Posts tonen met het label duiken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label duiken. Alle posts tonen

dinsdag 15 september 2020

Wij snorkelen

Van onder water herinner ik me vooral dat mijn oren pijn deden en dat het koud was. Van boven water herinner ik me hoe mooi ik alles vond.

Zo wordt het natuurlijk steeds moeilijker om met hen mee te duiken! Zuurstofflessen en stoere verhalen, terwijl ik niet eens beschaamd ben om een reddingsboei mee te nemen!

Lukas en zijn juf ook niet. Met onze zwembanden en drijfplankjes dobberden we naast elkaar. Had er iemand koffie geschonken, dan waren er waarschijnlijk kopjes gedronken. Zo gezellig was het, zoveel werd er gekletst. 

Hoe die ene vis zou heten? In het Engels en in het Nederlands. Waarom een school altijd van ons weg lijkt te schieten? En een eenzame vis onbevreesd tot bij ons durft te zwemmen? Tot welke categorie dieren de koraal zou horen?  

'It has to be the domaine of living things, that's for sure!' hoor ik Lukas tegen zijn juf zeggen. Hij heeft in Science taxonomie geleerd, ik begrijp niets van die reeks. Kingdom, division, class, order, family, tribe, genus, sectio, series, species, variety, form. De juf zegt dat ze het maandag kunnen opzoeken, koralen zijn volgens haar misschien wel een categorie apart. 

Over naar het internet, dat zou ik in haar plaats ook zeggen. 'The classification of corals has been discussed for millenia, owing to having similarities to both plants and animals.' Ik zwaai dat ze hier eens moeten komen kijken. Kleine visjes plukken eten van een zee-anemoon. Ze wuift haar lichtbruine tentakels zo dat we af en toe een glimp van haar buitenkant / onderkant zien. Die is fel koningsblauw en vloeit zilverachtig vertraagd, als de mantel van een stierenvechter in slow motion.

'It's beautiful!' roept de juf. 'Amazingly beautiful!' Wanneer we daar een half uur later terug op ons dooie gemak voorbij peddelen, knibbelen nog maar een paar vissen aan de lichtbruine krullen, verder is de anemoon helemaal dicht geklapt. Ik denk dat ze een dutje wil doen, de juf vermoedt dat de anemoon er even genoeg van heeft. 'As if she wants to say those fish that her shop is temporarily closed.' 

'Maybe she needs to hang a sign...' zegt Lukas. Ik zie wel een soort teken, de buitenkant van de anemoon is nu helder paars. In afwachting van mijn eigen onderwatercamera geeft deze en deze online foto U misschien een idee. Astonishing! Startling! Bewildering!  

Een dag met Ms. Lindsay op stap en mijn Engels gaat alweer met hinkstapsprongen vooruit. Lukas vindt dat een bijkomend voordeel, ik kan dat Engels classificatiesysteem al niet meer volgen, ik weet niet wat te doen met improper fractions with different denominators en ik begrijp niets van de Amerikaanse burgeroorlog. Ik moet volgens hem terug naar de lagere school, bij zijn juf in de klas! 

Hij heeft gelijk. Ik schrijf mij meteen in voor het lesblok snorkelen. 

     

maandag 14 september 2020

Hoofdstuk 16

'Het gaat er niet alleen om dat we onder water geen adem kunnen halen, maar ook dat we de druk niet aan zouden kunnen. [...] Als je op het land naar een hoogte van 150 meter gaat - bijvoorbeeld de top van de kathedraal van Keulen of het Washington Monument - is de verandering in druk niet waarneembaar. Op dezelfde diepte zouden je aderen springen en je longen ineengedrukt worden tot het formaat van een colablikje.'

Toen heb ik dat boek van Bill Bryson weggelegd. Twee dagen later zouden we nog eens bij Chàm eiland duiken, misschien toch beter dat ik me niet al te veel bewust was van de vervorming van inwendige organen onder water.


Ik moest mezelf eraan herinneren, toen ik hen de lucht uit hun BCD - buoyancy control device - zag duwen. Dat hun lichamen echt niet zo snel samen geperst zouden worden, daarvoor zouden ze niet diep genoeg gaan. Bovendien bestaan ze zelf grotendeels uit water, waardoor hun cellen dezelfde druk zouden behouden als het omringende water en ze 'feitelijk onsamendrukbaar' zouden zijn. 

