neem hem bij zijn schouders. 

'Op een schaal van één tot tien, hoe graag wil je dit doen?' Negen.
'Op een schaal van één tot tien, hoe bang ben je?' Vijf.

Dan moet je dit doen, zeg ik hem. Onze begeleiders gaan akkoord, Allerliefste wordt terug naar boven gestuurd. 'Mama gaat eerst, dan kun je zien hoe snel ze terug boven water komt.' Monkey zekert mij. 'Kijk, Lukas, als ze het touw loslaat heb ik haar nog altijd vast.' Bungelend aan de rots steek ik mijn handen in de lucht. 'Zie je hoe sterk Monkey is?' De begeleider laat zijn spieren rollen. 'Bijna zo sterk als ik,' zegt Allerliefste.

'Echt wel heftig,' denk ik, terwijl ik in en onder de waterval hang. Wanneer ik boven water kom, draai ik me met mijn breedste glimlach naar boven. Duimen omhoog, terwijl ik bij mezelf denk als dit maar goed gaat. Jana en ik wachten hem samen op, in de rivier.

Lukas vertrekt, maar aan de rand van de rots betrekt zijn gezicht. Monkey haalt snel zijn camera boven. 'Smile!' en Lukas rappelt verder. Hij helikoptert naar beneden en Jana en ik zie hoe klein hij is, hoe krachtig de stroom die valt. Het water duwt, stuwt hem richting rots, gelukkig niet tegen de wand. Dan verdwijnt hij achter het water. We zien hem niet meer, hij is onder water. In de kolk en meteen weer boven. Zo snel hij kan zwemt hij onze richting uit. Ik waad hem tegemoet. 'Ongelooflijk! Goed gedaan!' Voor hij echt blij kan zijn, moet hij eerst even op adem komen.




Het laatste stuk wandelen / zwemmen we recht naar onze lunch. Er is bánh mì met tofu en koude groenten, er is mango en watermeloen, bananencake en pindakaas. We hebben het over alle plekken waar je in Vietnam aan dit soort buitensport kunt doen. Đà Lạt en Phong Nha-Kẻ Bàng. 'Cham Island bij Hội An,' zeggen wij. 'Om te duiken.'

Monkey komt daar ook graag, hij is duikinstructeur. 'Dacht ik al,' zegt Allerliefste, 'door de manier waarop je instructies geeft. Heel visueel, zelfde gebaren.' Ze hebben het nu over de beste duiksites. 'Probleem is dat ze me in Hội An altijd als toerist behandelen,' zucht Monkey. 'Ik ben geboren en getogen in Ho Chi Minh City, ik ben Vietnamees!' En hoe hij dan grapjes uithaalt met de verkopers van souvenirs.

Geen van onze drie begeleiders komt oorspronkelijk uit Đà Lạt. Na vertelt hoe hij hier na zijn studies toerisme is blijven plakken en over het dorp waar zijn ouders nog steeds wonen. 'Samen met mijn jongste broertje. Elke jaar zijn daar zware overstromingen. Toen hij nog een baby was, steeg het water tot boven het dak van het huis en heeft mijn moeder het bijna niet overleefd.'

Ik denk graag dat het komt doordat we hier wonen, dat we dit soort gesprekken kunnen hebben. Een beetje 'toerist in eigen land', en dat dat toch een soort band schept. Is het daarom dat we ook na de lunch, wanneer we uit de vallei door het woud naar boven stappen, het hele eind blijven babbelen?

Kay is de stilste van de drie. Hij zegt niet zoveel maar wijst onderweg op mimosa planten en plukt fruit voor ons. Hij heeft de zachtste glimlach, Monkey knijpt altijd zijn ogen samen als hij lacht. Monkey is niet zijn echte naam, hij werd als klein kind - brokkenmaker - door zijn vader zo genoemd. Na is nu een jaar getrouwd en wil baby's maken die zo cool worden als onze kinderen.

'Oh ja, ze zijn cool,' denk ik wanneer we ons omkleden en in ons busje stappen. 'Ontzettend cool.'

En ik ook wel een beetje.


Praktisch: Als U in Đà Lạt ooit zin zou krijgen in een dag canyoning, contacteer dan Highland Sport Travel. Zonder dat ik hiervoor gesponsord word, durf ik met de hand op het hart zeggen dat de begeleiders meer dan weten wat ze doen. Niet onbelangrijk (en hier in Vientam ook lang niet altijd zo vanzelfsprekend) is dat ook hun materialen in zeer goede staat zijn. 'Same same but better,' zeggen ze daar zelf over.

Onze kinderen houden meer van hun andere leuze. 'Don't be lazy, let's go crazy!' Het omschrijft de sfeer die de begeleiders bewaken. Monkey, Na en Kay zorgden de hele dag uitstekend voor ons. Voorbereiding, uitleg, geduld, aanmoediging en humor. Plus het feit dat ze ons als familie apart genomen hebben. En dat ze met hun waterbestendige toestellen zelf foto's trekken - alle foto's hierboven - waardoor U zich volop kunt concentreren op het verleggen van grenzen. Highland Sport Travel verdient al zijn punten. Keep gooooooooooing!