Posts tonen met het label bootje varen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bootje varen. Alle posts tonen

donderdag 9 juli 2020

Kapitein Lukas




Drie keer raden waar kapitein Lukas ons naartoe vaart.

Of neen, als U de foto's hieronder ziet, moet U maar één keer raden.












Inderdaad. Ha Long, baby!

Als we het niet konden betalen, zo zei onze gids, dan zou hij Lukas houden. De prijzen zijn zo diep gekelderd dat wij ons een private boot konden veroorloven.

We boekten twee nachten en drie dagen tijdens de week, waardoor er ook bijna geen Vietnamese toeristen waren. Lukas voer ons schip ook nog eens behendig langs een minder drukke route. Het leek wel alsof we de hele baai voor onszelf hadden.  



Alleen een beetje verdacht dat Lukas meestal op het dek te vinden was. Aan het kijken, aan het spelen, aan het kijken, aan het lezen, aan het kijken.

De stuurcabine onbemand.





Gelukkig was er ook een echte kapitein.



vrijdag 9 augustus 2019

Ba Be - watertaxi

Kleine kans dat U in Vietnam ooit met een huurauto naar Ba Be rijdt, schreef ik in het sterretje. Niet dat ik U dat nationaal park niet gun, toeristen kunnen hier gewoon bijna onmogelijk een auto huren.

En dat is misschien maar best ook. Zeker bij het meer van Ba Be bent U beter af met een bootje. De vaart tussen hotel en haven duurt amper een kwartier, de 8 kilometer rond het meer meer dan een uur.


Nadat wij 's morgens afscheid genomen hebben van het zicht uit ons raam, het zicht op het meer, stap ik met de kinderen naar de steiger van het hotel. Allerliefste stuurt de auto zonder het gewicht van ons en onze bagage op het parcours dat je beter met een brommer (of 4x4) rijdt. Ik voel me schuldig dat hij dit mist.



We zwaaien naar het zwemeiland, zo mooi in de mist van het meer. Dan breekt de zon door. Ik denk aan hoe mijn natte bikini nu langzaam tussen de andere ingepakte kleren zal beginnen dampen, straks eerst maar eens uitspreiden in de auto. Als we het goed uitgerekend hebben, komt Allerliefste zo meteen, nog een paar minuten, de haven ingereden.


Jawel. Ik heb nauwelijks alle bagage uitgeladen en de kinderen op een bankje geparkeerd of daar toetert hij al. Dag mooi meer, wij hebben een lange dag voor de boeg. 





woensdag 7 augustus 2019

Ba Be - midden in het meer

Twintigduizend VND, nog geen euro per persoon. In ruil voor toegang tot het natuurreservaat. En in dat natuurreservaat een meer. En aan dat meer een hotel. En bij dat hotel een bootje. Een bootje dat ons kan varen naar alles wat hieronder op de kaart staat.


Morgen beslissen we of we naar de tempel of een van de grotten willen. Naar de lagune of de gigantische waterval. Nu, bij aankomst in de late namiddag *, varen we eerst naar het midden van de kaart. 



* Kleine kans, maar als U in Vietnam zelf met een huurauto naar Ba Be zou rijden, volg dan niet per se de instructies van uw gps. Rij van de toegangspoort aan het begin van het natuurreservaat naar de dichtstbijzijnde haven. Parkeer daar en vraag uw hoteleigenaar om U en uw bagage met de boot over te varen. Het bespaart U amper 8 kilometer aan benzine, maar wel meer dan een uur tijd en heel veel geschud en gebonk.
   

woensdag 24 juli 2019

Nummer 595



Hoe we haar straks terugvinden? Tussen alle andere boten met precies dezelfde vlag en reddingsboei? Roeisters in blauw uniform, allemaal met beschilderde conische hoed? Ze wijst naar de zijkant van haar boot, waar een nummer staat. Dat moeten we onthouden.






Eigenlijk moeten we helemaal niets onthouden.

Elke keer dat we bij een tempel aanmeren, peddelt ze meteen door naar haar wachtplek. Ofwel ligt die in de schaduw van haar eigen paraplu, ofwel in die van een paar overhangende bomen. Wanneer ze ons na het tempelbezoek ziet terug slenteren, grijpt ze onmiddellijk haar spanen.

Een paar keer roeit ze tot achter de zoveelste karst rots. Uit het zicht, maar precies daar waar wij uit de tempel komen. Dan trekken de kinderen eerst hun reddingsvest aan, daarna grijpen ze zelf naar de riemen. 




Uit haar lach begrijp ik dat we zeker mogen meedoen. Niet dat ze het nodig heeft - zo kranig als ze oud is - maar misschien apprecieert ze het wel dat we haar harde labeur in deze extreme hitte een beetje te verlichten.

Bovendien vinden wij het wel leuk om fysiek bezig te zijn en die slag in het water onder de knie te krijgen. We moeten gewoon goed naar haar kijken en precies hetzelfde doen.

Als ze sneller roeit, dan wij ook. Als ze gebaart naar overhangend groen of een lage grotdoorgang, dan bukten we. Als ze haar paraplu open klapt, dan wij die van ons. We wijzen naar ons wit vel en de zon, daar moet ze om lachen.  





