Posts tonen met het label Ha Giang. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ha Giang. Alle posts tonen

dinsdag 30 juli 2019

Het mooiste groen ter wereld

Of we ook op de muurtjes tussen de rijstvelden gelopen hebben? Ja!


Vietnam Ha Giang trekking

Meer dan eens. Toen er nog wat schaduw was in een voor de rest al heel warme ochtend. Toen de zon in het zenith stond. Toen de schaduwen in de late namiddag terug langer werden.

Altijd maar langs en over die muurtjes.





Het lijkt makkelijker dan het is. Want je stapt dus niet op het terras zelf, maar wel degelijk op een dunne wal tussen de velden. Het ene veld mag dan wel hoger liggen dan het andere, het staat ook nog eens diep in het water.

Kijk maar op de foto hieronder. Als je verkeerd stapt, krijg je natte voeten. 


Onze gids deed alsof het niets was. Op zijn blote voeten in zijn slippers. 's Ochtends kwam hij ons ophalen met typische militaire tropenhelm en in traditioneel vest. Het vest trok hij al snel uit, die diende enkel om zich deftig aan ons voor te stellen. 'Ik ben [...], dat betekent Wind in onze taal.'

Zo'n dik geweven vest is in de winter waarschijnlijk net warm genoeg, in de zomer om te stikken. De jeansbroek die Wind draagt, lijkt me nochtans ook warm. Bij die enkele huizen die we passeren, zien we de traditionele kleren inderdaad overal aan de draad hangen. Soms naast het juk voor de buffel.




De houten huizen liggen dun uitgezaaid tussen de velden. We wandelen af en toe een kort stuk door tropisch bos, de meeste kilometers leggen we af tussen de terrassen. De zon brandt.

Vele velden verderop nog een houten hut. In de schaduw van een bamboe bosje staat een brommer geparkeerd. 'Die hebben we daarnet het water zien oversteken,' zegt Jana.

Lukas herkent hem ook. 'Ik begrijp nog altijd niet hoe hij dat gedaan heeft!' Het was ook ongelooflijk. Wind gebaarde eerst dat we onze stapschoenen moesten uitdoen. Terwijl hij ons naar het punt met het mooiste uitzicht leidde, liet hij ons voelen hoe sterk de stroming was.

Toen we daaraan gewend waren, nam hij ons terug naar de geul die we moesten oversteken. Benen gespreid en dij-diep reikte hij eerst Jana de hand. Daarna Lukas en Allerliefste, ik als laatste. Zijn greep is stevig, hij trekt mij vlug door het water.

We drogen onze voeten, doen onze schoenen weer aan en staan nog even te kijken als we plots het geluid van een motor horen. Er komt een man op een brommer, de enige weg leidt door de rivier. We houden ons klaar om naar het spektakel te kijken, alles gebeurt heel vlug. Eerst verdwijnt het voorwiel bijna helemaal onder water, daarna het achterwiel en daar is hij al bijna aan de overkant. 




Wind lacht, daar is niets aan. Ik vraag me af of hij het landschap ook maar gewoontjes vindt. Als je hier als kind opgroeit, zijn die bergen en rijstterrassen natuurlijk heel alledaags. Ze zijn er altijd, altijd al geweest en zullen er ook altijd zijn. Kan iets dat zo vanzelfsprekend is toch nog indruk maken?







Wij zijn onder de indruk. Ik zie hoe Allerliefste zich voor mij in de rij af en toe omdraait om het zicht in zich op te nemen. Af en toe haalt hij zijn telefooncamera boven, we krijgen het allebei nauwelijks vastgelegd.




Jana en Lukas staan ook af en toe stil. Dan wijzen ze naar een kleine kudde die in een bosje staat te grazen. Een kegelvormige hoed in een rivier, daar is iemand aan het werk. De kleine watervallen die van het ene terras naar het andere stromen. 

Om dan weer uit te zoemen, van de details in het landschap naar een 360-graden-uitzicht. 'Toch echt wel...' zucht ik. En de rest vult aan. '... het mooiste groen ter wereld!' (En als lunch de lekkerste rijst ter wereld.)

Rijstwijn

We malen geen kilometers en de wandeling is ook technisch niet zo moeilijk. De kinderen balanceren op de muurtjes tussen de rijstvelden. We wandelen over de terrassen, door tropische bosjes. Steeds hoger en warmer. Het landschap is zo fenomenaal dat het elk ongemak doet vergeten.

