Posts tonen met het label grootbrengen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grootbrengen. Alle posts tonen

woensdag 2 maart 2022

Waarom moeders van pubers minder bloggen

Ik wil ze niet tellen, de mamablogs. Tienduizenden eerste lachjes, eerste papjes, eerste stapjes en eerste woordjes staan online. Zo ben ik ooit ook begonnen. 

Maar de eerste examenstress? Het eerste liefdesverdriet? De eerste keer neen (of ja) tegen een jointje? Niet dat dit bij ons ... Maar hoe je met dat soort eerste keren als ouder omgaat, daar bestaan niet zo veel blogposts over. 

Waarom?

Privacy, da's zeker een deel van het antwoord. Pubers zetten van alles online, maar dat gebeurt onder eigen beheer. Iemand anders die over hen publiceert? Dat kan natuurlijk niet zomaar. 

Hmmmm. Mijn oplossing is dezelfde als vroeger. Ik toon tekst en foto en vraag om toestemming. Meestal knikken ze al zodra ze er nog maar een half oog op geworpen hebben. Zo veel vertrouwen dat ik hen nooit negatief zal neerzetten. Privacy kan je op heel veel manieren blijven beschermen. 

Tweede verklaring dan maar. Dat je over pubers niets kan schrijven omdat er niets meer gebeurt dat ook online goed staat. 

Haha! Pubers zijn van de leukste en boeiendste mensen die er bestaan. En schattig! Zo schattig als ze groot zijn. Want al die eerste keren en de daarbij horende zenuwen. Examens, donuts kopen, treinrit, scoutsweekend, babysitten, fietstocht. En dan die nieuwe vrienden, nieuwe vormen van vriendschap ook. Muziek waarvan je de naam maar niet kan onthouden, maar wel goed. 'So, there is this meme.' En ook nog het laatste filmpje van een vlogger die je zou moeten volgen. Een vraagstuk uit de les fysica die zij wél kunnen oplossen. De actualiteit waarvan ze soms veel beter op de hoogte zijn dan jij.  

Werkelijk. Pubers staan met al hun vragen midden in de wereld, er gebeurt elke dag wel iets interessants. 

Never a dull moment, dus. Waarom er dan zo weinig moeders met pubers bloggen? De echte reden is heel simpel. Een moeder met pubers heeft de avond niet meer voor zichzelf. Liggen die kleintjes al om 8 uur in bed, dan kan je na een snelle afwas, koekendozen vullen en kousen plooien nog snel een half uurtje achter je laptop. 

Met pubers daarentegen moet je om 8 uur mee op de zetel ploffen. Om naar een historische remake of het zoveelste medische mysterie te kijken. Avond na avond bespreken wij overdreven luid maar lekker gezellig de nukken en niet zo slimme beslissingen van een hele stoet hoofdpersonages. De volgende dag aan het ontbijt geven we met een posh accent de melk door. En na school vraag ik hoor het was via het up and down van the sats, veel leuker zo.

Om dezelfde reden lees ik ook vaak de young adult die ze uit de bib lenen. Wanneer hun zijn zich steeds meer buiten dat van jou afspeelt, zorgen verhaallijnen - op het scherm en op papier - voor een leefwereld die je wél nog deelt. Personages die je samen kent, een taal die je samen spreekt. 

Dus daarom bloggen moeders van pubers zo weinig. 

's Avonds moeten ze boeken lezen. En series kijken.

   

zondag 1 december 2019

Stafhouder

In de nieuwe reeks rond Sinterklaas hadden we de functie al zien passeren. Dus toen op het feest gevraagd werd wie kon helpen, vrijwilligde Lukas meteen.


Behalve dat de Pieten wel héél veel roet ophadden, bedacht ik nog dat dit misschien ook een interessante kwestie is voor een extra aflevering in de nieuwe Sintreeks:

Zetten kinderen in het buitenland ook hun schoen? Wie haalt daar de brieven op? Krijgen ze speelgoed? En reist Sinterklaas daarvoor dan echt de hele wereld rond? Wanneer en hoe?

Wij dachten ... Over land, waarschijnlijk met een jeep, om elke regio te kunnen bezoeken ... In de periode tussen de aankomst in Antwerpen en de nacht van 5 op 6 december ... Misschien dat de Sint er dan een week of twee tussenuit trekt, terwijl Conchita en konsoorten alles verder voorbereiden?

De dingen die we hier samen met onze kroost verzinnen! Niet dat we het verhaal kost wat kost willen rekken. Als ze zich afvragen hoe de Sint in huizen zonder schoorsteen binnen raakt, waar al dat speelgoed vandaan komt en waarom ze niet altijd krijgen wat ze in hun brieven verlangen, hebben wij altijd al naar hun ideeën gepolst. 'Hoe zit dat volgens jou in elkaar? Ja, dat is misschien wel een beetje vreemd.'

De magische periode duurt al bij al maar kort. Rond driejarige leeftijd beseffen ze voor het eerst wat er gaande is, vanaf de vijfde verjaardag kunnen ze er echt naar uitkijken, in het tweede leerjaar beginnen ze vaak al te twijfelen. Rond die tijd ontdekte de dochter hoe het in elkaar zit, en bijna ook de zoon. Maar toen vertrokken we naar Vietnam!

Hier in het buitenland zien we geen honderden slecht geklede hulp Sinten, worden we niet met speelgoedreclame om de oren geslagen, kennen we geen oudere kinderen die het geheim verklappen en ook geen Belgische kinderen bij wie de Sint helemaal niet langskomt.

Omdat niets doet twijfelen, kunnen kinderen in het buitenland doorgaans iets langer van de magie genieten. Ja, magie. In de kranten mag een conservatieve filosoof beweren wat hij wil, zolang we de vragen van onze kinderen serieus nemen - hier wordt geen leugen op leugen gestapeld, dissen we niet de ene onmogelijke verklaring na de andere op - en zolang het een onvoorwaardelijk feest is - hier bestaan geen stoute kinderen en moeten in ruil geen tuutjes gegeven worden - denk ik niet dat Sinterklaas hen permanente schade berokkent.

'We hebben jou een verhaal verteld,' zo zullen we het onze stafhouder uitleggen wanneer hij het magisch denken verliest en dé waarheid ontdekt. Of wanneer het hem zelf moeten vertellen. Omdat hij toch echt te groot wordt, en terug thuis tussen wereldwijze leeftijdsgenoten moet passen.

'Het was een sprookje waar jij elk jaar helemaal in opging. Een toneelstuk waarin wij en alle andere volwassenen een rol gespeeld hebben. Omdat het elk jaar opnieuw heerlijk was. Voor jou, maar ook voor ons. Wij vonden het altijd zo mooi om te zien hoe jij in het verhaal dook, en fijn om ook onszelf nog eens in een kinderverhaal te kunnen onderdompelen.'

Is het een keiharde leugen als zelfs het avondjournaal op de openbare omroep eraan meedoet? Of is 6 december het historisch gegroeide en cultureel geëvolueerde geschenk van een samenleving die haar kinderen één keer per jaar - en liefst allemaal samen - een magisch (en inclusief!) feest wil geven?

Misschien dat ik mijn mening ooit moet bijsturen, maar voorlopig geloof ik graag dat laatste. Dat zes december een datum ten dienste van de verwondering is. 
      

woensdag 6 maart 2019

Drie: gratis posters

Nadat ze de dochter in Meisjes en Wetenschap zag lezen, krijg ik op de ouderpagina van school bericht van een medemoeder. 'Hier een link naar posters van vrouwelijke wetenschappers. Je dochter kan zich trouwens helemaal op die website van Mighty Girl laten gaan.'