Wanneer Lukas niet roeit, bekijkt hij de kaart. We volgen route 2, Lukas weet door welke grotten we al gevaren hebben, bij hoe veel meer tempels we nog gaan stoppen. De mooiste zijn de grotten die bijna helemaal ondergelopen zijn en de tempels die lijken te drijven, te klein om uit te stappen.

Mooi ook is de rivier die tussen de karst rotsen slingert, daarop de slinger kleurrijke boten. Ik zag al foto's van bovenaf, waar het vlakke van de rijstvelden nog sterker afsteekt tegen het steile van de rotsen. Vanop het water, midden in de botenkaravaan, is het een heel ander perspectief. Natuurlijke schoonheid, dat is zo vaak overweldigend en rustgevend tegelijk. 











Ik leg nog een linkje naar die tempels en grotten onderweg, maar de boottocht zelf - het varen door dit ongelooflijke landschap en roeien met de riemen die je hebt - daar draait het natuurlijk om.







vrijdag 12 april 2019

De duik in de baai



Niet dat het niet goed ging. Integendeel, duim naar beneden betekent dat ze nog dieper willen. Vooraleer ze voor het eerst in hun leven duiken, leren Jana en Lukas de basisbegrippen van onderwaters, de internationale gebarentaal voor duikers.

De begeleider die die twee drijvende lichtgewichtjes van ons straks naar beneden trekt, maakt er een spelletje van. 'Om ter eerst! Ik heb koud en ik wil naar boven. Kijk daar, een lionfish. Ik heb pijn in mijn oren. Alles oké, ik wil verder zwemmen. Ik heb honger en ik wil naar boven. Kijk daar, een schildpad.'



Hij vertelt hen duidelijk en geduldig hoe het er in het water en tussen de koraalriffen aan toegaat, wat ze kunnen doen om de druk in hun oren te verminderen en hoe ze onder water het water uit hun duikbril kunnen blazen. En dan, vlak voor ze de zuurstofflessen op hun rug krijgen, tegen de zenuwen 'zet jullie alsoffe duikbril maar op'. Ze zijn er klaar voor. 



Allerliefste duikt met de ervaren groep onder, ik snorkel met de kinderen mee. Waar ze langzaam naar beneden zakken, belletjes in het water, blijf ik aan de oppervlakte. Ik dobber op de golven en spied door mijn duikbril in het blauwgroene water. Koralen wuiven zachtjes, ik vind Nemo en tussen de scholen vissen ook een paar grote, blauwe zeesterren.

Af en toe kijk ik boven water. Wil er ergens een kind van mij terug naar de boot? Gaat de instructeur mij eentje overhandigen, zodat hij met mijn ander kind verder onder water kan? Want dat is waarom ik vandaag niet mee duik, mijn doop krijg ik de volgende keer wel. 

Ik zwem al zo lang standby en nog steeds geen kind dat er genoeg van heeft. Ik ben trouwens elk gevoel voor oriëntatie kwijt, geen idee waar ze nu aan het duiken zijn. Terug naar de boot dan maar.

Daar zitten ze, op het dek. Lukas zit naast Marlou een strip te lezen. Jana speelt een kaartspel met vrienden van school. Lili, Cécile en Thanh.


Voor deze duiktrip hebben we ons met drie families samen georganiseerd. We dagen elkaar uit om van het dak van de boot in het water te springen. Ik durf niet en word net op tijd door de kapitein gered. Volgens hem is het tijd om naar de volgende riffen te varen. Tijd voor de tweede duik. 

De kinderen trekken boven hun thermisch pak nog een extra laag neopreen aan. Het water is nog niet écht warm en op hun lippen ligt een lichtblauwe schijn. Maar ze willen absoluut nog een keer! Ik hoef deze keer niet meer mee te snorkelen en kan alles vanaf de boot volgen.

De instructeur gaat eerst, met één grote stap in het water. De kinderen raken niet eens tot aan de rand van de boot. Lukas kan zelfs niet rechtop blijven zitten, hij kantelt onder het gewicht van zijn duikattributen. De Vietnamese matroos moet erom lachen en trekt hen aan hun zuurstofflessen recht.

Tot aan de rand van de boot. In de zakken van hun zwemvest hoor ik grote stenen rollen, Jana en Lukas zijn zwaar geladen. Zinken, dat is het moeilijkste aan duiken. Zeker voor kinderen, die wegen te licht en hebben de natuurlijke reflex om naar boven te zwemmen. 



De duikinstructeur weet daar wel raad mee. Als ze bij hem in het water liggen, eerst nog eens 'naar mama kijken!' De kinderen houden hun hand heel even als een haaienvin boven hun hoofd maar zijn voor een echt goede foto te druk bezig met ademen. Daar kan ik mee leven.



Daarna trekt hij de drijvende lichtgewichten mee in zee. Als hij de ventielen van hun zuurstoftank lost en zelf onderduikt, glijden ze samen vlotjes onder water. Na hun duik vertellen ze enthousiast dat ze een baby barracuda hebben gezien. Ze tonen het in het onderwaters, vier kappen in hun arm. En zeggen dat ze in de zomer, als het water echt lekker warm is, nog heel veel willen duiken. 




Allerliefste is blij. Zo blij dat hij zijn logboek na al die jaren nog een keer kan aanvullen. Nog blijer dat de kinderen het zo leuk vinden. En blij voor mij, dat ik de volgende keer ook kan. De PADI - Professional Association of Diving Instructors - van Vietnam Scubadiving ziet ons zeker nog terug.