Posts tonen met het label Bai Xep. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bai Xep. Alle posts tonen

zaterdag 23 februari 2019

Een haalbare waterval

Ik doe dan wel van laat-mij-hier-maar-zijn, tegelijk laat ik me altijd ook gewillig op sleeptouw nemen. Als die van mij de omgeving willen (moeten) verkennen, dan ga ik mee. Graag mee.



We zijn op weg naar een waterval. Vijfhonderd meter of vijf kilometer verderop, we weten niet precies waar maar 'hier ergens'. Er is geen duidelijk pad en net dat is veelbelovend. We keren we een paar keer op onze stappen terug.

'Hier loopt het dood, we moeten verder aan de overkant.' En even later: 'Hier kunnen we ook niet meer verder.' Uiteindelijk kiezen we voor het pad van de rivier zelf. In het water. Stroomopwaarts moeten we hoe dan ook bij die waterval uitkomen.

Watervallen (en bergmeren en snelle rivieren en zwemvijvers) zijn voor mij meestal te koud. Ik moet er alleen mijn grote teen insteken en mijn spieren verstijven al. Letterlijk, alles vast. Daarom kijk ik meestal aan de kant naar het water en die van mij in dat water.




Dan roepen ze dat ik erbij moet komen. 'Het water is heerlijk!' Omdat mijn grote teen dat kan bevestigen, glij ik er uiteindelijk ook in. Geen krampen, geen kippenvel, ik kan echt genieten.

En daarna van de terugtocht in onze zwemkleren en van het uitzicht op de baai, op het pad dat we dan toch nog vinden.   




donderdag 21 februari 2019

Van 31 december tot en met 1 januari




Vissers hebben nooit vakantie. Alleen op 31 december en 1 januari, twee volle etmalen lang. Vooraf varen ze naar hun boot om feestelijk de vlag te hijsen, verder gebeurt er niets. Niets. Het dorp ligt plat. Of staat op zijn kop, het is maar hoe je het bekijkt.

Op de markt bijna geen kraampjes meer, maar wel kansspelen en iedereen in het nieuw. De jonge meisjes zijn het mooist. Sommigen hebben een ao dai met fijn kantwerk of Disney prints aan, anderen een nieuwe T-shirt op de groei en jeans salopette. En bijna allemaal een nieuwe, kleine handtas.






Het spijt mij dat ik het moet zeggen, de jongens zien er lang zo mooi niet uit. In plaats van een nieuwe handtas te kopen verspelen ze hun geld liever. Vijfduizend Vietnamese Đồng per keer, inzetten maar. Alleen de uitbater wordt er beter van.


Twee etmalen lang bij buren en familie binnen springen. Veel drinken en eten, paraderen en gokken. Daarna is het terug van vissen.
    

woensdag 20 februari 2019

Vissers hebben nooit vakantie

Voor ons mocht het leven dan een strand zijn, in Bãi Xép ging alles gewoon door. Aziatisch nieuwjaar of niet, in een vissersdorp moet elke dag gewerkt en dat hebben we gemerkt.

Omdat alle strandhutten volgeboekt waren kregen wij een studio iets verderop toegewezen. Aan de andere kant van de baai, weg van het fotogenieke toeristische strand. Maar (bijna) elk nadeel heeft zijn voordeel, we kregen een kamer waar we met ons vieren konden slapen en zicht op een écht strand.

Het strand waar de vissers vertrekken en aanmeren, waar ze hun vangst tellen en hun netten herstellen, waar ze hun vuil achterlaten en hanengevechten houden. Het strand waar ze op oudejaarsavond hun boothoorns laten horen en vuurpijlen afsteken, de pijlen die hen in nood op het water moeten redden.



Als ik niet op het toeristisch stukje strand was, dan omdat ik vanaf ons balkon wilde blijven kijken naar de zee en de vissers op de zee.

Bij valavond peddelen ze met hun ronde boot door de golven. Voorbij de branding stappen ze van die grote badkuip over in een vissersboot waarvan de kleuren zo helder oplichten. Met de zon laag in de rug varen ze dan naar hun fuiken.

De fuiken worden uitgezet bij drijvende houten staketsels, puntig als een piramide. Nadat verschillende van die vlotten aan elkaar geschakeld zijn, wordt het licht aangestoken. Als ik niet beter wist en die lampen niet zo straf waren, zou ik denken dat het omwille van Tết feest op zee was, met drijfkaarsen en wensen. Maar zo gaat het in het seizoen van de inktvissenvangst dus elke nacht.


Elke avond de fuiken uitzetten en elke ochtend de vangst controleren... Dat betekent uitvaren en weer binnenvaren, uitvaren en weer binnenvaren. Telkens in het schoonste licht van de dag. Daar kon ik maar niet genoeg van krijgen.









Als ik dan toch mijn ogen van het water kon afwenden, daalde ik van ons balkon naar het strand. Het echte strand, dat van de vissers. Het strand dat vol vlotten en afval ligt, bijna zo hoog als de omliggende bergen waar Bãi Xép tegenaan ligt.  


Om naar het toeristisch stukje strand te gaan stap ik door de straten van Bãi Xép. Twee om precies te zijn, meer zijn er niet. Zo smal dat brommers elkaar nog net kunnen kruisen, een auto kan er niet door. De kleine schaal van dit dorp maakt dat ik vanzelf midden in het vissersleven beland.

Ik knik smakelijk naar de familie die tussen allerlei koopwaar zit te eten. Op een mat op de grond, tussen douchezeep, mango's, sojasaus en chili chips. Ik knik naar de kinderen die hun voetbal naar het strand dribbelen en naar de vrouw die tussen haar tenen een net zit te repareren. Vissers gaan altijd door.






De twee straten die ik naar het strand stap vormen de liggende streep van een T. Loodrecht daarop staat de straat die het dorp met de autoweg in de bergen verbindt, de straat waar ook de markt zich bevindt. Waar de T samenkomt ligt het dorpsplein, niet veel groter dan de waterput die daar in het midden staat. Per huis zorgt een pomp voor stromend water.

Met mijn rug naar de waterput: de markt, één straat. Geen ondergrondse waterleiding, die hangt samen met de elektriciteitskabels boven de hoofden. Als ik me naar de put omdraai, zie ik hoe een en ander onderhouden wordt

U ziet dat goed, het uniform van de Rode Duivels. Het juniorenteam hier heeft ooit een Belgisch lot kunnen opkopen. Handig om de ploeg op te delen, de ene helft speelt nu in het rood. Vissers hebben nooit vakantie maar ze voetballen soms wel 




Ik kan het niet beter zeggen dan zoals op de waterput staat. Ik hartje Bãi Xép.


Edit: Zijn collega trok ook naar het vissersdorp.
              
     

dinsdag 19 februari 2019

Het leven is een strand

We zeiden het bij het opstaan ...


... rond 10 uur ...



... over de middag, toen we in de schaduw vluchtten ...


 ... rond 16 uur ...





 ... bij valavond ...


... en bij het slapengaan nog een keer.







Als een mantra. 'Twee keer nieuwjaar vieren, niet slecht.'

En al zeker niet als die tweede keer (het Aziatische nieuwjaar) een paar dagen duurt en je de ideale plek vond om die door te brengen.