Nieuwsgierig klik ik door naar 's werelds grootste verzameling voor slimme, zelfzekere en moedige meisjes. Ik ontdek boeken en films met sterke vrouwelijke (hoofd)personages, muziek en speelgoed.

Jurken met ridders en draken, Wonder Woman capes, vrouwelijke T-shirts met het getal pi. Een pakket waarmee je een eenhoorn robot kunt bouwen en Lego-meisjes met een elektrische gitaar en een skatebord. Een cowgirls kleurboek en Locomotief Rosie als alternatief voor Thomas Trein.

Oh, en Barbie die kiest voor een carrière in wetenschappelijk onderzoek en ruimtevaart. Want zo zit dat nu eenmaal in elkaar: sterke vrouwelijke rolmodellen tonen meisjes meer mogelijkheden en zijn daarom zo hard nodig. 

'Als ze het niet kan zien, kan ze het niet worden' is ook het idee achter de posters van vrouwelijke wetenschappers. Kernboodschap: meisjes kunnen in de exacte, medische en computerwetenschappen om het even wat bereiken!

Mijn collage van de posters van vrouwelijke wetenschappers. Posters gratis aangeboden door Mighty Girl en Nevertheless, een (Engelstalige) podcast voor kinderen over girlpower en/in technologie 


zaterdag 26 mei 2018

Hoe reageren de kinderen?

Het moet zowat de meest gestelde vraag zijn. Gevolgd door: 'En wat ga jij daar doen?' Wel, de antwoorden liggen in elkaars verlengde.

Kinderen vragen er niet om dat ze zomaar verplant worden. Zeker niet als ze graag naar school gaan, en graag naar de scouts, veel speelkameraadjes in de buurt hebben en van die echt warme meters, peters en familie. Tegelijk volgen ze geïnteresseerd de app waarmee Allerliefste Vietnamees leert, weten ze al dat hun zakgeld in VND (Vietnamese đồng) in de miljoenen zal oplopen, gebruikt Lukas met veel plezier het gele Street View mannetje om virtueel ter plekke rond te wandelen en zoekt Jana het liefst van al online naar huizen.

Zoals ze zelf verwoorden: 'Vertrekken is lastig, daar zijn lijkt wel leuk.' 

Zo is het: afscheid nemen is zwaar. Aan de kast een rijstmandje waarin de kinderen briefjes stoppen. Wat willen ze absoluut meenemen? Wat willen ze voor het vertrek nog doen? Tussen het inpakken door proberen wij tegemoet te komen aan al hun zorgen en verlangens.

Zo zal het daar ook gaan. Ik ga de eerste maanden niets doen. Het is te zeggen: terwijl Allerliefste zich inwerkt in een nieuwe job, ga ik de kinderen eerst een beetje echte vakantie proberen geven, een nieuw sociaal netwerk uitbouwen, leuke hobby's proberen regelen, van alles uitzoeken, van ons huis een thuis maken, thuisonderwijs geven tot we een goede internationale school gevonden hebben en ze klaar zijn om die stap te zetten.

Daarna, als ik na een half jaar of zo weer eens toekom aan mezelf: uitrusten, lezen, uitzoeken wat ik daar kan en wil doen. Misschien ontdek ik een onverwacht talent, een nieuwe passie. Misschien leer ik wel koken. Misschien word ik freelance fotografe. Misschien word ik gastvrouw van onze hoogsteigen B&B. Misschien ga ik toeristen rondleiden. Misschien ga ik vertalen. Misschien ga ik gewoon weer teksten bewerken.

Misschien doe ik effectief niets. Ik weet het nog niet. Alleen dit. Eerst zorg ik voor mijn clan. Zodat ik op de vraag hoe de kinderen daar reageren, kan antwoorden: zeer goed.
    

vrijdag 13 april 2018

Goodnight Saigon

Ik pak dozen in, heel veel dozen. Met Classics 1000 op de achtergrond. Iemand noemde de voorbije week van radio 1 'een feest van de herkenning'. Ik verbaas me zelf ook over hoeveel herinneringen ik heb bij al die nummers uit de recente muziekgeschiedenis. 'Dat liedje leerde ik op taalkamp. En dat zongen wij op tweedaagse. Toen was ik verliefd. Toen had ik liefdesverdriet. En herexamens. Oh ja, die autorit. Die fuif. Die zomer.' Hebt U dat ook?

Op nummer 485 staat Goodnight Saigon, een klassieker waarbij ik tot nog toe geen enkele connotatie had. Maar het zal U niet verbazen, mijn hoofd zit vol Vietnam. Middenin het inpakken val ik stil. Nummer 485. Billy Joel zingt over de oorlog daar. 'And it was dark.' 



Allerliefste en ik hebben het er al over gehad. We willen de kinderen inlichten. Maar hoe vertellen we over die oorlog? En wat precies? Als ze in bed liggen, kijken wij beneden naar The Vietnam War, de reeks die momenteel op Canvas loopt. Het is - zoals altijd - een gruwelijke oorlog. They all went down together.

Toch kunnen we de kinderen er maar beter over vertellen. Want nog voor het vertrek vangen ze hier al een en ander op. Soms vragen familie en buren die zich die periode herinneren of alles daar nu veilig is. Sommigen weten zelfs waar Da Nang ligt: op de vroegere demarcatielijn. Wat zullen de kinderen ter plekke dan niet horen? We moéten de kinderen erover vertellen. Maar hoeveel? Wat wanneer? En hoe?

Nummer 485 krijg ik voorlopig niet uit mijn hoofd.
    

maandag 12 maart 2018

Onderkoeld enthousiasme

Ze had amper haar tanden gewisseld, toen ze op een dag van school thuiskwam: 'Mama, later ga ik naar de Wispelberg.' Ik verzekerde haar dat ze daar haar mooie hoofdje niet over moest breken. 'Die grote kinderen denken nu al aan de middelbare school, maar bij jou duurt dat nog jaren.'

Ik knipperde zelfs niet met mijn ogen en zie, ze zit in het vijfde leerjaar. Wij breken hier nu collectief onze mooie hoofden over het secundair onderwijs. Op aanraden van vrienden met oudere kinderen. Veel scholen gooien hun deuren open in het voorjaar, maar inschrijven moet je al in februari. Dus kun je beter nu al gaan kijken. Meer dan een jaar tevoren.

En zo zijn onze weekends momenteel gevuld met proeflessen, labobezoekjes, snuffelstages, schoolfeesten, infosessies. We kijken op de speelplaats, zwaaien lockers open en dicht, inspecteren refters, snuiven de muffe geur van turnzalen op.

Na elk bezoek krabbelen we op een blaadje de plus- en minpunten neer. Wat is onze eerste indruk? En hoe voelt het voor haar? Anders slaan we volgend jaar gegarandeerd al die scholen door elkaar. Daarna geeft zij sterren.



Dat is participatie in een onderhandelingshuishouden. Vader en moeder maken een preselectie, samen met de dochter gaan we daarna op scholentournee. Ze overlegt met ons en stelt een top 3 samen. Die zullen we volgend voorjaar ingeven in meld-je-aan.