Pas wanneer Wind, onze lokale gids, naar een huis verderop wijst, voelen we het plots. Verhit. Moe. Honger. In de wandeling inbegrepen zit een lunch bij een lokale familie. De timing kon niet beter.





De was hangt op het erf. Over een bamboestok bij de buitengevel de rest van de kleren. Binnen staan twee tafels gedekt. Wind wijst waar wij mogen zitten. Op de lage houten bankjes, bij de schalen met rijst, ei, tomaat en brood.

Bij het boeken bestelden we vegetarisch. De andere tafel is voor de familie die dit huis openstelt. Wij betalen vandaag hun kip en het eten voor de rest van de week. 


De mater familias schuift bij ons aan. Ze neemt voor zichzelf een kommetje vlees van de andere tafel en schept onze kommetjes vol rijst, morning glory, tomatensla. Ze wijst naar de soya saus, naar het bord met brood. Als onze kommetjes nog maar half leeg zijn, vult ze ze alweer bij. Ze gesticuleert en wij knikken. We moeten veel eten.




Haar oudste zoon komt ook regelmatig naar onze tafel. Er staan kleine glazen die hij voortdurend bijvult. Rijstwijn. De sociale druk ligt hoog, we moeten meedrinken. Allerliefste weet ondertussen wat hem te doen staat. Kleine slokjes en veel show. Ik kan ondertussen ook perfect doen alsof.

De gastheer polst naar de leeftijd van onze kinderen. Jana twaalf en Lukas bijna negen? Dan kan het meisje ook meedrinken. 'Oh neen, neen, neen!' lachen we luid. 'Too young! No, no, no!' Het is omdat ze blond is en ons niet kennen dat het kan.

De jongens in de familie ontkomen er niet aan. De oudste van veertien slaat de rijstwijn zonder protest achterover. De jongen van twaalf wil niet maar moet toch.

Rond de leeftijd van 15 à 16 jaar trouwen ze. Bekrachtigd door lokale rituelen, korte tijd later een eerste baby. Pas wanneer ze meerderjarig zijn, kunnen ze huwelijk en kind(eren) officieel laten registreren. Zonder papieren krijgen veel baby's en jonge kinderen de eerste jaren van hun leven geen gezondheidszorg en onderwijs. 



De volwassenen zitten nog steeds aan tafel, de kinderen gaan er met hun kommetjes vandoor. Een meisje heeft een telefoon bemachtigd, kort na de middag zendt de Vietnamese televisie cartoons uit.

Lukas krijgt het snel in de gaten. Hij heeft genoeg gegeten. Gaat eerst in het deurgat staan. Schuifelt dan dichterbij. Kijk tenslotte mee. Op zijn eigen houten bankje. 




Nadat de jongste schoondochter zichzelf en haar baby gevoed heeft, ruimt ze de tafels af. De mannen en onze gids blijven zitten, kletsen en drinken. De grootmoeder die bij ons aanschoot, draait zich naar de kinderen.

Die zijn al lang van tafel weg geslopen. Ze hebben iemand een telefoon ontfutselt en kijken naar een filmpje. Straks is het tijd voor een dutje, ze mogen nog even. Lukas heeft goed door wat er aan de hand is.

Hij leunt eerst tegen de deurpost, het scherm echt wel klein om goed mee te kunnen kijken. Langzaam schuift hij dichterbij. Als hij al een tijdje op gelijke hoogte zit, krijgt hij een bankje onder zijn billen geschoven. Het filmpje slokt hen helemaal op, ze merken niet eens dat iedereen nu naar hen kijkt.



De baby vindt het minder interessant, hij kruipt naar zijn grootmoe. Spelen met een papieren waaier, lachen naar de mama. Zij is nog altijd druk bezig. Teilen met water vullen, rijstkommetjes spoelen. Als de afwas klaar is, kan ze straks ook even rusten. De kinderen voelen dat het bijna zover is, ze verhuizen met de telefoon naar het bed in de hoek van het huis. 



