Posts tonen met het label Thailand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thailand. Alle posts tonen

donderdag 2 januari 2020

Een dag met olifanten (en niet op!)


In het Noorden van Thailand werden traditioneel olifanten ingezet voor het rooien van bomen. Goed dat de koning dat sinds een paar jaar verboden heeft, zowel voor het behoud van het woud als het welzijn van de dieren. Maar die moesten natuurlijk ergens naartoe. Rond Chang Mai ontstonden honderden sanctuaries, oftewel tehuizen waar gepensioneerde olifanten terecht kunnen.

Als toerist kun je zo'n olifantenasiel bezoeken. De brochures schreeuwen 'no riding, no chain, no hook!' Toch kom je maar moeilijk te weten welke organisatie nu écht diervriendelijk is. Eens naar de website surfen is eigenlijk de enige vorm van controle. Check de foto's. Als je ook maar íemand op de rug van een olifant ziet, dan is die organisatie alvast te mijden. Ook al is het zonder houten bakje, gewoon de verzorger op zijn blote voeten, élk gewicht brengt onherroepelijke schade toe. Dit artikel legt heel precies uit waarom je niet op een olifant mag rijden, welke rampzalige gevolgen dat heeft voor huid en skelet.

We waren lang niet zeker of we zo'n dag met olifanten zouden inplannen, kozen uiteindelijk voor Chang Mai Mountain Sanctuary. Beheerd door een lokale familie, dat is alvast een plus. In het bos en vlakbij een rivier, da's nog een goede reden. Kindvriendelijk, altijd meegenomen. Inclusief Poopoopaperpark, zoveel interessanter dan de stops die veel andere organisaties aanbieden.

Daarom dus, verder was het één grote gok. Ik laat eerste de foto's voor zich spreken en schrijf dan nog een paar bedenkingen neer. 






Het is belangrijk dat we de olifanten eerst beter leren kennen. En zij ons. Geen betere manier dan eten geven, natuurlijk. Hoe meer bananen en suikerriet, hoe liever ze ons zien. 'Boen' moeten we roepen, en het eten binnen hun gezichts- of reukveld houden. 

De kinderen stampen een pap van suikerriet, banaan, gember, zout en tamarinde. De vitaminebom gaat in een bananeblad dat we rechtstreeks in hun mond moeten steken. Toch nog een beetje eng. Wij krijgen als lunch phat thai, daarna is het tijd voor een modderbad.





Modder als zonnecrème. Als de olifanten ingesmeerd zijn - en sommigen zichzelf tot ons groot plezier een modderdouche gegeven hebben - steken we met hen de rivier over. De stroming is bijzonder sterk. Wij moeten ons schrap zetten, de kolossen raken met gemak aan de overkant.



Het pad in de jungle is smal. We mogen niet naast de olifanten wandelen, ze zouden ons gewoon opzij duwen. Vlak voor is wel goed, en dat doen we. Behalve onze gids zijn er nu ook een paar drijvers mee. Die achter onze olifant roept 'bai! bai!' om het beest vooruit te krijgen. Als dat niet werkt, halen we wat suikerriet boven.

We zijn nu al veel meer op ons gemak en genieten echt van deze wandeling. Allerliefste en Jana blijven dicht bij Mulan, 'onze olifant'. Lukas loopt met de andere kinderen van de groep voorop. Lyglia en Ioki.

Een Iers meisje dat met haar thuisonderwijzende mama en nieuwe-vriend-van-mama door Azië trekt. Een Japanse jongen die met zijn jongere zus in Hong Kong woont en ook naar een internationale school gaat. Ongeveer dezelfde leeftijd en wereldwijsheid, in het Engels tetteren ze er op los.

Dat ze met een olifant op wandel zijn, is precies maar bijzaak. 






Waar de wandeling een U-bocht maakt, zien we Lukas terug. Met zijn bende. 'Wist je dat hier ook olifanten zijn?' plagen we. Ik probeer het groepje voor een foto samen te krijgen, daarna laten we de beesten grazen. Het woud is dicht groen en licht glooiend. Het is mooi om de dieren heel even hun eigen gang te zien gaan.   







Na een dik half uur keren we terug naar de rivier. Oversteken en tijd voor een waterbad. De modder moet afgespoeld, de dieren verfrist. Het water doet deugd en de olifanten leggen zich al snel in de stroom.  












Als de olifanten terug recht krabbelen en uit het water sjokken, is het voorbij. Tijd om droge kleren aan te trekken en terug naar Chang Mai te rijden. Dachten we.

Maar de kinderen breiden het programma uit. In het water spelen, dat is niet alleen leuk voor olifanten. Zelfs nadat Nagisa, het jongere zusje van Ioki, er klaar mee is, blijven die vier in de rivier. Daarna moeten contactgegevens uitgewisseld worden, we kunnen 'thuis' in Hoi An opnieuw afspreken.