Voor zover ik het centrale inschrijvingssysteem van de secundaire scholen in Gent begrepen heb, zit dat goed in elkaar. Je mag vijf voorkeuren ingeven en maakt meer dan 80% kans op een ticket voor de school van je eerste keuze. Of toch gemiddeld. Waar plaats genoeg is, heb je 100% kans, waar plaats tekort is natuurlijk veel minder.

En dat leidt voor mij tot volgend dilemma. Tijdens zo'n schoolbezoek durf ik al eens enthousiast worden. 'Het leerkrachtenteam ziet er hier wel gemotiveerd uit,' zeg ik dan bijvoorbeeld. 'De max, die eerste brede graad voor ASO en TSO.' Of: 'Pal in het centrum! Dat maakt het makkelijk bereikbaar en leuk om later het stadsleven te ontdekken.'

Tegelijk kunnen we niet laaiend doen. Het risico op teleurstelling als ze die plek niet krijgt, is te groot. Dus mag je niet volop kiezen voor een pedagogisch project, moet je bij elk bezoek eerder onderkoeld enthousiast zijn. 'Lijkt hier wel goed. Wat denk jij? Eentje voor de top 3? Hier wil je misschien wel naar school?'

Bij iets zo belangrijk als tmiddelbaar nergens volledig voor kunnen gaan, maar eerder matig enthousiast zijn? Ik vind dat niet gemakkelijk.
    

dinsdag 23 januari 2018

Tytgat truffels

Mijn ene collega is de échte moeder van Tina. De andere heeft het favoriete neefje en nichtje van 'de Jappe' in huis. De regisseur van theater Stap is familie van. Daarom dus slingert op bureau al maanden een lege doos Tytgat Chocolat.

Toen we ein-de-lijk the making off zouden bekijken, vulde ik de doos met wereldwinkel truffels. 'Van mijn collega's!' zei ik. 'Een cadeautje van achter de schermen. Want making off betekent dat we alles achter de schermen gaan zien.' En daarmee zat mijn voorlopig laatste uitleg erop.





Want oh jee, wat hebben we vaak op pauze geduwd.

Waarom werken die mensen daar op de inpak? Ik leg het concept beschutte werkplaats uit. Waarom moet Tina weg? Wat is een uitwijzing? Allerliefste legt het migratiebeleid uit. Waarom moeten ze stiekem geld pakken? Ik herhaal de uitleg van de serie, over verlengde minderjarigheid. Waarom heeft Spijker iets tegen homo's. Allerliefste legt misbruik uit en dat je dan iemand in vertrouwen moet nemen. Wat zijn die boekhouder en zijn opa met de fabriek van plan? Waarom komen die Duitse chocoladebazen op bezoek? Ik leg moeilijke woorden uit: CEO, Raad van Bestuur, statuten en hoe dat allemaal werkt.

Waarom foetert die man als zijn mama 'welkom in Joegoslavië' zegt? Waarom mag Jasper het liedje niet zingen dat hij van Tina geleerd heeft? Waarom mogen ze niet naar het ziekenhuis? Waarom wordt Jasper gevangen genomen? Waarom hebben Tina en Katarina papieren gebruikt van dode mensen? Allerliefste legt zeker dertien keer de burgeroorlog uit van ex-Joegoslavië uit, waar nu de grenzen liggen, hoe mensen in het 'verkeerde' gebied raakten en hoe de onderlinge spanningen nog steeds doorwerken.

Na elke uitleg duwen we weer op play.



En als zij het niet zag, trokken we wenkbrauwen naar elkaar. Ja, onderling hebben we het ons meerdere keren afgevraagd. Is het wel zo'n goed idee om met de dochter samen te kijken?

Zo hard als zij met Jasper meeleefde. Toen ze voorvoelde dat hij de trein zou missen. Toen het groepje voortvluchtigen onderling ruziemaakte. Toen ze een lift van de motards van de politie kregen. Toen Jasper en Spijker alleen verder trokken. Toen ze door twee agressieve bestuurders werden belaagd. Toen Spijker ziek werd.

Duizend keer. 'Hij gaat toch zeker zijn lief in Kosovo terugvinden, hé?'
 'Mijn collega's zweren dat op het einde alles goed komt.'
En voor het slapen gaan zong ik het liedje dat Raymond in de intro zingt.
'Alles komt in orde, liefste, alles komt weer goed.'
Dat hielp een beetje. 'Ik weet het wel, maar het is zo spannend.'

En zo schoon. Warm. Hartverwarmend.

Nu bijna alle truffels op zijn, nu we het ontroerende einde en de reportage achter de schermen hebben gezien, is ze laaiend enthousiast. Ze steekt de doos in haar boekentas, vertelt erover in de kring. 'Vriendschap en liefde, daar gaat het over. En positief denken.'

Thuis herinnert ze er mij regelmatig aan. 'Toftief denken, mama! Django zegt het ook.' Dan lach ik. En kriebel haar. 'Spannend, maar uiteindelijk wel goed dat we samen Tytgat Chocolat gekeken hebben, hé. Alles komt altijd in orde.'
     

zondag 3 december 2017

Ten dienste van de verwondering

'Hoe volwassenen zorgvuldig proberen een wereld vol spel en betovering te creëren, opdat iets daarvan zou afstralen op hen. Al die kleine rituelen, en de grote feesten, vakanties en verrassingen, allemaal ten dienst van de verwondering. Kijk naar de ogen van ouders op sinterklaasochtend. Zie hoe ze stralen, meer nog dan die van hun kroost. Als ouders maar begrepen dat het hun licht is dat alles doet glanzen, nog meer dan de cadeautjes en het snoepgoed. [...] Sinterklaas bestaat zolang ouders in hun kinderen geloven.' 

pagina 75, De Muze en het Meisje, Katrijn Van Bouwel
   

woensdag 12 april 2017

Op nummer 503

It isn't all it seems at seventeen. Met haar top duizend voert radio 1 mij vanmiddag terug naar de onzekere tijden van toen. Puistjes en scheve knieën. Slechte punten en de commentaar van leerkrachten: 'Ze kan wel als ze wil.' Een grote mond opzetten en stiekem zorgen hebben. Komt het ooit nog goed met zoveel herexamens? Onnozel springen op een scoutsfuif en stilvallen als de obligate slow eraan komt. Een jongen vraagt mijn vriendin ten dans, ik verberg mijn teleurstelling achter een flesje bier dat ik eigenlijk niet lust. Thuis grommen naar mijn ouders, mezelf zoveel mogelijk verstoppen op mijn kamer.

Ik wil absoluut nooit meer terug naar de tijd van zeventien, maar lang zal het toch niet meer duren. De dochter prepubert. Straks wordt heftig voor ons allemaal, waarschijnlijk nog het meeste voor haar. Begrip, dat wil ik proberen opbrengen.

Ik bewaar het liedje in mijn hoofd.

donderdag 30 maart 2017

Hoe voed ik mijn zoon op tot feminist?

De dochter heeft het helemaal mee. Staan er in het instructieboekje van de goocheldoos alleen maar mannen? 'Mama, dat kan toch niet! Er zijn ook vrouwelijke goochelaars. Waarom worden die niet afgebeeld?' En andere momenten.

De zoon daarentegen heeft kronkels die ik maar niet kan keren.

