Posts tonen met het label naturaleza. Alle posts tonen
Posts tonen met het label naturaleza. Alle posts tonen

maandag 5 oktober 2020

12 verdiepingen

Suối Tiên. Blijkbaar telt die waterval niet één, niet drie, maar twaalf verdiepingen.





Op de top vragen we ons af of het muggen zijn of mest, het voedsel voor de vleesetende plant. We eten zelf ook onze eigen picknick, zwemmen in een kleine poel. Fantastisch uitzicht, maar zelfs zonder is deze waterval een zalige uitstap.
 
Hier de coördinaten, als U ook eens wil gaan. 

woensdag 18 maart 2020

Corona en kamperen

Tussen de eerste en de tweede golf Corona besmettingen in Vietnam, gingen wij kamperen. Het land heeft nu 66 besmettingen (waarvan 16 genezen), dus sinds een week of vier kunnen dat soort uitstappen niet meer.

Maar over dat kamperen had ik nog niet geblogd. En omdat mijn grootmoe van vorig-week-95-geworden geen bezoek meer kan krijgen, maar wél een tablet heeft met een icoontje EL EN CO, wil ik terug meer persoonlijke berichten schrijven.

Hou U maar vast. Ik wil nog over onze week in Maleisië bloggen, over oud & nieuw in Thailand, over de voorbije zomer. Ik zet die berichten op de data van toen, maar waarschijnlijk zult U dus wel van alles door elkaar zien passeren.

En ik vraag de dochter of ik toch wat foto's mag plaatsen, zodat grootmoe ons kan lezen én zien. Ze kan het misschien zelfs aan grootva vertellen. Wie weet kan ze ons op een helder moment ook aan hem tonen. Hij kijkt graag naar natuurreportages op tv, en hier zijn de landschappen zo mooi. 

Hoewel een scherm natuurlijk niet hetzelfde is. Allebei, maar hij zeker... Ze hebben knuffels en oogcontact nodig. Tegelijk zijn ze zo sterk, die generatie die de Tweede Wereldoorlog meegemaakt heeft. Zij zegt: we staan ervoor en we moeten erdoor. Over hun lippen geen enkele klacht!

*** Grootmoe, met ons gaat alles goed. We zijn gezond en voorzichtig, het is hier veilig. Ik denk heel, heel veel aan jou, aan jou en aan Grootva. ***



We gingen naar Bach Ma, een nationaal park op zo'n twee uur rijden van Hội An.

Het is mij nog steeds een raadsel waarom de Fransen per se tropische gebieden wilden koloniseren. De ambtenaren die in Saigon woonden, vluchtten naar de koele wouden van Sapa. Die van Đà Nẵng ruilden stad en strand zo vaak mogelijk voor de hoger gelegen bossen van Bach Ma.

Wisten ze dan niet dat het hier warm zou zijn? In de tot dan toe onontgonnen en inderdaad koelere bossen lieten de Franse families Franse villa's bouwen. Vandaag staan ze er vervallen bij. Verroeste smeedijzeren hekken, overwoekerde tuien, grote ramen die uitkijken op grote balkons en vergeelde foto's tonen de glorie van weleer. 

De Franse gemeenschap organiseerde wedstrijden op de tennisbaan van de ene, luie namiddagen bij het zwembad van de andere, jachtpartijen waarbij beren en tijgers geschoten werden. Vietnamees personeel bracht meneer, mevrouw en de kinderen in een rieten draagstoel ter bestemming. Dat gebeurde ook wanneer de Fransen gewoon bij elkaar op bezoek gingen, ze wilden blijkbaar écht niet zweten.

Wij zweetten wel. De camping - geen eigen tent meebrengen, gelieve de vooropgezette tenten te gebruiken! - ligt aan een waterval waar natuurlijke zwembaden in gebouwd zijn. Er zijn trappen en duikplatforms, ligstoelen en rieten parasols.

Allerliefste en Jana en later ook Lukas zijn niet weg te slaan van de rots waar de waterval een natuurlijke glijbaan uitgesleten heeft. Ze halen bij de redder elk een plastic matje en slieren daarop naar beneden. Opnieuw en opnieuw en opnieuw.