De foto's zijn overduidelijk, dit was een heel bijzondere dag. Ik ben van mijn leven nog nooit zo dicht bij een olifant kunnen komen. We kregen goede informatie en veiligheidsinstructies. Geen kettingen of ritjes gezien. De drijvers riepen alleen maar, ze sloegen nooit. Maar...

Er was een zwangere olifant bij (niet hoogzwanger, maar toch) en eentje van vijf jaar. Zou het niet beter zijn om die dieren gewoon met rust te laten? Bovendien was de groep te groot.

Ongeveer 35 mensen voor 5 olifanten, dat maakt het eigenlijk wel druk. En behalve onze groep-met-dagprogramma zagen we nog twee groepen. Eentje in de voormiddag, vertrek toen wij ongeveer aankwamen. Eentje in de namiddag, aankomst toen wij net gingen vertrekken. Deze korte groepen gaan niet met de olifanten op tocht, maar geven ook eten en ene modderbad.

Dat wil zeggen dat die dieren drie keer per dag moeten doen wat van hen verwacht wordt. Dus niets geen rustige oude dag, nadat ze uit slechtere omstandigheden gered zijn. En ja, er zijn slechtere omstandigheden. Olifanten die toeristen op hun rug moeten vervoeren, die moeten schilderen, opdraven in een show, trucjes doen. Doe of bezoek dat nooit.

Wat moet je met olifanten die van dit soort wantoestanden bevrijd worden? Na gevangenschap kunnen ze niet zomaar terug de natuur in. Zonder kudde zijn olifanten in het wild verloren. Zelfs voor kalfjes zijn er blijkbaar geen echte programma's van herintegratie of zo.

Tegelijk krijgen asielcentra geen subsidies, inkomsten moeten vooral van toeristen komen. Dus is zo'n asiel voorlopig misschien nog wel het minste kwaad? Voorlopig. Want volgens mij zal binnen een paar jaar blijken dat dergelijke sanctuaries de hele industrie op een of andere manier in stand houden. Het is namelijk wel zo handig dat je opgebruikte, mishandelde olifanten ethisch kunt dumpen, en dat dat ook nog iets opbrengt.

Stel dat ze het toch zouden menen, dan bestaan er over een paar jaar geen asielen meer. Erg benieuwd.

Eens voelen of die camera ook eetbaar is


Wanneer de olifanten zich niets van ons aantrekken en gewoon het bos ingaan om te eten, misschien nog wel het schoonste moment
Wij manoevreerden ons vaak zodanig dat we met 'onze' olifant alleen waren. Maar U ziet het op de achtergrond, in werkelijkheid was de groep te groot












    Bruin is het nieuwe groen





    U hebt het in de Wereldwinkel misschien wel al eens gezien, papier gemaakt van olifantenpoep. Ergens in een doos in onze opslagplaats hebben wij zo'n blocnote liggen. Omdat voor dit papier geen bomen gekapt moeten worden, staat op de voorkant 'brown is the new green'. Op de achterkant 'made in Thailand'.

    Nu we toch in de buurt zijn, gaan we een kijkje nemen. Eerste stap is uiteraard alle mest verzamelen, met zoveel olifantentehuizen in de buurt geen probleem. De beesten kunnen tot 500 kg per dag eten. Suikerriet, gras, bananenbladeren, twijgjes... Het vezelrijke dieet zorgt voor de perfecte soort stront.

    De olifantenpoep wordt gekookt tot alleen die vezels overblijven. Resultaat is een havermoutachtige pap die niet eens heel erg stinkt. Het water waarin de vezels gekookt zijn is pure bodemverrijking, ideaal voor de (moes)tuin.

    Dan wordt de pap gemengd met andere pure vezels. Kokosnoot, uit paarden- en ezelkak, hooi, bananenstammen, mais, ananas, restjes oud poeppapier. Allemaal afhankelijk van de beschikbaarheid en het seizoen.  
      





    Het mengsel is nu een dikke brij waaraan natuurlijke kleurstoffen toegevoegd kunnen worden en die je tot een bol kunt kneden. Die bollen liggen al klaar, wij moeten ze alleen maar oplossen boven een rooster, in een laag laagje water.

    Voorzichtig uitspreiden en zorgen dat er geen gaten zijn, zo maken we elk een A4 van handgeschept papier. Vrij dik en met bubbels. Goed voor de omslag van een notaboekje, niet zo handig als je er echt op wilt schrijven. In dat geval moeten de bladen door een mangel, en dat gebeurt verderop. Niet hier, in het artisanale deel.










    Volgende stap is alles laten drogen in de zon, daar moet je niet echt iets voor doén. Als je het vel er vlotjes kunt aftrekken, is het papier klaar. Aan de stapels te zien, wordt er best veel geproduceerd. En in allerlei kleuren. Niet per se mijn stijl, maar ik word er wel vrolijk van. 