1.
Alleen de familie B. is mijn familie.
En omi en jopa dan? De tantes Clementine en hun dochters?
Dat is jouw familie. Zij heten niet B., zoals ik, en dat telt niet mee. 
Zeg! Je zat in mijn buik. Ook al dragen we niet dezelfde naam, ik ben jouw familie. 
Neen, niet echt.

2.
Papa zijn werk is belangrijker.
Hoezo? 
Hij werkt meer.
Ook in minder tijd kun je belangrijke dingen doen.
Maar hij werkt ook voor de hele wereld!
Ja. En ik werk voor kinderen in België. Vind je kinderen niet belangrijk?
Neen, niet echt.  


En dan is er nog dat idee van hem dat het zaadje alle slechte eigenschappen uit het eitje heeft weggeschoten. 'Gelukkig heeft papa dat gedaan, anders was ik zo'n vergeetkous als jij.'

Hij is voor mij best lief, hoor. En zich van geen enkel kwaad bewust. Maar van een aantal dingen is hij zo rotsvast overtuigd, dat zijn vader en ik hem graag op andere gedachten zouden brengen. Het lukt ons niet. De titel hierboven is geen truc om U te doen klikken naar een stuk dat het antwoord weet, ik zit oprecht met die vraag.

Hoe voed ik mijn zoon op tot feminist?
    

dinsdag 20 december 2016

Overwinningsfeestje

In een onderzoek over opvoeding zei een jongere ooit tegen professor Ann Buysse: 'Dankzij mij zijn mijn ouders tenminste mee. Anders wisten ze niet eens van Eminem.' Vanavond, zoveel jaren verder en aan de andere kant van de opvoedingslijn, had ik hetzelfde gevoel. Dankzij mijn kinderen ben ik tenminste mee.

Al wekenlang doen die twee dab hier en dab daar. Vrienden verstaan meestal niet wat het is en wat wij daar zo grappig aan vinden. Nu blijkt dab hét kinderwoord van 2016! En of wij mee zijn!

Bent U ondertussen tot hier geraakt en begrijpt U er nog steeds niets van? Dan praat ik U gauw even bij. Het kinderwoord van het jaar is meer dan een woord, het is een beweging. Snel en krachtig. Zo.










Wat het betekent? Volgens Jana een soort hoera. Lukas noemt het poëtisch 'een klein overwinningsfeestje'. Wel mooi. Als het kinderwoord dit jaar een heuse beweging is, laat die dan maar feestelijk zijn. Met veel hoera.
    

donderdag 8 december 2016

4/5e

Oh, werk jij vier vijfden?' En de ondertoon is: 'Toch luxueus om zomaar wat tijd voor jezelf te hebben.' Valt dat even tegen.

Ik spreid mijn 'vrije dag' namelijk van maandag tot vrijdag. Maak zo mijn eigen schoolbel-uurrooster. Wacht, ik zet het hieronder even uit. Met dank aan Yast, een gratis programma waarmee ik thuis en elders mijn versnipperde werktijd bij hou.


Met bovenstaande tijdsblokken kom ik aan de uren die ik officieel moet presteren. Jawel, binnen mijn 4/5e geen vaste dag voor huishouden, boodschappen, sport of andere. Die dingen moet ik combineren met de aanwezigheid en hobby's van de kinderen. Lees: duizend ballen in de lucht houden. Op het werk is het dan weer hard doorwerken om alles binnen die luttele uren rond te krijgen. Tijd voor mezelf zit er dus niet echt bij.

Tegelijk ben ik ongelooflijk content met mijn 4/5e. Want in praktijk zien mijn weken er zo uit.



 Of zo.



Soms zo.



Bijna elke week is er een lange werkdag. De kinderen blijven dan in de studie op school. Soms schrijf ik 's avonds nog wat verder aan een tekst. Als er woensdagnamiddag een grootouder vrij is, doe ik meestal ook door. En op het einde van de week vul ik steevast mijn excelleke aan. 

  • Eerste kolom: nummer van de week
  • Tweede kolom: totaal aantal uren gewerkt volgens Yast
  • Derde kolom: het verschil met 30,4 ofte mijn officiële tijd

Helemaal onderaan de derde kolom staat mijn totale aantal overuren. Meestal is de balans positief, ik werk doordeweeks vaak meer dan 30 uren. En wat ik de ene week teveel werk, spendeer ik op een ander moment aan mijn gezin. Een uurtje hier, een paar dagen daar. Het is hét voordeel van registreren: zonder schuldgevoel tijd stelen.

Dan ga ik zwemmen met de school. Ik leg die tandartsafspraak overdag. Doe tussendoor nog snel even boodschappen. Blijf een beetje langer plakken in de klaskring. Of ik overbrug alweer een schoolvakantie. Tijd puur voor mezelf is dat dus niet. 

Tegelijk zou ik niets anders meer willen dan zo'n flexibele - of eerder chaotische - 4/5e. Want ik haal de kinderen dus óók nog eens vaak om vier uur van school. En als we dan in de winter thuiskomen en eerst samen een tas soep drinken, of in de zomer speelvriendjes meenemen en in het park een ijsje eten, weet ik het wel zeker. Dertig uren per week werken levert geen tijdswinst op puur voor mezelf, maar ik geniet er wel van.

U gun ik dat ook. Eigenlijk zou de 30-uren-werkweek de norm moeten worden. In sommige landen is dat zelfs al het doorsnee ritme. Hier moet dat toch ook lukken?

**************




Dit is nummer acht. Nummer zeven is gênant. Nummer zes maakt nieuwsgierig (en is tegelijk een oproep). Nummer vijf linkt naar zeventien schrijfsels. In nummer vier ontdek je een straffe madam. Nummer drie gaat over ontbijten. Met nummer twee kijk je zo binnen in mijn bureau. In nummer één schrijf ik over de laatste keer. Hoe het allemaal begon, met dat project blogboek, lees je hier en daar.
   

maandag 9 mei 2016

Babies in bed

De uitgeverij heeft mijn zus de vroedvrouw gevraagd of ze van haar eerste prijs winnende bachelorproef over co-sleeping geen boek wou maken. En of ze dat wou! Een boek over baby's in bed, da's haar ding. 

Hier thuis is het ook ons ding. Jana is vaak tussen ons in het grote bed beland. (Soms gebeurt dat nog.) Vanaf de eerste nacht - die ene nacht in het ziekenhuis - sliep Lukas zo dicht hij maar kon bij ons. (Als hij zondagochtend in het grote bed komt knuffelen, kruipt hij nog steeds zo dicht mogelijk op ons vel.)

Het is wetenschappelijk bewezen: co-sleeping is goed voor babies. Indertijd organiseerden wij het zo. Met een simpel spijlenbedje-in-bruikleen van Ikea.



