Posts tonen met het label Zwitserland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zwitserland. Alle posts tonen

vrijdag 26 augustus 2016

Een nachtje berghut

Waarom wij per se tot in Zwitserland wilden fietsen? Omdat de tante van Allerliefste daar woont. Omdat hij als kind al gefascineerd was dat de sneeuw daar in bergen viel. Omdat wij die bergen nog eens in wilden. Dus gaven wij - vooruitziend als we zijn - onze botinnen mee en reserveerde de Zwitserse kant van de familie weken tevoren een nacht in de Suls-Lobhornhütte. Er was ons beloofd: heel haalbaar met kinderen. Je neemt de trein tot in Isenfluh, daarna de bus naar Sus Alp en uiteindelijk de kabelbaan. Dan ben je al redelijk hoog, is het niet meer zo heel lang stappen naar de berghut.

Omdat die Zwitsers altijd alles zo goed weten te regelen en organiseren, gehoorzaamden wij vanzelf. Dinsdagochtend: tandradtrein, postbus, kabellift. Scrabblewoorden die ik wilde onthouden voor het geval dat gezelschapsspel in de hut aanwezig zou zijn.




Als een kleuter met een lolly, zo blij was ik toen ik de eerste wegwijzers zag. Wanderweg stond er. De richting die wij uit gingen nog 1 Std. 30 Min. Anderhalf uur stappen? Puh, dat doen we op ons sloefen.






Toen begon het te regenen. Eerst een paar kleine druppels. Een paar minuten later hevige vlagen. In de bergen kan het weer altijd keren, dit was bovendien voorspeld: in die hele warme week zouden enkel dinsdag en woensdag koud en regenachtig zijn. Geen bergweer, de residenten van de hut belden ons tevoren. Of we nog kwamen? Alle anderen hadden al geannuleerd. Omdat het deze zomer ons enige kans op bergen was, gingen wij toch. Gewapend met fleece truien, beschermhoezen voor de rugzak en plooiparaplu's. Gezegend met een grote goesting naar die berghut.

Na een half uur hadden we natte kousen, de regen sloeg in aan het randje boven de botinnen. Bovenbeenspieren raakten niet meer verwarmd. Onder onze jassen werd het killig en de handen van de kinderen werden stram. Dus toen we in de verte een boerderij zagen, klopten we daar aan. Het bovenste luik van de deur ging open, meteen daarna liet de kaasboerin ons binnen. Hier, hou je handen op een centimeter van deze grote ketel, dan krijgen ze weer warm. Ze legde een oude trui over de schouders van Jana, op de bank bij een lange houten tafel trok ik Lukas op mijn schoot. Er zaten nog een stuk of tien mensen aan. Familie van de kaasmakerij wachtte om de tocht naar het dal aan te vatten; een filmploeg op mooi buitenlicht, zodat ze het portret van de kaasboerin konden inblikken.

Daarna kwam het zwaarste deel van de tocht. Nog slechts 20 minuutjes tot aan de hut, maar we moesten vanuit de warmte weer die striemende regen in. Jana hield dapper de paraplu voor zich en Lukas is naar boven gevlogen, zo graag wilde hij opnieuw binnen zijn. Wat zijn we er verwend, in de Suls-Lobhornhütte. Op hun website staat Einfach Sein en zo was het ook. Niemand te bekennen: behalve wij en de filmploeg die later nog zou aankomen, had iedereen wegens het slechte weer geannuleerd. We konden alle stoelen in beslag nemen om onze kleren te laten drogen, mochten onze kousen en schoenen in de keuken onder de oven zetten, hadden de strips en gezelschapsspelletjes voor ons alleen.

En terwijl Lukas zijn auto's met het betere bochtenwerk in een imaginair parcours over de tafel reed, alle ruimte innemend en niemand die er wat van zei, staarde Allerliefste door het venster naar bergen die we niet konden zien. Heel af en toe zag je tussen de wolken en achter de druppels op het raam een glimp van steen en sneeuw, mooi en wijds.




