woensdag 23 oktober 2019

Dictatuur rijmt op censuur

Sommige concepten moeten wij aan de kinderen niet meer uitleggen. Wat democratie betekent, bijvoorbeeld, en wat de gevolgen zijn als die aan diggelen ligt. Met het eenpartijstelsel van Vietnam ondervinden ze dat namelijk zelf.

Zo kunnen ze nooit gehoor geven aan de opeenvolgende oproepen van Greta Thunberg. Zelfs als zou hun school (hoogst waarschijnlijk) achter een klimaatmars staan, stakingen en optochten zijn hier verboden. De enige vorm van actie die de kinderen hier kunnen voeren, is het strand opruimen. Niet echt iets dat veel structurele verandering teweeg brengt.

Zo weten ze dat hier in huis een paar verboden boeken rondslingeren en - update! - dat ze de nieuwste film van DreamWorks niet kunnen zien. Waarom niet? Let in de trailer tijdens de 17e en 18e seconde maar eens goed op.



Zag U de kaart van de Zuid-Chinese Zee? Zelfs die naam horen ze hier niet graag, zeg liever Oost-Aziatische zee. Vietnam gaat niet akkoord met de stippellijn op de kaart. De eilanden die China in de film en ook in het echt claimt, zijn volgens Vietnam eigenlijk Vietnamees.

En dus wordt de film hier niet gedraaid. Pech voor wie het komende regenseizoen graag eens naar de cinema zou gaan. Het concept censuur moeten wij aan de kinderen ook al niet meer uitleggen.
         

maandag 14 oktober 2019

Slapen in een sprookje




'Neem je die foto's voor oparchitect? En vind je ook dat dit plan een beetje op een baarmoeder lijkt?' De dochter staat er met haar neus bovenop, ik knik en zeg haar dat ze straks in de reisgids maar eens over mevrouw Đặng Việt Nga moet lezen.

De eigenares en ontwerpster van dit huis heet in de volksmond Hằng Nga, de Vietnamese roepnaam voor het meisje op de maan. Deze zelfverklaarde godin heeft een Russisch diploma architectuur en het kind in zichzelf bewaard. Sinds de jaren negentig bouwt ze in en om Đà Lạt de gekste constructies. Haar Crazy House is een work in progress en kun je bezoeken. 



Đặng Việt Nga wil de Vietnamezen opnieuw dichter bij de natuur en hun cultureel erfgoed brengen. Dus staat er een gebouw in de vorm van een rong, het rieten dak van beton. Op het gelijkvloers hangen ijspegels aan de ramen, op de hogere verdiepingen wordt het warmer en is het aan de andere seizoenen. Er zijn lava-elementen, dunne wandelbrugjes van het ene gebouw naar het andere, pilaren die met valse wortels als een boom uit de grond rijzen. Achthoekige ramen, met het patroon van een spinnenweb. Afgeronde treden en trappen die zich als boomtakken rond en langs gebouwen slingeren. Weinig rechte hoeken, wel glooiende muren en bogen.

Is dit nu kunst of kitsch?

'Think Gaudí meeting Tolkien and dropping acid together,' staat er in de reisgids. Sommigen zien er de zin voor vrolijkheid en avontuur van Walt Disney in, anderen de aan gekte grenzende genialiteit van Salvador Dalí in. Voor Aziaten is het dé plek om honderden selfies te nemen. Wij kunnen niet elke keer wachten tot ze klaar zijn met poseren, dan komen we nergens. Dus komen we soms in hun beeld... 


Wanneer we door een deur van schelp naar binnen gaan, denk ik: 'Kitsch! Overduidelijk!' We staan op de onderwaterverdieping. Op de blauwe voer is een haai met opengesperde bek geschilderd, op de muren stukwerk met waterplanten, vissen en een grote kwal. 'Leuk voor een themafeestje,' zeg ik. En dan wijst Allerliefste mij op de spots, een bar in de buik van een walvis en een grote luster die Ariël meteen naar haar geheime schatkamer zou slepen.

Hier kun je een fantastisch fout feest organiseren! Kortom, kitsch. But then again... Đặng Việt Nga krijgt veel tegenwerking. De Partij vindt haar gebouwen maar niets. Te speels, te dromerig. Antisocialistisch. Is dit uitbundig gebouw dat mensen wil laten voelen en nadenken, dat giechels uitlokt en weerstand oproept dan niet tegelijk ook (een beetje) kunst?