Omdat mijn zus in haar boek niet alleen wetenschappelijke inzichten, praktische tips en mooie zachte foto's wil, stuurt ze een vragenlijst de wijde wereld in: op zoek naar citaten en getuigenissen van co-slapers. Bij ons is het al een hele poos geleden, dus ik zet haar vragen even in de verleden tijd. 
  • Wat was je motivatie om samen te slapen? Het begon uit praktische overwegingen. Op onze bouwwerf was maar een kamer 'bewoonbaar', daar moesten we met ons hele gezin slapen. Het is ons groot geluk geweest. Toen de tweede baby er was, deden we het opnieuw - ook al waren er tegen dan in principe kamers genoeg. Ik ben nooit opgestaan om 's nachts te voeden, nam mijn babies gewoon bij mij. Als ze onrustig sliepen, kon ik zingen en mijn hand op hun buik leggen, uren aan een stuk. Als ik bezorgd was, kon ik naar hun ademhaling luisteren. 's Ochtends konden we elkaar meteen aankijken. Wakker worden en als eerste dat lachje zien is onbetaalbaar.  
  • Indien jullie al overschakelden op solitair slapen: wanneer was dat en hoe ging het? Telkens na 9 maanden, omdat ze de nachtvoedingen dan begonnen over te slaan en ik het gevoel had dat de kinderen dieper doorsliepen als ik niet in de buurt was. Ik vind het nog steeds een mooie gedachte: 9 maanden buik, 9 maanden bed en borst. Langer had zeker ook gekund, er stond geen limiet op. We hebben gewoon onze kinderen gevolgd. 
  • Kwamen jullie hierin overeen als koppel? Ja. Eigenlijk zonder voorafgaande gesprekken. 
  • Hoe was het voor je partner? Gezellig. 
  • Hoe beleefden eventuele andere kinderen in het gezin dit? De oudste was bijna 3 jaar toen de jongste bij ons sliep. We vertelden haar hoe zij dat als baby ook gedaan had. Dat het nu aan haar broer was, vond ze precies de normaalste zaak ter wereld. Ook nu nog vinden ze het principe van samen slapen allebei heel gewoon: ze doen het zelfs met hun knuffels en poppen.  
  • Als jullie dit verschillende keren deden: welke verschillen waren er eventueel tussen de kinderen? De tweede keer stond het bedje al klaar, vastgemaakt aan ons bed. We wisten al voor de geboorte dat we het opnieuw zo wilden. Een bewuste keuze deze keer. De jongste sliep al meteen de eerste nacht bij mij. Zie foto: ik legde de banaan van het voedingskussen tegen de boord van mijn ziekenhuisbed, dat leek mij het veiligste. 
  • Hoe organiseerden jullie dit praktisch? Zie tekening. En bovenste foto. Onze babies begonnen de nacht vaak in het aangebouwde deel van ons vergroot bed en eindigden meestal tussen ons. 
  • Hoe werd dit ontvangen in jullie omgeving (familie, vrienden, kinderopvang)? Niet iedereen wist ervan, moet ik toegeven. Omdat ik dat samen slapen ergens ook heel normaal vind, is het nooit in mij opgekomen om het te 'bespreken'. Voor ons was het niet zo heel bijzonder, eerder natuurlijk. Misschien dat ik het daarom nooit heb aangekaart?
  • Indien jullie een samengesteld gezin zijn: hoe verliep dat? Niet van toepassing.
  • Indien er sprake is van co-ouderschap: hoe verliep dat? Niet van toepassing. 
  • Indien er sprake is van adoptie / pleegouderschap: wat zijn jullie keuzes en ervaringen geweest? Niet van toepassing. 
  • Welke voordelen had co-sleeping voor jou? Zie motivatie. Ik heb het voeden 's nachts (en dus ook in zijn geheel) kunnen volhouden omdat ik mijn babies zo dichtbij had. Ik was blij dat ik hun ademhaling, hun knorretjes, zuchtjes en geluidjes kon horen. Ik kon hen van dichtbij steeds snel en goed troosten. En wakker waren we ook meteen bij elkaar.   
  • Welke nadelen? Eigenlijk geen. Ook vrijen lukt met een diep slapende baby in de buurt. (En als je het een beetje stil houdt.)
  • Andere? Ik ben blij dat we er een beetje noodgedwongen aan begonnen zijn. Als die verbouwingen er niet waren geweest, wat zouden we dan gemist hebben? Misschien is het toch wel zinvol om co-sleeping bij aanstaande ouders meer bekend te maken?
Als je zelf ook wil getuigen over je ervaringen met co-sleeping, reageer dan hieronder en ik stuur je de contactgegevens van mijn zus. 
  

maandag 18 april 2016

Op berenjacht

Het was al te merken aan de overdadige diashow: Tenerife is cultuur - af en toe een dorpsplein of charmante kerk, een overdekte markt hier en een zumería daar - maar vooral natuur.



Dus trokken wij zo vaak mogelijk de bergen in. Soms wandelden we tot 12 kilometer per dag. Om 's anderendaags nog een tocht te doen van 8 kilometer. Ik kan U verzekeren: voor kleine benen is dat een topprestatie!







Jana is acht en kan dat ondertussen wel aan. Zij houdt van de bergen en bijhorende rituelen. Steenmannetjes aanvullen. Pauzeren met chocolade. Uitkijken naar de picknick. Genoeg drinken. Onderweg veel vertellen, voornamelijk verhalen over vroeger. En achteraf zeker stretchen.

Zo huppelt zij als een berggeitje door het landschap.




Bij Lukas - bijna zes jaar - is het vaak nog trekken en sleuren. En ja, we kennen de tips over wandelen met kinderen. 'Kies een leuke eindbestemming, dat geeft hen een doel om naar de stappen.' Maar soms liggen de mooiste wandelingen in een lus!

'Maak het leuk onderweg. Zing liedjes, speel spelletjes.' Alsof die kinderen tijdens 'en de boom stond op de bergen' plots vooruit vliegen! Zelf enthousiast op berenjacht gaan 'dus moeten we erdoor!' is ook al geen wondermiddel. Het enige wat ik daarmee bereik is dat ik zelf buiten adem ben. Spelletjes onderweg zijn al niet veel beter. Met 'verstop je verderop, ik kom je straks zoeken' vorder je maar heel langzaam. 'Zoek vijf stenen' en even later 'drie speciale blaadjes' en nog later 'twee mooie takken' vertraagt de boel al evenzeer. (En het verzwaart je rugzak.)

'Trek erop uit met een groep kinderen, dat motiveert vanzelf.' Akkoord, dat klopt wel. Maar zo'n roedel kinderen staat nu eenmaal niet altijd ter beschikking. Kortom, goede tips, maar niet goed genoeg.

Neen. Wat volgens mij het beste werkt zijn stapsteentjes. Bij het begin van de tocht raap je een aantal steentjes op, elk steentje is goed voor een draagbeurt. Het aantal kies je volgens leeftijd en beensterkte van het kind, eigen draagvermogen en de duur van de wandeling.


Die steentjes maken het gezeur en de onderhandelingen over 'wanneer ga je mij nog eens pakken' veel hanteerbaarder. Sinds Lukas weet 'op is op' denkt hij goed na of hij een beurt zal inzetten. Zo kan het gebeuren dat hij op een tocht met vijf draagsteentjes uiteindelijk maar vier steentjes inzet: terwijl hij nog eentje achter de hand houdt voor wanneer hij écht niet meer kan, zijn we er al.

Volgend jaar is Lukas zes jaar en wil hij zes steentjes. Dat het eerder omgekeerd werkt, vindt hij onbegrijpelijk. 'Hoe lang duurt zo'n steentje?' vroeg hij ook toen hij zijn eerste kiezeltje had afgegeven. 'Tot wanneer ik moe ben,' want wie weet gaat het straks wel onverwacht stijl omhoog of steekt de wind op of... Net nu die steentjes blijken te werken, ga ik over de duur niet opnieuw onderhandelen. Een draagbeurt is een draagbeurt.