Maar hét voordeel van een koude, natte nacht in de bergen is dat je de beddenbak helemaal voor jezelf hebt. Dat je lang kunt blijven soezen. Toen door het kleine raam, ongeveer een A3 groot, onverwacht straf licht binnen viel, raapten we onszelf bij elkaar. De terugtocht zou zonniger worden. Een beetje later, toen we onder de luifel van de buitenbadkamer onze tanden stonden te poetsen, wisten we wel beter. Vandaag zou frisjes worden. Hopelijk zou de hemel tegen de middag helemaal opentrekken, we hadden een tocht van zes uren voor de boeg.





Het ging precies zo. De tocht naar Saxeten waar we om 17u de laatste postbus richting Wilderswil moesten halen, trein terug naar tante Trui, bestond uit zon en wolken. Er was afwisselend mist en heel mooi, warm licht. Soms gaven de flarden wolken perspectief aan de bergen, soms zagen we helemaal niets. De pauzes waren kort want wind en koud en best-blijven-bewegen, het stappen zelf ging héél goed.

Ze zijn dapper, die twee. Jana heeft ondertussen zoveel vertrouwen in de benen (en wij ook) dat ze voorop liep op een schuine richel. Kilometers lang op een flank met steengruis, voorzichtig maar gedecideerd. Wanneer ik haar complimenteer met haar berggeit-manieren, lacht ze en draait haar hoofd tegen mijn bovenarm. Tegelijk trots en verlegen, ik mag haar ogen niet zien maar weet dat ze blinken. Hier geniet ze zo van. En waar Lukas nog wat staptechniek en focus kan gebruiken, zit zijn moraal uitstekend. Ook al valt hij zeven keer in de putten van koeienpoten, is zijn broek doorweekt en zijn zijn voeten vochtig, hij blijft springen in de modder. Roept en vloekt een keer luid, lacht dan om zijn eigen bokkensprongen en gaat weer verder.












Ja, ik vind dat ik daar trots op mag zijn. Zelf blonken ze ook. Toen we beneden de waterval zagen die we boven nog als een gewone bergrivier waren overgestoken, was de uitdrukking 'wow'. Zo van WOW!!!



* Liefste Zwitserlanders, dank om dit te regelen. Het was koud en nat en mooi en fantastisch. We sturen jullie met de post binnenkort nog een fotoverslag. *

Wikkelvis in Basel

Niet dat we tijdens onze tocht de steden gemeden hebben. We fietsten door Vesoul en Brel heeft gelijk, daar valt werkelijk niets te beleven. Gelukkig zat zijn chanson in mijn hoofd... Chauffe, Marcel, chauffe, alsof het nog niet warm genoeg was. We deden Montbeliard aan. Peugeot heeft daar een fabriek-met-museum waar je oude auto's, conceptuele auto's én de fietscollectie kunt bewonderen. En we deden Mulhouse. Gezellig stadspleintje, prachtig treinmuseum en bommetjes-zwembad.

Maar het echte citytrippen hielden we voor het allerlaatste. Basel was onze eindbestemming, vanaf daar zouden we de fiets op de trein zetten, gedaan met trappen. Ik denk niet dat ik ooit al zo cool ben aangekomen in een stad. Op de fiets door de grenspost en daar stonden we: midden in het centrum.




We  deden er terrasjes en kleine winkeltjes, stopten bij een vingervlugge accordeonist onder neon-straatkunst, slenterden langs het water. Nog een terrasje en wat snuisteren in winkeltjes. Na drie weken fietsen in volle natuur was het genieten van het stadse leven.

Basel is een mooie stad. Ondanks die brede, snelstromende Rijn die alles dwars doormidden snijdt, zijn linker- en rechteroever deel van een bevattelijk en bruisend historisch centrum. Of misschien is het dankzij. De Rijn brengt precies veel leven in de stad. Er zijn overzet bootjes die varen op kabels. Baselaars zelf zwemmen in een aparte strook langs de kade.