Voor wie maar niet genoeg kan krijgen van Đặng Việt Nga's sprookjeswereld is er ook nog haar 'Huis met honderd daken'. Volgens onze reisgids is dat gebouw door de Partij in vlammen opgegaan, volgens Facebook is het een springlevende bar.

U kunt natuurlijk ook altijd in het hotel van Crazy House logeren. Voor buitenlanders redelijk prijzig en overdag lopen honderden toeristen door de gangen. Ik weet niet of gasten ook elke dag moeten opruimen, wij piepten alleszins in een paar lege kamers binnen. Wie in een sprookje wil slapen, moet daar iets voor over hebben.
   

zondag 13 oktober 2019

0,00001 % energie










Om maar te tonen: de weg naar de top is aangeduid. Langbiang is de hoogste berg van Đà Lạt en een van de weinige wandelingen in Vietnam waarvoor je geen gids nodig hebt.

Dus trekken wij meteen de eerste dag na aankomst onze stapschoenen aan. Broodjes en zonnecrème gesmeerd. Rugzak met regenjassen mee. Half oktober zit Đà Lạt weliswaar aan het einde van het regenseizoen, maar in de namiddag is er nog steeds een grote kans op buien en deze wandeling zou gemiddeld drie uren duren.

We beginnen de tocht met een slok water en een goede conditie. (Dat zou toch moeten. Ik train hier twee keer per week in omstandigheden die marathonlopers vellen...) Lukas plakt graag cijfers op zijn energieniveau en verzekert ons dat die honderd procent is.

De berg is mooi en bizar. Voorbij de veldjes met koffieplanten komen we eerst in naaldwoud terecht. Iets later en veel hoger stappen we door dichte jungle. Vonden de Fransen het vanaf daar niet meer de moeite om bomen te planten waaruit ze rubber konden halen? Is tropisch woud (tropisch hout!) de natuurlijke vegetatie en om die reden alleen op grote hoogte overeind gebleven?

De berg is vermoeiend. Ondanks onze goede conditie weegt elke stap. Ik denk dat we ondertussen al redelijk goed kunnen omgaan met de vochtige hitte, het moeten de hoogtemeters zijn. Voor wie constant op zeeniveau leeft, is het niet niets om boven 1500 meter te bewegen. En dat is nog maar het vertrekpunt. 

Lukas' percentages zakken sneller dan wij stijgen. Van tachtig procent naar minder dan de helft. Hij heeft dorst en zijn benen zijn moe. Nog maar twintig procent. Hij zweet en hij kan niet meer. Vijf. Dorst. Twee. Honger. Eén. Moe. Met zijn laatste restje moet hij nog ruim driehonderd meter naar boven.

En dan blijkt energie een rekbaar begrip. Met nul komma vijfennegentig procent klimt hij zijn zus achterna. Nul komma vijftig. Een slok water. Nul komma één. We komen aan een pad met trappen, het laatste stuk. Nul komma nul één. Een touw waar het te steil wordt. Nul komma nul nul één. Jana wacht boven op hem.

Met steeds meer nullen na de komma bereikt hij de top. 

We eten onze bánh mì precies 2.167 meter boven de zeespiegel. Na reusachtige bomen en uitbundig struikgewas is de top op een vreemde manier vrij van vegetatie. Misschien wordt er soms aan paragliding gedaan, denkt Allerliefste.*

Er is geen mist en we zijn buiten adem. Door het uitzicht op een panorama van 360° en de klim. Vier kilometer recht naar omhoog, terug beneden denk ik niet dat ik vandaag nog ga trainen... Met vernieuwde energie en ijsjes in het vooruitzicht gaat de afdaling snel.



Onderweg komen we een dorstig Vietnamees koppel tegen. Zonder water maar met hondje in drakenpak. We zitten elk om beurt op een schommel van lianen. Op een paar omgehakte of uitgebrande stammen gaan we als yoga standbeelden staan.

Lukas heeft weer honderd procent energie. Hij springt van de trappen, loopt tussen de wortels. We moeten hem intomen, straks rolt hij nog naar beneden. Eerst nog door de jungle, dan tussen de naaldbomen. Dat gaat prikken.