'Het zijn de gassen in je lichaam, in het bijzonder in de longen, die het probleem zijn. Deze worden namelijk wel ineengedrukt, hoewel niet bekend is op welk moment de samendrukking fataal wordt. Tot voor kort dacht men dat iemand tot een diepte van zo'n 100 meter duikt op een pijnlijke manier zou sterven doordat zijn of haar longen of borstkas ineen zou klappen, maar vrijduikers hebben herhaaldelijk het tegendeel bewezen. Het schijnt, aldus Ashcroft, dat mensen meer op walvissen en dolfijnen lijken dan we dachten.' 

De dochter als dolfijn en Allerliefste een wimpelvis, een beetje punk en heel mooi. Zo probeer ik ze me voor te stellen. En dat ze weten hoe dat moet, in etappes terug naar de oppervlakte stijgen, zodat de verhoogde concentratie stikstof in hun bloed de tijd krijgt om als bij een geopende fles champagne in kleine belletjes op te lossen, dat probeer ik ook te onthouden.

Gelukkig! De dochter weet hoe het moet. De boot mag nog zo wiebelen, met haar regulator in en haar vingers op haar duikbril springt ze zo in al dat blauw. Vinnen aan haar voeten, misschien voelt dat echt als een vis in het water. 

Deze week lees ik weer verder in Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles. Neen, deze link is niet gesponsord, ik vind dat echt een heel boeiend boek. Maar wel blij dat ik hoofdstuk 16 voor het weekend even opzij gelegd heb. 

           

maandag 15 juni 2020

Barodontologia

To: Ms. Pascaline

This weekend Jana suffered from barodontologia, severe toothache caused by change in pressure due to a combination of diving and blocked sinus. She can participate in the swimming lessons today but should not be forced to dive or go under water. 

Thank you for your understanding and for following up,
Ellen (+84 96 963 etcetera)

Ik wist niet dat het bestond, de begeleidster vond het wel interessant. 'Goed dat je dochter de onderwatersignalen zo goed kent en haar kaak aanwees, ik wist meteen wat er aan de hand was. Typisch verschijnsel bij duikers en bergbeklimmers, maar nog nooit meegemaakt.'

'Cô gái tóc vàng sẽ lặn!' riep iemand op de boot. 'Het blonde meisje gaat snorkelen!' Ze kreeg een andere begeleider mee, zodat wij weer onder water kon verdwijnen.

Allerliefste met een collega, zo'n 20 meter diep. Ik met nog een andere collega en Lukas, die maximum 12 meter diep mag. Voorlopig verschuil ik me graag achter zijn limiet...

Mijn probleem - zo waarschuwde ik alvast tijdens de briefing - is namelijk dat ik niet kan zinken. Al die zwembadspelletjes waarbij je iets moet opduiken of om ter langst op de bodem blijven, dat is mij nog nooit gelukt. De eendenduik, waarbij het achterste even boven water steekt en je vanuit die positie diagonaal naar beneden zwemt, kan ik ook al niet.  

'Geen zorgen' zei de begeleider, 'desnoods trek ik je naar beneden.' Na een tijdje had ik de techniek van buoyancy min of meer vast. Het vermogen om in water, lucht of andere materie gewichtloos ter plekke te blijven, check! Maar mijn trommelvliezen bleven pijn doen. (Ik kon slikken en door mijn neus blazen zoveel ik wou, die druk kreeg ik niet genivelleerd.) En ondanks een neopreen pak met lange mouwen en pijpen had ik het koud! Hoe moet dat dan dieper? Nog kouder, nog meer oorpijn!

'Wel makkelijker om beneden te blijven,' beweert Allerliefste. 'De eerste vijf meter onder water heb je inderdaad altijd de neiging om naar boven te schieten.' Lukas deed dat inderdaad. En zo schoon. Ik leerde van de begeleider hoe ik mijn zoon aan de lijn kon houden. Naar zijn hand reiken of anders de darm vasthouden waarmee je het vest kunt opblazen / leeglaten. Lukas zwom dan als een ballon boven mij, als ik losliet zweefde hij naar boven.

De tweede duik wuifde hij dat ik hem mocht laten gaan. Vlak onder het wateroppervlak was het warmer en deden zijn oren minder pijn. Vol begrip gebaarde ik de O van oké. Geen probleem dat Lukas eigenlijk niet meer echt aan het duiken was. Snorkelen met een zuurstoftank, dat moet kunnen.