    Aan het einde van de rondleiding mogen we uit al dat papier - en tegen betaling - ons eigen product maken. Keuze uit fotokaders, postkaarten, waaiers en schriften en notaboekjes in verschillende formaten. De kinderen kiezen elk een blanco bladwijzer, niet zo duur en 'dat gaan we tenminste gebruiken'.

    In de bakjes met voorgemaakte vormen roefelen ze naar de juiste versiering en letters van hun naam. Op de werktafels liggen spatels en lijm, ze kiezen voornamelijk olifanten.







    En dat is wel zo gepast. Het poopoopaperpark is voor ons vandaag eigenlijk maar een korte stop, op weg naar het olifantenasiel. Wel een interessante stop, een paar cijfers en feiten hebben te maken met de dieren die we straks zullen zien. Een leuke stop ook. Interactief, dat zit - zeker met kinderen - altijd goed.

    Meer info op de officiële website van Poopoopaper.
            

    zaterdag 21 december 2019

    Het leukste dak ter wereld

    Bangkok heeft een paar waterparken. Omdat alleen bovenop de wolkenkrabbers nog plaats is, liggen die bijna allemaal op een dak. We slaan de duurdere waterdaken over en nemen de metro naar Fantasia Lagoon.

    Alleen al die metro is de moeite. Want tegelijk Monorail! Skytrain! Wanneer we aan onze halte uitstappen en het waterpretpark op de hoogste verdieping van een mall zien blinken, is Lukas helemaal niet meer te houden.



    Ik denk dat we ons nog nooit zo snel omgekleed hebben. Hokjes in en zwemkleren aan. Ik blij dat ik mijn zwem-shirt boven mijn bikini kan trekken. Anders had ik in de mall nog snel een badpak moeten kopen, een bikini is blijkbaar 'geen gepaste zwemkledij'.

    Snel die hokjes weer uit. Zonnecrème smeren. Kastje huren. Spullen proppen. Badmuts huren. Zwembril op. Plattegrond checken.

    We staan vlakbij de toren met de glijbanen. We willen de fantasie fontein doen, de magische jungle, de piratenboot en àlle glijbanen. We hebben een band nodig om in de luie rivier te dobberen, dus weer naar de rental booth.

    Dan klinkt er kerstmuziek en duiken een paar mascottes op. We zijn de enige buitenlanders, voor ons wordt er naar het Engels vertaalt. 'All children join!' roept de kerstvrouw door haar luidspreker. Ook al begrijpt Lukas niets van wat er te gebeuren staat, hij stapt zonder aarzelen in het spel. Is dit een quiz? Een race? Verstoppertje? Een zoektocht?

    Lukas haalt zijn schouders op. 'Ik zie wel wat ik moet doen.' Waren we hier gewoon op reis en was de zoon niet al anderhalf jaar in een ander land, andere taal, ander netwerk, andere cultuur ondergedompeld, dan geloof ik nooit dat Lukas zomaar zou meedoen. De kinderen zijn het echt wel gewoon geworden om zich ergens voor te smijten. Als je dat niet leert, blijf je altijd maar aan de zijlijn wachten. 


    Net zoals ik ondertussen geleerd heb om met volslagen wildvreemden te praten. Vriendelijk maar niet te lang, en zónder online vrienden te moeten worden. Een Thaise familie vraagt waar we vandaan komen. 'België? Oh, ik heb ooit een ladyboy van daar gekend. Die was zo mooi, wow! Wat vind je van Bangkok?' Natuurlijk ook heel mooi.

    Ik herhaal het nog een keer als we elkaar in de luie rivier tegenkomen. In onze dubbele zwemband, wachtend tot de gigantische emmer gevuld raakt, kantelt en een vloedgolf veroorzaakt. 'Bangkok is really fascinating,' zeg ik. En ik bedoel inclusief dit water-dak-pretpark. Bovenop het Bangkae shoppingcentrum.

    Het is goedkoper dan de andere en een beetje verouderd. De glijbaan glijdt niet echt vlotjes, zelfs niet als we onze zwem-shirts opschorten. Op de valse vulkaan staan de watervallen droog. Sommige delen zijn afgesloten. Hier en daar is wat verse verf of meer onderhoud nodig. Het is waarschijnlijk de reden waarom we daar de enige toeristen zijn.

    Maar het heeft zoveel charme. De redders kunnen geen Engels maar lachen samenzweerderig met ons mee als we onze kinderen nakijken die gillend met hun dubbele band naar beneden slieren. (En dan maar moeilijk meer op het volgende deel van de wildwaterbaan geraken.) We moeten nooit ergens aanschuiven. De sfeer is gemoedelijk en iedereen zó ontzettend vriendelijk.

    En wat als de glijbaan niet echt vlot? Is het niet hoe dan ook fantastisch! Glijden met zicht op Bangkok en onder ons auto's in de file.