Een andere truc is kiezen voor een hoge moeilijkheidsgraad. Hoe avontuurlijker het parcours, hoe minder kinderen beseffen dat ze ook kilometers afleggen. Terwijl ze springen van rots naar rots of zich moeten concentreren op een via ferrata, lijken ze soms te vergeten dat ze wel degelijk aan het wandelen zijn.

En zo komt het dat wij in Tenerife ontzettend schone tochten gemaakt hebben. Van de coolste en meest avontuurlijk die ik al mocht ervaren. En zij zijn dus nog maar acht en vijf! De gelukzakken. (Als het er volgende week van komt, dan schrijf ik drie van de meeste spectaculaire wandelingen uit.)



Maar dus, stapsteentjes en een hoge moeilijkheidsgraad. En als we dan boven geraken, of op het einde terug beneden, dan...

dinsdag 22 maart 2016

En dat verdom ik

Aanslagen in Brussel. Zin om terug naar huis te fietsen, daar wat rond te lummelen. Niets doen, terwijl ik denk aan de slachtoffers en hun geliefden. Aan de mogelijk gevolgen ook voor onze samenleving: Zullen we hier samen tegen opgewassen zijn? Hoe groot is straks nog de ruimte voor begrip en solidariteit?

In plaats daarvan blijf ik op bureau en ban zoveel mogelijk nieuws en sociale media. Probeer met muziek op mijn kop door te werken, zo goed en zo kwaad als het kan.

Alleen soms ga ik online eens kijken. Voor mijn werk. Via het web verzamel ik adviezen over 'hoe praat je over dit nieuws met kinderen?'

Vooral voor begeleiders die met jonge kinderen werken - tot de leeftijd van 6 jaar - is dit misschien nog de beste strategie: 'Scherm ze af, de kans is groot dat hun ouders dat de volgende dagen ook zullen proberen. Als kleine kinderen nog van niets weten en je kunt ze ook verder nog behoeden, dan hoef jij zeker niet de eerste te zijn die het vertelt.'

En terwijl de tips verschijnen van Karrewiet en Klasse voor Ouders, Zitdatzo, Childfocus, de Standaard en het Nederlandse kennisnet (voor oudere kinderen), kom ik ook deze tegen. Het is misschien een beetje simpel en simplistisch, maar toch.


Edit: Genuanceerder. En mooi.
   

donderdag 17 december 2015

Dieselmotor

Ik had in september nochtans een mooi schema getekend op ons krijtbord. Een overzicht van hobby's en andere activiteiten. Zodat iedereen hier in huis zou weten wie-wat-wanneer-waar.

De hoe-vraag als in 'hoe geraakt dat grut ter plekke?' is meestal de moeilijkste. U kent die verhalen wel over vaders en moeders die weinig anders doen hun kroost over en weer rijden. De vrije tijd van kinderen begrenst die van volwassenen meer dan eens.

Hier niet. Alles gebeurt na school op school. Ik moet U zeker niet zeggen wat een ongelooflijke luxe dat is! Maandag respectievelijk kunstacademie en opvang (koek en melk!), dinsdag muziek en Frans speeluurtje, donderdag muziek en opvang.

Woensdag is de grote uitzondering: dan doet Jana yoga. Allerliefste stopt iets vroeger, pikt haar op en leest ter plekke een boek. In de hele puzzel was dat mijn enige voorwaarde: Lukas moet niet meegesleurd worden in / naar de hobby's van zijn zus, hij mag lekker thuisblijven.



Spijtig dat volwassen activiteiten niet op het werk zijn. Op dinsdag een kinesist aan mijn bureau, op woensdag met de collega's gaan klimmen. Dat zou wat zijn! Maar neen, de realiteit is dat wij moeten buitenkomen. En ook in het weekend doen we alles flink op ons eigen. Zwemmen, scouts en boekenjury. Stel je voor dat die dingen ook op school zouden gebeuren! De kinderen zaten daar 7 dagen op 7, dat kan onmogelijk de bedoeling zijn.

Maar wat ik dus wou zeggen... 1) Hoe breder de school, hoe liever! 2) Tot vorige week twee week vergat ik nog om Lukas een extra koek mee te geven voor Frans. 't Is dat ik traag op gang kom, als een dieselmotor. Nu ik het schema eindelijk gewoon ben, word mijn roulement onderbroken door veertien dagen vakantie! (Dat komt niet goed in januari.)

Niet dat ik er niet van ga genieten.
Als U de komende dagen verlof heeft, wens ik U van harte hetzelfde.
    

vrijdag 20 november 2015

De duidelijkste krant

De dag dat zij - een kleuter nog - vroeg wat 'indexsprong' precies betekende, besloten we: als ze treffelijk kan lezen, krijgt ze een abonnement. Sinds september is het zover. Cadeau voor haar 8ste verjaardag: een schoolabonnement op Wablieft.

Elke week op woensdag of donderdag valt hij in de bus, de duidelijkste krant van het land. Elke week is ze benieuwd. Wat is het nieuws? Welk woord zoekt het kruiswoordraadsel? Ik kijk er ook telkens naar uit, samen met haar én vanuit professioneel oogpunt. Wat zet de redactie op de cover? Hoe brengen ze het nieuws in heldere woorden? Hoe doseren ze deze keer slecht en goed nieuws?


De krant circuleert bij veel volwassenen thuis, in het tweedekansonderwijs en in talloze lessen NT2, Nederlands als tweede taal. Ook veel kinderen lezen Wablieft. De redactie is zich daar duidelijk van bewust. Zo las ik op de eerste schooldag een reportage over kinderen die in hun pyjama naar de klas mochten komen, kwestie van rustig aan het jaar te beginnen. Vorige week stond de nieuwe K3 op de cover. Op de sportpagina's ging het al eens over Zwerkbal van Harry Potter in het echt.

Maar schijn bedriegt. Het is géén kinderkrant (zoals deze). De redactie brengt ook slecht nieuws. Bijvoorbeeld: de aanslagen in Parijs.

Ik was benieuwd hoe ze het zouden aanpakken. Vind het alweer knap gedaan. Een greep uit de artikels verspreid over de cover en pagina 4.
  • 'Parijs in rouw': mooie titel. Beter dan pakweg 'Gruwel in Parijs' zoals zoveel media gebruiken.
  • Droge feiten, niet verbloemd maar wel ontdaan van details: 'De daders van de aanslagen schoten op gewone mensen in een concertzaal, op een terras, op straat. Er vielen meer dan 130 doden.' 
  • Wablieft stelt ook kritische vragen: 'Frankrijk reageert hard en bombardeerde al in Syrië. Zullen de bommen op Raqa en op andere plekken in Syrië de terreurgroep IS zwakker maken?'
  • En er is altijd een woordje uitleg: 'De dienst voor inlichtingen is van de overheid. Speurders van de inlichtingen houden mensen in de gaten. Hielden ze de daders voldoende in de gaten?'

Maar het meest gecharmeerd was ik door de opiniepagina. 'Deze week schrijft Wablieft geen mening. Er zijn zoveel meningen, zoveel oordelen. Daarom laat Wablieft deze plek nu wit. We denken aan alle slachtoffers van geweld.'