Om 18 uur en geen minuut eerder krijgen we onze tent toegewezen. We halen onze slaapzakken en opblaasbare matjes uit de koffer, het KUBB spel en een gitaar. Als je ervoor betaalt, dan steekt een opzichter het centrale kampvuur aan. Wij hebben zelfs een zak marshmallows mee, vast van plan om er een rustige en gezellige avond van te maken.

De andere, Vietnamese gezinnen die hun kinderen eens uit de sleur van thuis-scholing willen weghalen, hebben zo goed als geen bagage bij. Ze zullen op het blote plastic onderzeil van de binnentent slapen, onder een dun dekentje dat in de tent klaarligt. Eén van de Vietnamese vaders draagt een kleine draagbare box de tent in. Oh neen! Ze zijn toch geen karaoke van plan?

Opgelucht zien we een toezichter op de man en zijn hoogzwangere vrouw toestappen. Hij zegt iets en gesticuleert, ik hoop dat 'het niet mag'. Mijn opluchting is van korte duur, twee redders rollen nu zelf een grote box naar het grasveld voor onze tenten.

Eigenlijk kijken we er al niet meer van op. Waar meer Vietnamezen dan buitenlandse toeristen komen, gebeuren de dingen nu eenmaal collectief. Iedereen danst op te luide beats rond het centrale kampvuur. We lachen en halen onze schouders op. We weten al dat dit rond 21 uur weer voorbij is, en zie die kleuters plezier hebben.



Om 6 uur 40 lokt luide muziek me uit mijn tent. Lukas en ik waren sowieso al wakker en van plan om onze kop buiten te steken. Onze tent staat in de eerste linie en de zon warmt ons in geen tijd op. Bovendien is dit kamperen in een communistisch land. Alsof je op kamp gaat.

Het zou me niets verbazen als de bewakers het grasveld al van bierblikjes ontdaan hadden en ik daar nu de redders zou zien staan, voor een rondje ochtendgymnastiek. De tent van Allerliefste en Jana staat nog in de schaduw, zij komen er met slaperige oogjes uit.

Ik moet hen teleurstellen. Geen turnles, de muziek komt uit de tent met de kleine, draagbare box. 'Verdomme,' vloekt Allerliefste. 'Da's minder charmant.' En we besluiten dat we de tweede nacht opschorten. Het is nu vrijdagochtend - heel vroeg in de ochtend - en we zien een paar opzichters voor het weekend nog twintig extra tenten opzetten.

De dag is vroeg en dus nog lang. We kunnen tent leeghalen, ontbijten, zwemmen en dan nog een dagtocht in het nationaal park maken. 'Onze uitstap hebben we dan eigenlijk wel gehad. Nog zo'n nacht op de camping hoeven we niet meer.' 
 


In het nationaal park proberen we verschillende korte wandelingen aan elkaar te rijgen. Picknicken doen we bij een tempel bovenop de berg. Tijdens de oorlog hadden de Amerikanen hier een helikopterbasis en voorpost met artillerie, nu staat er een vredesklok. Lukas bonkt de boomstam aan de ketting tegen de bel, het geluid slingert zich - bong, bong, bong - door de mist die rond de berg hangt. 





Een paar kilometer lager stroomt een waterval van 300 meter. Boven moet je voor de veiligheid achter de rode lijn blijven staan die op de rotsen geschilderd is, je kunt het water niet zien vallen. We dalen de bemoste trappen af. Ze worden duidelijk zelden gebruikt. Er liggen bomen en de leuning is afgebroken. De treden brokkelen af, zijn onregelmatig, glad en stijl. Ik voel de spieren onder mijn huid trillen van de inspanning.

Beneden moeten we ons hoofd naar achter gooien om de waterval te kunnen zien. Zo hoog! Mijn camera heeft geen breedbeeld lens, ik krijg hem met moeite op de foto. Driehonderd meter naar boven klimmen gaat gelukkig een stuk vlotter. Morgen ben ik stijf, dat voel ik nu al. 