Zo doen ze hun boodschappen, werd ons verteld. Stroomopwaarts tomaten kopen, in een waterdichte tas de Rijn in gooien, er achteraan springen. Jezelf en je boodschappen met de stroom laten meedrijven tot aan je voordeur. Uit het water stappen, tomaten in de koelkast steken.








Voor ze in het water sprongen, vroeg ik het aan het koppel op de foto. Hebben jullie nu echt boodschappen bij of is dat een stadslegende? Ze vonden het grappig, maar 'nice that you ask' van die boodschappen hadden ze nog nooit gehoord. Al hebben veel Baselaars wel een waterdichte tas. Om in het weekend of tijdens hun lunchpauze te gaan zwemmen. Je stopt er je kleren en sandalen in, de tas zelf werkt als een ballon: het helpt je drijven. Wanneer je klaar bent, stap je uit langs een van de lage plekjes op de kade, kleren weer aan, terug naar het werk. Zo'n tas heet een wikkelvis. Wij hebben er ondertussen zelf ook twee, omdat wij dat idee van die boodschappen wel leuk vinden. Bij deze is in Basel een nieuwe stadsmythe gelanceerd.
   

zondag 19 augustus 2012

En toen...

... was ik eindelijk klaar met de was van drie weken kamperen en verzamelde ik in de laatste mand alle knutselwerkjes die ze maakten - soms regende het daar wel eens... - en alle jaszakschatten die ze vergaarden.



Sinds ik die website ken, heb ik daar veel meer aandacht voor.
    

vrijdag 17 augustus 2012

Frankrijk / Zwitserland

Kamperen met kinderen is fantastisch. Zelfs toen het nog baby's waren, zijn we er nooit mee gestopt. Alleen dit jaar zijn we soms extra creatief geweest. Het weer was vaak... verrassend!

Dus maakten we soms eten in de regen en dan weer in de overvolle zon.






Sleepten we houten paletten aan omdat onze voortent teveel leek op een modderige festivalweide en vluchtten we voor de nacht ook een keer in een volledig ingerichte joert.




Kleedden we ons 's morgens met trui en lange broek en ontkleedden we ons dezelfde dag nog tot op ons ondergoed.



Speelden we onder de tafel wanneer het regende (of gingen we naar een zwembad met speeltuin).




Maar regen of niet: plezant was het wel.







En de campings waar we logeerden waren fantastische locaties. (Als U wilt, zoek ik die adressen nog wel eens op.) De familie waar we verbleven is en blijft onovertroffen. Merci, merci veelmaal.

donderdag 16 augustus 2012

En toen... En toen...

En toen... was het trouwseizoen. Daar hou ik van. Trouwfeesten zijn niet alleen een goed excuus om nieuwe kleedjes te kopen, ik zweef ook altijd een beetje mee op de romantiek die dan in de lucht hangt. Allerliefste en ik trekken telkens de schoenen aan waarmee we vijf jaar geleden zelf ook JA tegen elkaar zeiden. Ik trek hem ook steevast de dansvloer op, ook al deden we dat vijf jaar geleden niet. Die dingen worden zo langzamerhand een ritueel op elk huwelijk.

Dit jaar kregen twee feesten een extra laagje.

Op het vrijgezellenfeest van de ene trouw moest Allerliefste iets vertellen over het huwelijk. Hij deed dat zo treffend - aan de hand van een kasticket uit een doe-het-zelf-zaak - dat ik bij het navertellen weer eens bevestigd kreeg: Dit is het! Hij is het!

Tijdens de andere trouw was de dochter het bruidsmeisje. Zij deed dat zo fier - week niet van de zijde der trouwers en aanverwanten - dat ik bij het observeren weer eens dacht: Wat is ze toch fantastisch!

En toen... vertrokken we op reis. En moest dat trouwboeket mee.