donderdag 9 juli 2020

Nationaal dutje

Tussen half 12 en half 2 is het echt te warm. Veertig graden en vochtig. Niet de meeste productieve uren van de dag. Vietnam doet dan een dutje.

Over de middag gaan de scholen dicht. Marktkramers laten hun rolluiken of plastic zeilen naar beneden. De bars sluiten.

Oudere mensen nestelen zich in hun hangmat. De rest gaat op een rieten mat liggen. De medewerkers van Allerliefste kruipen onder hun bureau. In het museum nemen de suppoosten de zitbanken in.

Ogen dicht. Platte rust. 






woensdag 8 juli 2020

Hồ Tây Water Park

Alles in Hanoi al gezien. Of toch bijna. Maar al meer dan twee jaar geen Brusselse wafel gegeten! Dus nemen Belgische vrienden ons mee naar Oasis. En daarna - met volle maag maar vlakbij - naar Công Viên Nước Hồ Tây. Een door en door Vietnamees waterpark.

Dat betekent: zeer betaalbaar, afbladderende verf, nul privacy in de kleedhokjes, een administratieve procedure voor goed geregelde lockers, lokale jongeren die de mooie blonde dochter nastaren (en steeds vaker aanspreken), redders die met hun telefoon bezig zijn, verdacht weinig veiligheidsmaatregelen, ont-zet-tend veel plezier en ... 
                    
... ook nog eens een heel mooi zicht.
            

Het huis van Ho

'Hij is niet thuis,' zegt Allerliefste.
'Hoezo?'
'Hij is in Rusland.'
'Echt?'
'Voor onderhoud.'

Elke dag luistert Allerliefste naar The Voice of Vietnam. Een uurtje nationale radio in het Engels. Propaganda waarmee je toch een beetje op de hoogte blijft. Zo weet hij dat het lichaam van Ho Chi Minh regelmatig opgestuurd wordt. Russische specialisten moeten ervoor zorgen dat het lijk in goede staat blijft.

'Hoezo?' vragen de kinderen nu.
Ik denk... 'Opnieuw balsemen. Of misschien wel drogen. Inwikkelen. Weet ik veel.'
'Ons bezoek wordt misschien wat minder persoonlijk,' zegt Allerliefste niet zonder ironie, 'maar laten we er toch het beste van maken.'


Vorige zomer wandelden we over de middag voorbij het mausoleum. Bijhorende sites zijn dan gesloten. Vandaag begreep ik waarom. Te warm! Mag je daarom ook geen kauwgom eten? Omdat anders iemand in die hitte sjieken moet afschrapen? 

Het mausoleum

Als hij er niet is, wat zouden wij dan in de rij gaan staan! Aan de ingang toevallig de wissel van de wacht meemaken, zo'n heel precies militair dansje, dat is al meer dan genoeg.

'Waar zouden die wachters de hele tijd aan denken?' vragen we ons af. 'Auto's tellen? In hun hoofd liedjes zingen?' En hoe weten ze wanneer ze onderling van plaats moeten ruilen? Gaat er een alarm af dat wij niet kunnen horen? Of moeten ze in zichzelf aftellen?'

Ik heb de app niet gevonden, maar vanuit het kunstproject 'Into Thin Air' zou er ook een geluidswandeling overgebleven zijn. In 'Calm Reality' zetten kunstenaars Nhung Nguyen en Christian Grothe de sfeer van het Ba Dinh plein om in muziek. Misschien nog wel te vinden op iTunes of zo.

De tempel op één zuil

Ik vertel de kinderen over keizer Ly Thai Tong. Een straatnaam die we herkennen! Hij regeerde van 1028 tot 1054 maar had geen erfgenaam. Volgens de overlevering droomde hij op een nacht van Quan The Am Bo Tat. En echt waar, in zijn droom schonk de Godin van Genade hem een zoon.

Daarna trouwde de keizer met een jonge boerendochter en kregen ze samen een troonopvolger. Om 'voor dit evenement' zijn dank te tonen, lied hij een pagoda op één zuil optrekken. Het staat symbool voor de lotus, een bloem die 'puur en zuiver' rijst 'uit een zee van zorgen'.