Of ik dat diploma wil halen? Lijkt me handig om op zak te hebben, zonder laten ze je in de rest van de wereld niet altijd duiken. Maar dan zal de zee toch véél warmer moeten zijn en wil ik voor mijn trommelvliezen misschien wel zo'n BOB rond mijn hoofd, een breathing observation bubble.

Want, zucht, die koralen met hun zachte kleuren en hun zachte wuiven, en die vissen met hun vinnige bewegingen en hun felle kleuren, da's toch wel heel mooi. Zonder onderwatercamera probeer ik dat op een andere manier op te slaan. Boven water trek ik wel graag foto's. 











woensdag 17 juli 2019

Cursus

Klanten die klaar zijn met de lunch liggen al lang in een hangmat op het strand. Tussen de afwas die straks verzameld wordt, zitten twee meisjes die niet mogen luieren. Ze moeten studeren.


Op plastic stoelen en blote voeten, met hun badpak aan en zwembril op, lijkt het makkelijker dan het is. Morgen moeten ze moeilijke meerkeuzevragen oplossen. Wiskunde, biologie, fysica.
 

Drie keer raden waarover de cursus gaat. Ik kan U alvast dit verklappen: voor alle testen geslaagd, brevet gehaald. 

dinsdag 16 juli 2019

Stop motion

Tussen twee duiken door moet het wieletje van het fototoestel op sportmodus, zoveel weet ik ondertussen wel. Tijdens elke pauze nemen ze de laddertrap naar het bovendek, om van daar in het water te springen.

Zo vlug dat ik ze alleen met de sportfunctie scherp in beeld krijg. Dan schiet het toestel automatisch elvendertig beelden na elkaar.

Achteraf moet ik kiezen. Bewaar ik alle foto's, om ze later - ooit - tot zo'n grappig stop motion filmpje samen te plakken? Of kies ik per sprong de beste foto?




maandag 24 juni 2019

Ik snorkel

Met de boot naar de baaien van Cham eiland, tijdens de vaart heen en terug bungelende voeten van vader en dochter







De tweede keer duik ik mee, had ik gezegd. Op de boot krabbel ik terug. Ik wil graag nog wat portretfoto's maken, in dat neopreen en met die zuurstofflessen op hun rug, en dat kan niet als ik zelf in het water lig.
 
Twee baaien, twee duiksessies. Ze lachen elke keer mooi en lief naar mij, verdwijnen daarna onder water. Ik leg de camera opzij en spring hen achterna, ook in thermisch pak, maar met een snorkel in plaats van duikflessen. Zonder al te veel verwachtingen, van de vorige keer heb ik begrepen dat je echt wel meer ziet als je tussen de koraalriffen kunt zwemmen. Erboven, aan de oppervlakte, is alles troebel en moet je al veel geluk hebben.

Ik heb dat! Het water is ongewoon helder. Tijdens mijn snorkeltochten zie ik allerlei zeeslakken (nudibranches) en anemonen. Rode en witte, leerachtige. Sinds ik weet dat hun golvende bewegingen niet door deinend water veroorzaakt wordt, maar dat anemonen zelf hun tentakels wuiven, vind ik ze nog veel mooier.

Dicht tegen de koralen geplakt liggen her en der blauwe zeesterren, zo groot als een lineaal (en dat heb ik blijkbaar juist ingeschat). Sommigen met hun armen en benen uitgestrekt, symmetrisch als een zeester in een kinderboek. Anderen hebben vier tentakels langs de ene kant gegooid, eentje in de tegenovergestelde richting. Als een vork, of beter nog, de scepter van Neptunus.

Ik zwem door een school kwallen. In hun doorzichtig roze lijf zie ik het fluo blauw van kleine stroomstootjes bewegen. De flitsen vertrekken van ergens in het bolle gedeelte en gaan tot aan het uiteinde van hun tentakels, alsof ik naar een geanimeerde röntgenfoto kijk. De kwallen bezorgen mij een show zo spectaculair als de inktvissen in Sing. Het is schrikken wanneer er eentje langs mijn wang zwemt. Slijmerig, maar gelukkig zonder prik. De elektrische schokjes die ik op armen en voeten voel, komen van zeeluis. Zo warm is het water ondertussen! De rest van mijn lijf is - ook tegen de kou, ik ben minder snel verwarmd dan zeeluis - in neopreen gehuld, daar kunnen ze niet aan.