Andere media zouden een gelijkaardig standpunt uitwerken in een column van een hele pagina. Wablieft houdt het kort maar krachtig. Het is van het zuiverste dat ik deze week over Parijs gelezen heb. Wablieft bestaat 30 jaar. Als het aan mij ligt nog vele jaren. Wij blijven geabonneerd.
     

zondag 15 november 2015

Kijk naar de helpers

Helaas, er is de laatste maanden weinig anders dan gruwelijk nieuws, ik ken onderhand de adviezen over 'hoe vertel je vreselijke actualiteit aan kinderen'. Vandaag doe ik er niets mee. Een reeks aanslagen in Parijs, waar we geweest zijn en nog teruggaan? Dat komt te akelig dicht bij hun wereld. Dus zetten we de radio uit en leggen de krant buiten bereik. (Geen TV in huis is deze keer wel handig.) Het is regel 1: scherm (kleine) kinderen af van info en beelden.

Van mij mogen ze best weten hoe de wereld in elkaar zit. Dat het niet altijd rechtvaardig of veilig is, dat er vreselijke dingen gebeuren. Geïnformeerd zijn ze hier wel degelijk. Dat er mensen (en kinderen) omkomen door bommen en in bootjes, door bevingen en bandieten, dat weten ze zeer goed. Maar op één of andere manier zijn dat dingen waarbij ik telkens kan zeggen dat het hen nooit zal overkomen. Bij dit nieuws kan ik dat niet beloven. Dus hou ik het liever van hen weg. Ver weg. Ik wil niet dat ze zich zorgen maken, bang zijn. Daarvoor hebben ze later nog tijd genoeg.

Mijn kleuter ga ik hopelijk weg kunnen houden. Ik denk niet dat de gruwel maandag spontaan in de vertelkring aan bod zal komen. Mijn 8-jarige is sowieso een alert kind - en bij dit soort dingen snel ongerust. Ik heb daarom liever dat we het haar zelf kunnen vertellen, voor ze elders iets te horen krijgt. Maar misschien doen we het pas maandagochtend. 'Er zijn dit weekend aanslagen gebeurd in Parijs, er zijn veel mensen gestorven, het was heel erg en het zou kunnen dat er vandaag op school over gepraat wordt.' Als ze vragen heeft - en die kans is groot - krijgt ze antwoord. Als ze beelden ziet - maar die kans is kleiner - dan doe ik zoals de moeder van Fred Rogers.


Ik besef wat een enorme luxekwestie deze vraag is. Twijfelen of en hoe ik mijn kinderen negatieve berichten uit de actualiteit vertel. Er zijn moeders en vaders die geen keuze hebben: ze zitten er met hun kinderen middenin.

Maar ik weet het dus niet. Hoe pakken jullie dit aan? 

Edit: Info die ik de komende week waarschijnlijk nog nodig zal hebben... De tips bij jeugdjournaal Karrewiet. Deze blog voor rouwverwerking. En hoe het nieuws afstemmen op de leeftijd van het kind. Grotendeels gesprokkeld via I.
    

donderdag 22 oktober 2015

Sleutelkind

Al heel lang wil ik iets schrijven over kinderen hebben, houden en loslaten. Want ja, ik verwacht wel degelijk van mijn kinderen dat ze ooit op eigen benen staan. En ik vrees dat het te laat is wanneer zij achttien zijn en ik zeg: 'Nu nemen jullie maar de rugzak, hup, die wijde wereld in.' Als ze dan nog nooit hun plan hebben moeten trekken, niet geleerd hebben om een onverwachte situatie in te schatten en hun buikgevoel te volgen, tja.

Dus ben ik er al vroeg mee begonnen, met dat loslaten. Zo vanaf de tweede kleuterklas stuurde ik hen voor melk of eieren naar Moniek van het buurtwinkeltje aan dezelfde kant van de straat. Of naar de overburen dertig huizen verderop. Ik in mijn, de buurvrouw in haar deurgat om te controleren of ze wel goed uitkijken tijdens de oversteek. (Zelfde scenario voor haar kinderen.) Ik liet hen af en toe alleen thuis terwijl ik korte boodschappen deed - aanvankelijk zelfs geparkeerd voor een filmpje, zodat ze zich niet verkijken op de tijd. Tien minuten kunnen wel een uur lijken als ze zich niet onderdompelen in iets anders.

Tegelijk liet ik ze scharrelen in het park achter onze tuin. Eerst stoepkrijten terwijl ik ze vanuit het raam kon zien. Of iets verderop gaan schoppen in de zandbak, als ik wist dat daar andere kinderen waren met ouders die ik vertrouw. Na een tijdje steeds langer alleen en verder weg. Rolschaatsen op het woonerf àchter het park. Na het spelen bij een vriendinnetje twee straten verderop alleen naar huis komen: sms-je naar mij wanneer de dochter daar vertrekt, sms-je terug wanneer de dochter hier aankomt. (Zelfde scenario voor dat vriendinnetje bij ons.) Of ook: urenlang kampen bouwen in de struiken ver voorbij waar ik ze kan zien.

Dat alles met de nodige afspraken. 

  • Niemand binnenlaten als wij er niet zijn, zelfs niet iemand die ze kennen. (Want wat is "kennen"? De postbode die ze goeiedag zeggen, kennen ze hem?) 
  • Bellen als er iets is, om het even wat. (We hebben een vast toestel waarop onze mobiele nummers plakken en oefenen het telefoneren.) 
  • Nooit de straat oversteken naast het park, dan zijn ze te ver gegaan. 
  • Met niemand meegaan, zelfs niet met iemand die ze kennen. (Want wat is "kennen"? De mevrouw die de leguaan op haar schouder zo graag demonstreert, kennen ze haar?) 
  • Geen snoep of koek aannemen, geen nest pasgeboren puppy's / kittens gaan bekijken, geen eindje meegaan met een vriendje - altijd eerst komen vragen. 
  • Geen volwassene helpen. (Een vreemde boodschap ja, maar daar dienen kinderen niet voor. Hulp moeten volwassenen aan andere volwassenen vragen.)


En met de nodige opvolging. Testen of ze wel degelijk voor niemand opendoen. Vanuit de supermarkt een keer bellen of alles oké is. Op de uitkijk staan en sms-jes sturen. (Eigenlijk wil ik dat van 'nooit meegaan met een vreemde' ook eens testen.)







Mijn theorie? Na verloop willen kinderen langzaam hun wereld verbreden. Zo vroeg Lukas in de tweede kleuterklas met aandrang of hij nu ook eens alleen thuis mocht blijven. Zonder zus. Terwijl hij tijdens het scharrelen wel opvallend dichter in mijn buurt blijft. De toertjes die hij in het park fietst, waren de voorbije zomer eerst nog vrij dicht bij huis - pas na een paar dagen werden het grote lussen tot aan de speeltuin. Kampen bouwen in de struiken verderop doet hij liever niet. Samen met mij op het wegje de haag snoeien en alleen verder doen als ik naar binnen ga, dat voelt dan weer wel oké. Kortom, kinderen geven zelf wel aan waarvoor ze klaar zijn. Telkens als ze zo'n volgende stap nemen, recht ik mijn schouders en herhaal tig keer in mezelf: 'Niet bang zijn. Geen rampscenario's bedenken. Niet onbewust eigen ongerustheden op hen gaan overdragen.' Want zoals I. op het einde zo mooi schrijft: 'Bovenal blijkt het een kwestie van angst. Het besef dat niks me banger maakt dan het vooruitzicht dat ik een kind zou opvoeden dat bang is van de wereld.' 'Een kind moet voorzichtigheid leren, geen angst,' las ik bij de reacties. En ik knikte in gedachten.