Terug beneden, bewoonde wereld. Het pad door de koffieplantage. Hier is een goede omschrijving en neen, een toegangsticket heb je niet nodig. Tenzij je dus inderdaad foto's wil nemen met een paard waarop zwart-witte strepen gespoten zijn... Voor een valse zebra hadden wij écht geen energie meer.

* Allerliefste vermoedde het juist. De volgende dag horen we dat er sinds een erngstig ongeval geen paragliding meer gebeurt. 
    

zaterdag 12 oktober 2019

De nationale moestuin

Courgetten verkoopt mijn groentenkraampje niet, daarvoor moet ik naar het centrum. Naar de grote markt, waar de toeristen komen.

De eerste keer dat ik daar vorig jaar de prijs hoorde, fronste ik. 'Zoveel? Ik ben geen toerist, ik woon hier. Geef me de lokale prijs!' Met uitroepteken, hier moet je overtuigd en overtuigend onderhandelen.  

Ze herhaalde hetzelfde getal en gesticuleerde 'Đà Lạt! Đà Lạt!' Sindsdien weet ik waarom sommige groenten duurder zijn. Ze komen met de vrachtwagen uit de provincie Lâm Đồng, Vietnam's nationale moestuin.

Daar in de bergen, 1500 meter boven de zeespiegel, heerst een heel ander klimaat en groeien groenten en bloemen die elders in Vietnam niet overleven. Er staan paarden en Europese koeien die, anders dan de Aziatische variant, melk kunnen geven voor boter, kaas en ... melk. Er groeien druiven waarvan ze - slechte - wijn maken.

Het is herfstvakantie en we gaan naar Đà Lạt, een stad midden in die moestuin. Vroeger kwamen de Franse kolonialen vanuit Saigon hier verfrissing zoeken, nu is het erg populair onder de Vietnamezen uit Ho Chi Minh City.

Ook wij kijken er naar uit om het eindelijk weer een beetje frisser te hebben. Misschien kunnen we een keer iets met lange mouwen aantrekken. Of wie weet als het 's nachts afkoelt voor de verandering eens onder iets slapen... Dat gevoel van geborgenheid, oh, dat wordt gezellig!

Vallei bij Đà Lạt. Door de oprukkende serres kan de enorme hoeveelheid regenwater niet meer snel genoeg in de bodem dringen. Hoewel de regering begint te beseffen dat hier ook een soort betonstop nodig is, worden voorlopig nog steeds serres bijgebouwd.







donderdag 10 oktober 2019

Zilver

Ik had dit meteen na aankomst moeten doen. Al die maanden die ik hier in Vietnam verspild heb aan 'Neen! Mijn haar niet nat maken!'

Omdat het zo'n gedoe was om chloor of zout eruit te wassen. Omdat ik tijdens dat wassen altijd zo veel haar verloor. Omdat het putje van de douche daardoor verstopt raakte. En omdat ik niet wou dat mijn paardenstaart steeds dunner werd, mijn dot steeds kleiner.






Nu het er allemaal af is, mogen de kinderen mij overal kopje onder duwen.

Ik krijg bovendien nog best veel complimenten, zo'n kort kapsel staat mij blijkbaar. 'And where exactly did you get your pixie haircut?' vragen de moeders op school. Het is hier niet evident om een goede kapper te vinden, eentje die Westers haar verstaat. Minder steil en stug, dat vraagt blijkbaar om een andere aanpak.

'I cut it myself. Above the sink, in my own bathroom.' En dat je dat vanachter in mijn nek wel een beetje kunt zien, als je het weet. Maar dat ik daar zelf geen last van heb. Ik kijk niet achterom. En flip ook al niet op de grijze - ahum, zilveren - haren die ik in de lavabo zag.

Echt, ik had dit al veel eerder moeten doen.




dinsdag 8 oktober 2019

Onthaalvader

Hij ijverde er jàààààren geleden al voor. Meer mannen in zorgberoepen. Ze zijn niet alleen een rolmodel voor de kinderen (jongens en meisjes), maar ook voor de ouders (moeders en vaders) en eigenlijk de hele samenleving.

Daarom dus dat hij ook hier die vraag stelde, toen hij bij Allerliefste een audit deed. Hoeveel mannen staan in het Vietnamese kleuteronderwijs?