Ik zwem verder, zie zo veel tropische vissen dat ik me ondertussen in de film van Nemo waan. Er is een categorie vissen met dikke zoete lippen. Ik zie de geel gestreepte en enkele met oranje lijnen. Een andere verzameling wordt vlinders genoemd, misschien omdat de vissen zo plat zijn als fladderende vleugels? Ik zie er eentje met de ogen van een panda, een paar met een witte kraag, en een paar in tranen. De vissen in de categorie van de engelen hebben achteraan hun lijf precies twee vleugels. Ik zie keizerlijke en koninklijke exemplaren, als ze me dicht genoeg naderen, zie ik dat er echt wel verschil op zit. De blauw geringde vind ik de mooiste.

Ik denk dat ik de blauw gestreepte blanquillo zie. Eigenlijk weet ik het wel zeker, een hele school! Of misschien waren het maanjagers. Alleszins wel een paar wimpelvissen. De enkelvoudige én de versie met de lange vin, ook al lijken die verdacht veel op elkaar. Of is dat toch het Moorse idool? Ik zie, echt waar, een poederblauwe eenhoornvis en een gouden konijnvis (die met stipjes). En een paar clownvissen, daarin zou ik mij nooit vergissen. 

En dan in mijn ooghoek, iets felblauw en geel. Zodra ik erheen snorkel, wordt het beeld scherper. Geen vissen, maar de zwemvliezen van Jana, Marlou en hun instructor. Hetzelfde gebeurt in de andere baai, toen Marlou er al genoeg van had. Na een tijdje kom ik toevallig boven Jana en haar begeleider drijven.

Tien meter dieper dan ik hebben ze geen flauw benul dat ik boven hen zwem. Ik kan de drie, later twee duikers ongestoord observeren. Het is alsof ik naar een gedicht kijk. Matt wuift iets, samen draaien Marlou en Jana een andere richting uit. Jana wijst, Matt knikt, parallel zwemmen ze verder. Het lijkt alsof ze deze dans speciaal voor mij gerepeteerd hebben. Zo sierlijk, al hun bewegingen vertraagd. Als het golven van een anemoon, met een lange sliert bellen achter hen aan.

Als we elkaar op de boot weerzien, kan ik niet ophouden. Ik heb zoveel vissen gezien! En jullie! Visual poetry! Nadine, die het snorkelen al snel opgaf, zegt dat ik de volgende keer haar onderwatercamera moet meenemen.

Dat lijkt me wel wat, kan ik misschien op mijn verlanglijstje zetten. Anderzijds ...

Proberen omschrijven hoe mooi de bewegingen van de duikers waren, daar nooit helemaal in slagen en dan samen op de boot door de gelamineerde pagina's bladeren, aanduiden welke vissen we gezien hebben en al die poëtische namen proberen onthouden (wat een classificatie ook!), dat heeft ook wel iets. 

vrijdag 12 april 2019

De duik in de baai



Niet dat het niet goed ging. Integendeel, duim naar beneden betekent dat ze nog dieper willen. Vooraleer ze voor het eerst in hun leven duiken, leren Jana en Lukas de basisbegrippen van onderwaters, de internationale gebarentaal voor duikers.

De begeleider die die twee drijvende lichtgewichtjes van ons straks naar beneden trekt, maakt er een spelletje van. 'Om ter eerst! Ik heb koud en ik wil naar boven. Kijk daar, een lionfish. Ik heb pijn in mijn oren. Alles oké, ik wil verder zwemmen. Ik heb honger en ik wil naar boven. Kijk daar, een schildpad.'



Hij vertelt hen duidelijk en geduldig hoe het er in het water en tussen de koraalriffen aan toegaat, wat ze kunnen doen om de druk in hun oren te verminderen en hoe ze onder water het water uit hun duikbril kunnen blazen. En dan, vlak voor ze de zuurstofflessen op hun rug krijgen, tegen de zenuwen 'zet jullie alsoffe duikbril maar op'. Ze zijn er klaar voor. 



Allerliefste duikt met de ervaren groep onder, ik snorkel met de kinderen mee. Waar ze langzaam naar beneden zakken, belletjes in het water, blijf ik aan de oppervlakte. Ik dobber op de golven en spied door mijn duikbril in het blauwgroene water. Koralen wuiven zachtjes, ik vind Nemo en tussen de scholen vissen ook een paar grote, blauwe zeesterren.

Af en toe kijk ik boven water. Wil er ergens een kind van mij terug naar de boot? Gaat de instructeur mij eentje overhandigen, zodat hij met mijn ander kind verder onder water kan? Want dat is waarom ik vandaag niet mee duik, mijn doop krijg ik de volgende keer wel. 