Dat was allemaal voor zij een sleutelkind werd. In september startte ze in het derde leerjaar en vroeg ze of ze alleen naar huis mocht gaan. Vond ik het nog steeds mijn verdomde plicht om haar het volle vertrouwen te geven? Slik. En nog eens slik. En uiteindelijk ja. Maar het is elke dag met een klein hartje. Ik ga naar school om ook haar kleine broer af te halen en steek haar de eerste drukke straat over. (Die etappe wil ze binnenkort doen met 'de rij' - onder schoolbegeleiding dus.) Vanaf daar volgt ze haar eigen tempo, haar eigen hindernissenparcours. Ze moet twee zijstraten passeren, ter hoogte van een verkeersdrempel een straat oversteken, invoegen op een fietssnelweg, onder de brug door, afslaan op een fietsknooppunt waarbij het klaverblad van de E17 in het niets valt, weer een straat oversteken, het park door. Onderweg overal verplicht stoppen vóór ze links en rechts kijkt of het veilig is, niet alleen maar wat vertragen. Dan het fietshok met de sleutel open krijgen, fiets parkeren. Het steegje doorsteken naar de achterkant van het huis, eerst tuinhekje dan tuindeur openen en - oef! - thuiskomen.

Hoe spannend dat is. Niet alleen voor mij - ik kom met Lukas soms een half uur na haar aan. Terwijl ik op mijn tanden bijt en in gedachten alle moeilijke passages op haar weg passeer, nemen hij en ik samen een lange avontuurlijke weg. Alles opdat zij haar tocht zelfstandig kan doen. (Lukas heeft niets in de gaten, vindt dat stukje met mij gewoon wat extra leuke, exclusieve aandacht.) Ook voor haar is het spannend. Telewerkend zag Allerliefste haar een keer arriveren. Ze stapte niet maar liep als een Duracell konijn van de fietsberging naar de achterdeur, zo snel mogelijk naar binnen. Een andere keer stond ze in tranen buiten te wachten, de sleutel klikte niet in het slot. Sindsdien weet ze ook bij welke buren ze mag aanbellen. En daar heb je het dus: je plan leren trekken.

Wat helpt? De nuchterheid - en stafkaart! - waarmee vriendinnen dit eerder al aanpakten. En het gevoel dat het hier in de buurt normaal is. Zoals onlangs toen ze de openingsdrink op school te druk vond en alleen naar huis wou vertrekken: ik stak haar eerst nog de gevaarlijkste straat over, keerde terug naar het feestgedruis en zou met Lukas zeker meer dan een uur later thuiskomen. De laatste praatjes die ik op de receptie deed gingen van 'ik ga niet lang meer blijven, want mijn dochter...' Alle antwoorden klonken hetzelfde: 'Maar dat is net prima! Ge zijt goed bezig!' Van positieve bevestiging gesproken. Ik ben blijkbaar geen ontaarde moeder.

Maar het is toch waar zeker? Hoe meer scharrel- en sleutelkinderen, hoe toffer en normaler en veiliger voor alle kinderen.
    

donderdag 8 oktober 2015

Zwemkotje

Zwemmen, zwijg me daarvan. Of toch alles wat bij zwemmen komt kijken.


        

Dat gedoe met die kleerhangers met hun haken, netjes, bakjes. Het kan me niet schelen welk model het zwembad gebruikt, het is altijd onhandig. Kleren en schoenen passen er nooit op. Het geheel past nooit in de veel te smalle kastjes. Als het na veel duwen en stampen toch lukt, moet je alles er weer uithalen om 50 cent uit je zakken te vissen zodat je het kastje op slot kunt doen.

De fase vooraf in het kleedhokje is ook al geen pretje. Die kotjes zijn te klein, te nat, te vuil. Er zijn te weinig haakjes en als ze er zijn, vallen die rotkleerhangers er telkens weer af. En dan dat systeem om de deuren te sluiten. Je moet met je ene voet de overkant dichthouden, terwijl je aan de andere deur het klapbankje of een hendeltje naar beneden doet.

Als er dan ook nog eens twee kinderen met jou mee gaan zwemmen - of beter: jij met hen - dan is het helemaal miserie. Je hebt in totaal drie van die onhandige kleerhangers. Samen met drie paar schoenen onmogelijk in één kastje te krijgen. Dus moet je twee keer 50 cent zien te grabbelen. Het te kleine kleedhokje is nog kleiner. Als je de deur dichtdoet, moet iedereen zich eerst tegen de muur wurmen. Waarom zwaaien die deuren ook naar binnen? Als je dan eindelijk die hendel of dat bankje naar beneden krijgt, moet je opletten dat er geen vingers tussen zitten.

Al heb ik in dat kotje ook al heerlijke dingen meegemaakt. Vorige zaterdag kon ik mijn lachen haast niet inhouden bij de conversatie van de buren. (Nog zoiets: flinterdun die wandjes, akoestische privacy nihil.)

Kind 1: 'Papa, jij hebt zo'n dikke piet.'
Vader wil het waarschijnlijk netjes houden. 'Ja, ik heb een dikke poep.'
Kind 2 tegen Kind 1: 'Later krijg jij ook zo'n dikke piet.'
Vader reageert niet.
Kind 1: 'Papa, jij hebt zo'n dikke PIET. Niet poep! PIET! En zo groot. Dik en groot.'
Kind 2: 'Ja, en met haar.' Tegen Kind 1: 'Later krijg jij daar ook haar.'
Kind 1: 'En dan wordt mijn piet ook zo DIK en zo GROOOOT!'
Vader doet voort. Wil waarschijnlijk zo snel mogelijk dat hok uit.

(Ik wou nochtans nog knipogen naar hem terwijl we zouden staan sukkelen aan de kastjes. Zo van 'die kinderen toch!' Maar misschien zou die vader mijn non-verbale communicatie anders interpreteren.)

't Is dat we daar met z'n allen in ons blootje staan, dat lokt natuurlijk vragen uit. Zo gebeurde het helaas niet in onze private badkamer maar in het openbaar zwembad dat mijn kinderen onlangs hun seksuele voorlichting wilden voortzetten. Ik weet niet eens meer langs welke weg in het gesprek ze er toe kwamen, maar plots vroegen ze daar in dat kotje hoe zaad er nu precies uitziet. 'Niet één zaadje, maar als het uit de piemel komt.' Ik heb naar best vermogen geantwoord. Zocht naar iets uit hun leefwereld. 'Weet je nog, als je een ei breekt, dat er eigeel en eiwit in zit? Allemaal zaadjes samen lijken een beetje op eiwit: plakkerig en niet zo vloeibaar als water. Het is van kleur wel iets witter en het heet sperma.' (En ik weet wel, er zijn nog meer verschillen. Maar dit leek mij voorlopig toch voldoende informatie.)

Langs de buitenkant klink ik alsof ik uitleg waarom de blaadjes in de herfst van de bomen vallen. Vanbinnen denk ik 'waarom nu en wat komt er nog?' Maar zij knikken en schakelen nonchalant over op een ander onderwerp.

Bij deze mijn excuses aan diegenen aan de andere kant van het kot. Misschien vond u mijn antwoord niet gepast, misschien vond u uw kinderen nog te jong. Als u het wél een goede uitleg vond, misschien stiekem zelfs een beetje blij was dat u het nu niet meer zelf hoeft te vertellen of dat u voortaan een geschikte vergelijking voorhanden hebt, graag gedaan.