Vlak voor ze de aftocht moesten blazen, vernielden de Fransen nog snel deze tempel. De Vietnamese regering herbouwde de pagoda, lees ik nog voor.  

'Dankbaarheid voor welk evenement?' vragen de kinderen zich af. 'Voor de droom? Voor zijn zoon? De nachten met het plattelandsmeisje? Jakkes!'

Het museum

We bezoeken eerst de afdeling over de 'karakteristieken' van Ho Chi Minh. Wist U dat die zelfs in de eindtermen staan?

Leerlingen moeten zoveel mogelijk op Nonkel Ho lijken. Ze moeten zo menslievend zijn als hij en hetzelfde rechtvaardigheidsgevoel ontwikkelen. Loyaal zijn aan het vaderland en opkomen voor anderen. Verder moeten leerlingen dezelfde scherpe intelligentie hebben en breed geïnteresseerd zijn in cultuur (en dan vooral literatuur en poëzie). Ze moeten sportief en dapper zijn en ook nog eens bescheiden en goedhartig van aard. 


In het museum zien we inderdaad een troep leerlingen. Blauw uniform en bijzonder luid. Hoe snel die van infobord naar infobord fladderen, kan ik bijna niet geloven dat ze alles opslaan. Maar de foto's bij zijn standbeeld zijn getrokken! En in het jaarplan kan dit bezoek afgevinkt worden!

We begrijpen het wel, het is ook telkens hetzelfde verhaal. Als wij de propaganda al kunnen voorspellen, hoe moet het dan zijn voor leerlingen die dat elke dag horen? Hoe het allemaal omschreven staat is soms ook echt wel grappig. De leider zei bijvoorbeeld dat dat ze de eerste slag (in 1944) moesten winnen en dus deden ze dat.



Zijn persoonlijke voorwerpen tonen dat hij verder wel altijd eenvoudig is gebleven. Ha! Zoon van een ambtenaar van de keizer in Huế, hogere studies afgerond en als jonge gast naar Europa gereisd, maar verder wel gewoon 'een Vietnamees onder de Vietnamezen'. Kijk maar naar zijn sandalen! Gemaakt uit oude autobanden! Zie hoe bescheiden!

In de winkel van het museum verkopen ze kleine sandalen als sleutelhanger. Nu winstbejag ook in Vietnam deel van het dagelijks leven is geworden, zouden ze nog veel meer kunnen verkopen. Groene potloden en zwarte pennen, bijvoorbeeld. Of gladde keien, van de soort die Ho op zijn papierstapel legde. Gratis uit de eerste de beste rivier te halen, 100.000 đồng pure winst.

En ik vraag me af of Ho zich voor deze personencultus zou omdraaien in zijn graf. En wat als ik beroemd zou worden? Zouden mijn steen, pen en potlood dan ook in een museum belanden? Moet dat nu echt?

Op de bovenste verdieping een bijzonder cryptische en chaotische collectie. Goed om even door te fladderen, die leerlingen hebben gelijk. (Dit zegt de reisgids erover.)

Het huis van nonkel Ho

Omdat leider Ho steeds meer tijd in de hoofdstad moest doorbrengen, bouwde de Partij hier zijn huis na. Midden in de hoofdstad, vlakbij een meer ... Alsof de communisten ook geomantiek toepasten.

Je kunt het huis zelf niet bezoeken, een blik door open ramen en deuren moet volstaan. Nu is zelfs de buitenkant afgesloten. Toch kunnen we het ons wel ongeveer voorstellen. Houten galerij op de eerste verdieping, dikke houten zuilen, overhangend dak.


Bordjes manen aan om niet stil te staan. Meestal moet het hier onaangenaam druk zijn. Nu er niets te zien is, is er bijna niemand. In de verte komt de troep schoolkinderen er weer aan. Sommigen giechelen blij. Nu kunnen ze weer hun Engels oefenen!

'Hello, how are you? Where are you from? Have a nice day.' De leerkrachten zeggen hun leerlingen dat ze ons met rust moeten laten. Dat ze bij elkaar moeten blijven. Het bordje op de brug negeren ze straal. 'Blijf doorlopen a.u.b!' Daar staan ze stil om een foto te nemen.