Ik zwem al zo lang standby en nog steeds geen kind dat er genoeg van heeft. Ik ben trouwens elk gevoel voor oriëntatie kwijt, geen idee waar ze nu aan het duiken zijn. Terug naar de boot dan maar.

Daar zitten ze, op het dek. Lukas zit naast Marlou een strip te lezen. Jana speelt een kaartspel met vrienden van school. Lili, Cécile en Thanh.


Voor deze duiktrip hebben we ons met drie families samen georganiseerd. We dagen elkaar uit om van het dak van de boot in het water te springen. Ik durf niet en word net op tijd door de kapitein gered. Volgens hem is het tijd om naar de volgende riffen te varen. Tijd voor de tweede duik. 

De kinderen trekken boven hun thermisch pak nog een extra laag neopreen aan. Het water is nog niet écht warm en op hun lippen ligt een lichtblauwe schijn. Maar ze willen absoluut nog een keer! Ik hoef deze keer niet meer mee te snorkelen en kan alles vanaf de boot volgen.

De instructeur gaat eerst, met één grote stap in het water. De kinderen raken niet eens tot aan de rand van de boot. Lukas kan zelfs niet rechtop blijven zitten, hij kantelt onder het gewicht van zijn duikattributen. De Vietnamese matroos moet erom lachen en trekt hen aan hun zuurstofflessen recht.

Tot aan de rand van de boot. In de zakken van hun zwemvest hoor ik grote stenen rollen, Jana en Lukas zijn zwaar geladen. Zinken, dat is het moeilijkste aan duiken. Zeker voor kinderen, die wegen te licht en hebben de natuurlijke reflex om naar boven te zwemmen. 



De duikinstructeur weet daar wel raad mee. Als ze bij hem in het water liggen, eerst nog eens 'naar mama kijken!' De kinderen houden hun hand heel even als een haaienvin boven hun hoofd maar zijn voor een echt goede foto te druk bezig met ademen. Daar kan ik mee leven.



Daarna trekt hij de drijvende lichtgewichten mee in zee. Als hij de ventielen van hun zuurstoftank lost en zelf onderduikt, glijden ze samen vlotjes onder water. Na hun duik vertellen ze enthousiast dat ze een baby barracuda hebben gezien. Ze tonen het in het onderwaters, vier kappen in hun arm. En zeggen dat ze in de zomer, als het water echt lekker warm is, nog heel veel willen duiken. 




Allerliefste is blij. Zo blij dat hij zijn logboek na al die jaren nog een keer kan aanvullen. Nog blijer dat de kinderen het zo leuk vinden. En blij voor mij, dat ik de volgende keer ook kan. De PADI - Professional Association of Diving Instructors - van Vietnam Scubadiving ziet ons zeker nog terug.

dinsdag 9 april 2019

De boot in de baai

'Iedereen reddingsvest aan! Kwestie dat we in orde zijn voor de havenpolitie. Voorbij de branding mogen jullie die uitdoen.' Lang nadat de haven van Hội An uit het zicht was, hadden wij de onze nog aan. Metershoge golven waar een oude vissersboot misschien wel tegen kan, maar wij niet echt.

Zonder overdrijven, ik heb zeebenen maar ook bewijzen van hoe ruw het was. Op sommige foto's stijgt de lijn van de horizon zo'n 20 procent. En dat is niet omdat ik een onvaste hand heb, tussen de lijn van de zee en de lijn van de boot zit ook nog eens een hoek van 45 graden.

Pas toen we in rustiger vaarwater kwamen, kon ik deftige foto's trekken. Onder andere van de kapitein die het roer al die tijd met zijn voeten bestuurde, ook toen niemand naar boven mocht en iedereen zich op het benedendek aan de balustrade vastklampte.






Om maar te zeggen... Ik was blij in de beschutting van de baai, nog blijer toen de zon doorbrak. Een boot is altijd mooi, met al die details, maar nog mooier als het water glinstert.





Maar glinsterend water of niet, wij voeren niet naar de Chàm eilanden om in de zon te liggen. De details van deze boot vertellen waarom wij per se door die woeste baren wilden.



Toen onze duik in de baai erop zat en we terug naar de haven van Hội An voeren, was de zee gekalmeerd. We mochten in de kooi op het bovendek zitten en de zon ging onder.