Tijd om op te stappen en onze tocht verder te zetten. 'De familie gaat dutten, Lukas, zeg je nog dag?' Hij zwaait zo breed als de kinderen naar hem lachen. De grootmoeder, de schoondochter, de oudste zoon, het hele huishouden. Zwaaien en lachen, meer woorden zijn er niet nodig.

maandag 29 juli 2019

Zwemmen in pastel


Eigenlijk zou ik deze foto's in kleur moeten zetten. Knalgele glijbaan, helderblauw water, kleurrijke was over de balustrade en witte kussens in het reebruine hertengewei. Maar zwart-wit geeft de vergane glorie beter weer.

Terwijl Allerliefste in Ha Giang met de lokale onderwijsautoriteiten vergadert, gaan wij naar het lokale zwembad annex waterpretpark. Het is dé plek voor zomervertier, maar té heet vandaag. Wij zijn er helemaal alleen.

De kleuren zijn tot pastel verbleekt, de verf bladdert af en de glijbaan schuurt onder onze billen. De tegels liggen los of gebroken op de bodem, in de kleedkamers vermoed ik schimmel. Maar sport en spel voor iedereen! Als het communisme het volk niet dient, dient het tot niets.


Dit is het Vietnamese leven zoals het is. We spelen, we zwemmen. Als Allerliefste klaar is met vragen, zitten we nog altijd in het water. 'Kom maar af,' bericht ik, 'ik heb je zwembroek mee.'

Met hun drieën kruipen ze onder de stenen raket, de enige plek waar schaduw is. Het is bijna middag. Het ene personeelslid dat ons binnen liet, is nu nergens meer te bespeuren. We gaan naar het baantjesbad. Vijftig meter en bergen op de achtergrond.

Ik begrijp waarom dit in geen enkele reisgids staat. En toch ook niet.


Veelbelovend



We rijden van Ha Giang naar Pan Hou. Drie uren onderweg, waarvan twee uren effectief in de auto. De rest van de tijd spenderen we aan stoppen, rondkijken en het bijna niet kunnen geloven.

Bij een splitsing moeten we de asfaltweg verlaten. Voorbij zijn de panorama's, op een aardeweg duiken we dieper de vallei in. We rijden door watervallen die over de baan stromen. Ik stap af en toe uit om middelgrote stenen te verleggen. Hier en daar is de aardeweg verzakt, weggeschoven.

We rijden met onze gewone tweedehands auto, geen viermaalvier. Hopelijk raken we hier binnen een paar dagen - op onze terugweg - ook weer uit. Zorgen voor later. Wanneer we in de late namiddag de hangbrug naar ons huisje oversteken, ruilen we onze slippers voor steviger schoenen.

We wandelen langs de flanken van de modderbruine rivier. Het is bewolkt en toch zo veelbelovend. Morgen op stap met lokale gids, dan kunnen we een grotere lus maken. Misschien neemt hij/zij ons ook mee op de terrassen die we nu in de verte zien. Geen idee hoe we daar geraken, of we op de muurtjes tussen de rijstvelden mogen lopen. Morgen...

zondag 28 juli 2019

Kleurrijst

Voor Allerliefste is de zomervakantie nog steeds niet echt begonnen. Na de vergadermarathon in Hanoi pikt hij op de luchthaven een collega op. Morgen in Ha Giang een overleg met nieuwe partnerorganisaties, vandaag een autorit van zes uren.

'Kom jij dan naast ons zitten?' vragen de kinderen. Phúc belandt naast de chauffeur. Als hij met Allerliefste de vergadering voorbereid heeft, draait hij zich naar de achterbank om. 'Wat zoeken jullie? Drie loslopende honden, een tempel and someone with a conical hat?'

Twee punten voor Phúc, drie voor ons. Daarna duik ik in mijn telefoon. Locatie delen met een collega die van Ha Giang terug rijdt. Eens kijken waar we elkaar zouden kruisen, dan kunnen we zwaaien naar elkaar.

Dat is het voordeel van reizen in een land dat toch een beetje als thuis aanvoelt. We kennen links en rechts een handvol mensen, komen die af en toe onderweg tegen en krijgen tips die niet in de reisgids staan.

's Avonds neemt Phúc ons mee naar een restaurant dat er gesloten uitziet. 'Hier serveren ze gekleurde rijst,' zegt hij terwijl hij resoluut op zijn doel afstapt. De keuken waar een jonge vrouw met gele handen staat. Van het saffraan, begrijp ik later.

Met een minimum aan licht moeilijk te fotograferen, maar bijzonder lekker.