Ergens onderweg passeren we een tempel voor Lady Boeddha. Onder een boom staat een godenbeeld dat ik hier nog niet eerder zag. Of is het gewoon een meisje? Haar kapsel is wel typisch, zo staan Vietnamese kinderen ook op oude schilderijen.

Voor de tempel een beeld van de Godin met Duizend Handen, oftewel de Bodhisattva van Medeleven, Genade en Vriendelijkheid. Ik zag haar tot nu alleen maar in musea, nog nooit zomaar in het wild. 







Er is nog een wandeling die langs de oude Franse villa's loopt, architectuur en natuur. Dat willen we met mijn schoonouders doen.

Op voorwaarde natuurlijk dat ze komende lente tot bij ons geraken. We houden er - we zijn dan eind februari - ernstig rekening mee dat hun bezoek misschien niet doorgaat. Ook al hadden de kinderen zich in Corona tijden graag extra laten verwennen, zelfs zij beseffen dat ze beter niet meer zo hard naar bezoek van de grootouders uitkijken.

Dat is maar één van de zovele aspecten van leven onder Corona maatregelen, we maken geen plannen meer. Een ander aspect is dat we meer dan ten volle genieten van alles wat wél nog kan.

Ook nu, wanneer ik dit bijna een maand later schrijf en de tweede golf besmettingen de maatregelen nog aangescherpt heeft, genieten we van elk moment dat we buiten kunnen komen. Vliegeren op de rijstvelden achter ons huis of wandelen op het strand: wat zeldzaam is, wordt waardevol. 
 

*** Grootmoe, hieronder nog een foto van Jana. In haar zwemkleren op een standbeeld! Nadat we een paar Vietnamezen op dat stenen paard hadden zien kruipen, wou zij ook. Lukas is veel moeilijker vast te leggen. Die speelt en springt de hele tijd, ik doe mijn best om hem de volgende keer ook eens van dichtbij te trekken. ***




zondag 20 oktober 2019

Offline in het bos



Drie dagen in een bos? Op de laatste ochtend spelen we nog een gezelschapsspel dat we niet voor niets meegebracht willen hebben en ik lees mijn boek niet uit. Want ...

Er is een rivier en even verderop een waterval. Als we hier in de zomer zouden komen, zouden we meteen en hele dagen in het water zitten. Pootje baden. Stenen ketsen. Dam bouwen.

Nu loopt het regenseizoen op zijn einde. Kil en de stenen spiegelglad. Toch naar boven. Daar, vanop een boomstam, kijken naar hoe het water valt. Waar de rivier rustiger stroomt, waggelen soms ganzen. Wanneer de bosbeheerders naar hun werk trekken, rolt hun tractor door het water heen.

Wij dansen over de brug. Bij elke huppelpas veren de planken een beetje mee. Tien, neen, honderdtien keer per dag. De tijd gaat zomaar voorbij.






Er is ontbijt inbegrepen en verder vol pension of zelfkook. 'Maar voor vegetariërs kunnen we misschien onvoldoende variëren,' zegt onze gastvrouw. Dus kopen wij eerst een grote supermarkt in Đà Lạt leeg en koken we ons eigen potje. Aangevuld met groen uit de moestuin.

Na de rondleiding weet de dochter wat en waar ze mag plukken. Elke middag en elke avond rolt ze haar broekspijpen omhoog. Met een mand en op haar slippers trekt ze de modderige moestuin in. Oogsten, wassen, snijden. Koken in de buitenkeuken. De tijd gaat zomaar voorbij. 




Er zijn honden, wel vijf. De witste heten Lọ en Lem, letterlijk vertaald: Grijsaard en Arm. 'Jullie begrijpen vanavond wel waarom.' Wanneer we de roosters van de barbecue afnemen, nestelen ze zich elk in een ton. In de warme as.

We spelen een gezelschapsspel met Nha en Minh, een jong koppel uit HCM. Wanneer we klaar zijn, en ik verloren heb, rekken de honden zich uit hun slaap. Lọ en Lem zijn asgrijs en waterkruikwarm. Ze komen bij ons aan het kampvuur zitten. De ene kruipt op de schoot van de dochter, de andere op de stoel naast haar. 