Tegen dan is het 11u30. De garage met auto's van Ho Chi Minh slaan we over. Het is te heet, we willen terug door de veiligheidscanner naar buiten en onze mondmaskers afzetten. Snel in een taxi met ijskoude lucht.
          

dinsdag 7 juli 2020

Hanoi by night

De tempel. De brommers. De hitte. Het leven op het voetpad. 

Hanoi in kleur



Om de hoek kun je bamboeladders kopen. Iets verderop de IJzerstraat, waar allerlei metalen rekken uitgestald staan en de kinderen voor het eerst in hun leven een smid aan het werk zien. Er worden vuurkorven, barbecue stelsels en patrouillekisten verkocht. Verderop allerlei doe-het-zelf materiaal.

Daarachter de straat met kledingwinkels. Doorwandelen tot de straat met naaigaren, knopen en applicaties. Verderop stoffen aan de lopende meter.  

Parallel ligt de straat met de oude apothekers. Het ruikt er naar tijgerbalsem en gedroogde kruiden. Ik gluur graag naar binnen, de oude houten ladekasten zijn erg mooi. De straat met tempeltoebehoren is ook heel mooi. Gongs en goeden Boeddhabeeldjes.

Links afslaan, dan kom je in de straat met knutselgerief. Er hangen slingers, er staan dikke rollen vilt en er liggen hoge stapels glitterpapier. Loopt door tot in de straat met plastic speelgoed. Autootjes, poppen, mini kookgerief. 

Een straat verder is de Lichtstraat. Staande lampen, hanglampen, neonletters, stroboscoop. Wie briefpapier en bijhorende envelop zoekt, moet in de straat van ons hotel zijn. Trouwuitnodigingen zijn duidelijk bijzonder populair. Verderop de straat met ventilatoren. Daartussen de straat voor telefoonhoesjes. En die voor (zonne)brillen.

Dat is de oude wijk van Hanoi. Nieuwe winkels en oude ambachten door elkaar, maar wel netjes gesorteerd per straat. Mijn favoriet is de straat waar je vals fruit kunt kopen. Bedoeld voor sapverkopers, om de (vaak piepkleine) etalage van hun kraampje op te fleuren.

Niet alleen die kraampjes worden er beter van, de hele straat doet watertanden. Zo veel kleur! Mijn humeur wordt er beter van.

maandag 6 juli 2020

Hanoi in zwart-wit




Eén van de foto's hierboven had niet eens een filter nodig, die stond vanzelf al in zwart-wit. Wanneer we bij valavond in Hanoi aankomen, weten we meteen waarheen. Eerst daar een bành mí, als dessert chè bij 4 Mùa, letterlijk: Vier Seizoenen.

Zie foto's hierboven. Chè is iets tussen pudding en soep, koud en zoet. Als dat al raar klinkt, dan kunt U waarschijnlijk bijna niet geloven dat ze er ook nog bonen of jelly bij doen. Of allebei. En toch smaakt het zó lekker. Verfrissend en zacht tegelijk.

Oh, hartjes voor Hanoi. En hoe het een beetje troost. Normaal kregen we deze zomer zeventien mensen op bezoek. Allemaal afgelast, ons humeur toont alle tinten grijs. 

We gaan nu zelf op reis. Bekende delen van Vietnam nog een beetje verder verkennen... (zoals vorige zomer, terwijl Allerliefste in de hoofdstad vergadert). En binnen een paar dagen ook onbekend gebied ontdekken.
              

vrijdag 3 juli 2020

Sorry, Papasan

'Jullie wonen hier, hé?' Het is van voor Corona geleden, de Japanner moet zijn geheugen opfrissen. 'Ja, weet je nog, toen en toen?' Genta van Samurai Kitchen knikt en neemt onze bestelling op.

Dan plaatst hij een rieten mandje op tafel. Daarin een set zwaarden, we krijgen er elk drie. 'Jullie moeten elk om beurt steken. Wie de Ninja in de lucht doet springen, is verloren.' 

Verliespunten houden we bij met de bonen van een ander spelletje uit het rieten mandje. Jana en ik proberen dat na het eten uit. We moeten met veel te kleine plastic chopsticks gladde plastic bonen grijpen. Ze springen weg in alle richtingen, net als die Ninja.