Antwoord: veel te weinig. We spraken er achteraf over, toen hij privé nog een paar dagen aan zijn professioneel bezoek koppelde. Zodat we samen op stap konden en bijpraten, tot 's avonds laat. (Of toch naar Vietnamese normen...)

Ik heb er zo van genoten en nog maar eens gemerkt wat voor een interessante, warme en integere mens mijn vroegere baas is. Ik ken bijna niemand met een dergelijke staat van dienst die zijn professionele en persoonlijke ervaring zo graag, open en eerlijk deelt en tegelijk zo kwetsbaar, zoekend en echt blijft.

En ook nog eens hartelijk lacht om de onnozelheden van onze kinderen. In de zwaar drukkende hitte zo veel trappen kan klimmen. Honderduit over zijn eigen kleinkinderen vertelt. En zegt dat we voor hem niet per se speciaal moeten doen. We mogen 's avonds ook gewoon restjes opwarmen.

Voor hem dook ik begin deze week in mijn archief. Voor hem nu ook deze foto van een onthaalvader in Đà Nẵng, getrokken toen we daar nog woonden en elke dag door dezelfde straten slenterden.

Op den duur wist ik rond welk uur hij de kinderen aan zijn lage ronde tafel te eten zou geven en wanneer ik mijn toestel moest meenemen. Een knikje, toen ik de camera omhoog hield. Ik mocht en dacht toen al:

J. zou dit fantastisch vinden. 



vrijdag 4 oktober 2019

Geen Mickey Mouse op de muur, wel ...

Met of zonder pedagogisch project, Vietnamese kinderopvang herken je doorgaans van ver. Er rijdt een constante stroom brommers door de poort, met voor- of achterop heel jonge kinderen, en het heeft de vrolijkste kleuren van de straat. Een vlaggetjesslinger is wel het minste, vaak is het hele gebouw een grote regenboog. Op de buitenmuur meestal tekenfilmfiguren of scènes uit het (vroegere, geromantiseerde) dagelijkse leven van Vietnamese kinderen (zoals buffelrijden) en in de tuin speeltuigen met knalkleuren.  

Soms is het een beetje overdreven.

De kinderen zijn nog nooit naar Disneyland geweest, 
maar zaten wel al op een schommelbank voor een crèche in Kon Tum

donderdag 3 oktober 2019

Het gewicht van een feestje

Soms is het pedagogisch project wél heel duidelijk aanwezig. Dan gaat het meestal om internationaal georiënteerde kinderopvang, die met Montessori en zo willen overtuigen.

Toen we nog in Đà Nẵng woonden, die eerste maand na onze aankomst, lag ons appartement tegenover een grote kinderopvang. Op de buitenmuur onderstreepten foto's en kernwoorden hun aanpak. Education stond erbij en dat zag er naar mijn zin veel te schools uit. Maar gelukkig ook celebration.



Goed, dacht ik, want de meeste mensen zijn regelmatig jarig en je kunt altijd de komst van alweer een nieuwe lente vieren. Op feestjes is de sfeer doorgaans positief en het doel altijd 'samen'. Ook al wordt er in de wereld op even veel manieren gevierd als er culturen zijn, feesten brengt mensen samen.

'En daarom,' zei ik tegen Allerliefste, toen nog maar net en dus nog helemaal niet mijn job had losgelaten, 'schreven we in KIDDO artikels over het belang van feesten. Omdat kinderopvang ook in Vlaanderen steeds diverser wordt. Feesten verbindt families in een crèche. En die internationale kinderopvang hier heeft dat precies ook door.'
      

woensdag 2 oktober 2019

Bezig en blij, blij en bezig

Ondertussen is de kinderopvang ook in Vietnam natuurlijk wel al geëvolueerd, schreef ik. Alleen heb ik nog niet zo goed begrepen hoe precies. Zou kinderopvang hier ook een pedagogisch project hebben?

Met andere woorden, doen Vietnamese begeleiders - net als in Vlaanderen - meer dan kinderen bewaren? Zorgen ze er ook voor dat kinderen zich goed voelen, zorg op maat krijgen, vriendjes maken, op ontdekking kunnen gaan? Draait het hier ook om kinderen letterlijk én figuurlijk laten groeien?


Ik heb er geen foto van, vond dat te veel inbreuk op de intimiteit, toen ik haar door de spijlen hierboven zag gluren. Een jonge moeder, zeker twintig minuten stond ze daar. Te kijken naar het kind dat ze net naar de opvang had gebracht en dat nu op de koer op allerlei speeltuigen klom.