Ze houdt de grote hond als een kloeke baby in haar armen, aait hem achter zijn oren. Het trekt door hun beider lijven. Jana glimlacht steeds breder, de hond krijgt knikjes in zijn gestrekte poten en knijpt zijn ogen tot spleetjes. Lọ en Lem blijven de hele avond in haar buurt. Asse en Poester, bijna altijd samen. Want dat is de vlotte vertaling van Lọ Lem. Assepoester.  

De volgende dagen volgen de twee honden haar over het hele terrein. Lukas en ik zitten nu aan het kampvuur. Geen vlammen om in te staren, maar een zachte zon en twee hangmatten aan een haak. Als ik over de rand van mijn boek kijk, zie ik het bos en onze hut. Onze hut in het bos. En de zoon in zijn verhaal. Ik gluur vaak. De tijd gaat zomaar voorbij. 









Er is een bos. We wandelen niet, we zwerven. Via een omtrekkende beweging, langs de rivier voorbij de moestuin, tussen het gras, recht naar omhoog. Daar waar het kaler wordt en de dennenbomen rijzen, slingert het smalle pad van de bosbeheerders. We doen zoals de zwarte hond die ons op al onze tochten volgt. Een pad is iets om van af te wijken.

We komen bij een lege koeienkraal waarin we Lukas en Mực opsluiten. We weten niet hoe onze tochthond heet, maar hij is zo zwart als inkt en zo dopen we hem. Inkt. Mực. Soms luistert hij als we hem terugroepen. 

Meestal loopt hij een paar meters voor ons uit. Wacht, blijft dan een hele tijd achterop, haalt ons weer in. Ook wanneer we de grote weg naar de dam nemen. Alleen wanneer het begint te regenen komt Mực heel even schuilen. 

Ik loop gebukt onder de paraplu die Lukas veel te laag voor mij omhoog houdt. 'Ruilen?' stel ik voor. Nu zien Allerliefste en ik die twee voor ons uit stappen. We horen hen babbelen en zingen. De tijd gaat zomaar voorbij.






Er is een bureau. Tussen de eettafels, leeshoeken, keukenblokken en kampvuurkring. Daarop stapels Vietnamese boeken, een paar gezelschapsspelen, een verfdoos en penselen. We ruilen onze modderschoenen voor de slippers die je in de gemeenschappelijke ruimtes moet aantrekken.

Ik blader door een boek van Nick Ut, de fotograaf die het napalm meisje vastlegde. Je moet geen Vietnamees kennen om zijn beelden te begrijpen. Lukas verzint een spel met schaakpionnen, Jengablokjes, speelkaarten en het bordschema van Mens-erger-je-niet.

Spelers moeten aan het begin van elk traject uit hun eigen huis vertrekken, mogen elkaar in het water duwen, kunnen de bus nemen, zetten hun pion bovenop een schaakstuk, verdienen punten bij de gemeente. Vergis U niet, de regels zijn zelf verzonnen maar strikt. Allerliefste vindt het onrustbarend dat ik het spel perfect kan volgen.  

Jana speelt niet mee. Ze zit aan het bureau naar het landschap te kijken. Dan bladert ze in het gastenboek naar een halve vrije pagina. De tijd gaat zomaar voorbij. 





donderdag 17 oktober 2019

In het bos daar staat een hutje





Na drie nachten Đà Lạt pakken we onze valiezen weer in. Gezelschapsspelletjes en laarzen, boeken en tekengerief, walkie-talkies. Het is voor het tweede deel van onze vakantie dat we zo veel bagage mee hebben.

We kruipen drie dagen in een bos waar geen buren zijn, geen markt, geen internet. Niets. En tegelijk zoveel. Want kijk, hierboven onze hut, hieronder de details.





De driehoekige hutten zijn kleiner, je kunt geen extra matras op de grond leggen. Dat deden wij, twee! In onze iets grotere hut, die ook een eigen badkamer heeft. Douche én buitendouche!

Alle andere ruimtes zijn gemeenschappelijk. Moestuin, open keuken, leeshoek, tekentafel, kampvuurkring. Alleen geen internet.



Eigenares Ly met de lange sjaal