Het geeft niet, behalve wij is er toch niemand in het restaurant. We palmen uiteindelijk drie tafels in. Een waarop de plastic bonen tussen onze lege borden en onder de stoelen liggen. Een waar de jongens verhit het ene na het andere zwaard steken. Een waarop Genta een doos papier zet.

'Kraanvogel?' Jana en ik knikken. Genta vouwt er elke avond eentje, zen voor het slapengaan. Hij neemt vanavond zelf ook een vierkant blad, gaat straks 'toch op tijd naar bed.' Dan toont hij ons waar we moeten vouwen, keren, plooien, draaien, vouwen, keren, plooien, draaien, vouwen.

Hij maakt er een hele show van en blijft tegelijk ongelooflijk kalm en geconcentreerd. 'Sorry, Papasan!' zegt hij tegen de overkant van het kleine restaurant. 'Origami kan soms even duren.' Dat het geen probleem is. Allerliefste en Lukas zijn nog volop de Ninja aan het doodsteken.

Kunt U zich dat voorstellen, dat U regelmatig naar hetzelfde restaurant terugkeert omdat het er zo lekker is? Ja, natuurlijk! Kunt U zich voorstellen dat U langer blijft omdat de kleurplaten zo leuk zijn? Wij ook niet!

Bij de Japanner doen we de wachtspelletjes lang nadat de rekening betaald is. Als het eten niet zo lekker was, zouden we daar zelfs zonder gewoon een hele avond willen komen spelen en kraanvogels vouwen.
           

vrijdag 19 juni 2020

Wit huiswerk op de internationale school


Het prentje hierboven plukte ik van de website van de internationale school. Ziet er mooi divers uit, niet? Wel...

In tijden van #blacklivesmatter maak ik - net als zo veel anderen - mijn wit huiswerk. Dat is grondig stilstaan bij het voordeel van je witte huidskleur. Boeken, films, artikels, podcasts en vragenlijsten kunnen daarbij helpen.

Waarom? Als witte mensen doordrongen zijn van hun eigen privileges, zien ze de discriminatie van mensen met een andere huidskleur * scherper. Ze kunnen zich daar dan actief tegen uitspreken, een betere bondgenoot zijn. Want wat ik ergens las: het is vandaag onvoldoende om niet racistisch te zijn, we moeten antiracistisch zijn.   

Ik heb de afgelopen weken veel gekeken, geluisterd, gelezen. Ik heb gevloekt en geknikt en ben ook wel geschrokken van mijn eigen blinde vlekken. De internationale school is er daar maar één van. Dit artikel van Rachel Engel legt uit waarom, ik parafraseer hieronder.

Kumbaya maakt kleurenblind

Een internationale school is bij uitstek divers. Binnen dezelfde klas zijn er vaak even veel nationaliteiten als er kinderen zijn.

Het leerkrachtenkorps is meestal iets minder divers. Het zijn ofwel native speakers Engels ofwel Franse locuteurs natifs, dus meestal afkomstig uit de Westerse wereld. Aangevuld met een paar lokale leerkrachten, meestal teaching assistents. Hier en daar nog wat andere internationale leerkrachten, bijvoorbeeld voor sport of muziek.

Maar de schoolkalender staat dan weer wel vol activiteiten waarmee andere culturen gevierd worden. (Het risico op exotisme is niet gering.)

In veel internationale scholen wordt ook nog eens druk gereisd. Deze uitwisselingsprogramma's en soms ook liefdadigheids-trips dragen bij aan het harmonieuze beeld dat internationale scholen willen uitdragen.

Respect en verbondenheid tussen alle mensen wereldwijd! Daardoor komt ras weinig tot niet ter sprake. Alsof er geen problemen zijn. Alsof discriminatie en andere vormen van geweld niet bestaan. Alsof we in een post-rassen-maatschappij leven. Ook op de campus van een internationale school komt racisme voor. Alleen wordt het niet gezien, niet besproken, niet aangekaart.

Westers onderwijssysteem, Westerse overmacht

Het ontstaan van internationale scholen kan teruggevoerd worden naar de migratie van Europese expats en diplomaten naar "ontwikkelingslanden" in Afrika, Latijns-Amerika en Azië. Vanuit het idee dat hun verblijf slechts tijdelijk zou zijn, zetten zij een onderwijssysteem op waarmee hun kinderen makkelijk terug in het onderwijs van het thuisland zouden integreren.