Hoe ik precies hetzelfde deed, toen onze kinderen in de opvang startten. En nog lang daarna. Snel door de glazen deur piepen, kijken of alles goed gaat. Zijn ze met een vriendje aan het spelen? Tilt de begeleider hen op? Hebben ze een speeltje vast? Zijn ze bezig? Zijn ze blij?  

Ik hoor het de Vietnamese buurvrouw nog zeggen, toen haar jongste vorig jaar voor het eerst naar de crèche ging. 'I so sad. He cry, every day.' En een andere buurvrouw, nog op zoek. 'I want good childcare, not watching cartoons all day.' 

Is mijn kind blij? Is mijn kind bezig? Kort door de bocht lijken me dat de twee vragen van jonge ouders overal ter wereld. En dus ook in Vietnam. Als de kinderopvang hier een pedagogisch project heeft, hoop ik dat die twee woorden erin staan.
     

dinsdag 1 oktober 2019

In bewaring

Mijn baas is op bezoek. Of eigenlijk: mijn vroegere baas. Want ik ben hier in Vietnam natuurlijk niet voor de Vlaamse kinderopvang aan het werk, en hij is al even op pensioen.

Toch zijn we allebei nog altijd met die allerjongsten bezig. Hij als consultant, hier binnen het werkveld van Allerliefste. Ik als ... observator misschien? Wanneer ik door mijn foto-archief klik, zie ik verschillende beelden van Vietnamese kinderopvang, alsof ik daar vanzelf scherp op stel.

Laat ik met die foto's maar iets doen, nu mijn vroegere baas hier is. Misschien een beetje historisch perspectief om te beginnen? In het Museum voor Schone Kunsten van Hanoi bedenk ik dat de oorlog hier misschien wel het begin van de kinderopvang geweest is.

Op oudere schilderijen bungelen baby's in een draagdoek op de rug, ik zie ze wiegen in het ritme waarop hun moeder rijsthalmen snijdt. Peuters zitten in een schilderij op de grond voor hun hut te spelen. Of op de schoot van een grootmoeder die nog geen zonen verloren heeft.

De zijden schilderijen van Nguyễn Phan Chánh tonen heel andere scènes. Hij specialiseerde zich in het dagelijkse leven tijdens de oorlog met Amerika. En plots worden jonge kinderen in groep afgebeeld! Onder begeleiding van iemand die dat duidelijk al meer gedaan heeft. Ziet U hoe ze de kinderen aanspreekt? Hen veilig bij elkaar houdt? En dat boek in haar hand? Misschien gaat ze straks werk van Karl Marx voorlezen ... 


Toen Vietnam alle bruikbare mannen voor de strijd opvorderde, verrichtten vrouwen dubbel zoveel werk. Want fabrieken bleven op volle toeren draaien, sommigen deden niets anders dan vlaggen en uniformen naaien. En om alle soldaten te voeden moest ook de rijstoogst op peil blijven. 

Was het toen vrouwen de hele boel moesten runnen, dat ze zich begonnen te organiseren? Zet vijf kinderen bij elkaar, dan kunnen vier moeders iets anders gaan doen. Niet voor niets noemde Nguyễn Phan Chánh een van zijn zijden doeken uit die periode 'moeder haalt kind op'.


Kijk goed. De moeder komt niet recht van het veld, maar van het slagveld. Kogelriem rond haar middel en geweer over haar schouder, spoelt ze eerst nog snel het vuil en het gevecht van haar voeten. 

Ik moet denken aan dat boek over de geschiedenis van de Vlaamse kinderopvang. Titel: In verzekerde bewaring. Alleen waren moeders die hun kinderen in Vietnam tijdens de oorlog in bewaring gaven niet altijd verzekerd van een goede afloop. De crèche kon gebombardeerd worden, de moeder/militair kon sneuvelen. Zouden ze elkaar nog terugzien?

Op het schilderij kijkt de moeder blij en strekt het kind alvast de handen uit. Ondertussen is de opvang hier natuurlijk wel geëvolueerd en - net als in Vlaanderen - meer geworden dan je kind 'in bewaring' geven. En daar ga ik het met mijn vroegere baas de komende dagen over hebben.