Een internationale school volgt daarom een curriculum dat verschilt van het gastland. Er ligt grote nadruk op wereldburgerschap en de rapporten zorgen dat kinderen makkelijk van de ene naar de andere internationale school kunnen verhuizen. Of terug naar de school in hun thuisland of eender welke andere school in de Westerse wereld.

Wereldwijd gaan anno 2020 meer dan 5,6 miljoen studenten naar zo'n 11.000 internationale scholen. Dat zijn al lang niet meer enkel kinderen van diplomaten en expats. Voor lokale families uit de gegoede klasse is zo'n school vaak een toegangsticket tot Westers hoger onderwijs en succes.

Statussymbool dat ook nog eens toekomstperspectief biedt. Een internationale school staat boven de lokale cultuur, boven de lokale taal, boven het lokaal onderwijssysteem.

Dus leren de rijkere kinderen van Afrika, Azië en Latijns Amerika - mensen die later belangrijke posten zullen bekleden in de private economie of publieke besturen - Westerse talen, Westerse geschiedenis, Westerse vaardigheden en gebruiken, Westerse waarden en normen. Leren wordt dan assimileren.

Nog meer kansen

Internationaal onderwijs kost handenvol geld. Lokaal of niet, de leerlingen komen per definitie uit kansrijke families.

Gezien het bruto nationaal product van landen waar zo'n internationale school staat, kunnen de meeste lokale gezinnen zich dit soort onderwijs eenvoudigweg niet permitteren. Idem wanneer het inschrijvingsgeld volledig of gedeeltelijk betaald wordt door het bedrijf / de organisatie waarmee de expat uitgezonden wordt. Dan gaat het niet per se om rijke maar zeker wel geprivilegieerde gezinnen.

Sociologen zien binnen onze geglobaliseerde wereld een steeds grotere kloof tussen een soort transnationale opperklasse en een mondiaal proletariaat. Binnen het systeem van globale ongelijkheid zorgt een internationale school dat reeds kansrijke kinderen nog meer kansen krijgen.

Wanneer ze afstuderen, behoren leerlingen van een internationale school tot de hoogste klasse, niet alleen lokaal maar ook globaal. Op die manier draagt internationaal onderwijs bij aan en versterkt het ongelijkheid wereldwijd.

Ook al is dit punt vooral sociaaleconomisch, het heeft ook wel met ras te maken. Internationale scholen trekken nog steeds heel veel witte kinderen aan, hun privileges worden dus nog maar eens versterkt.


Tot zover mijn interpretatie en samenvatting van het artikel.

Ik vind dit een moeilijke kwestie ...

Oh, wat hebben wij hier al met het onderwijs geworsteld! Nog vooraleer we naar Vietnam verhuisden was dat de grote kwestie. Ik was bij aanvang zelfs van plan de kinderen thuisonderwijs te geven, U wilt niet weten hoe veel schoolboeken en educatief materiaal wij voor niets ingepakt hebben.

Omdat de kinderen ook nood hebben aan andere kinderen (vrienden zo gezond!), zijn we uiteindelijk toch naar scholen beginnen uitkijken.

Hội An heeft ook een bilingual school. Zonder al te technisch te worden... Deze scholen zijn lokaal meestal iets meer ingebed. Leerlingen die het Engelstalige programma volgen, delen sportlessen, bibliotheek, speelplaats, lunch en andere activiteiten met Vietnamese studenten (die daar ook in de meerderheid zijn).

Maar die school is veel duurder dan de kleine internationale school. Als het op principes en grote bedragen aankomt, zijn wij geen gezin dat niet moet rekenen. Bovendien opende die bilingual school nog maar net zijn deuren, toch een beetje een gok.

Argument pro échte internationale school was onder andere dat het al enkele jaren ervaring heeft. Ik maal niet om de certificates en awards die het van internationale onderwijsnetwerken krijgt, wel om het feit dat al een paar studenten effectief hun diploma gehaald hebben.

Papieren waarmee de kinderen makkelijk terug naar het Belgisch onderwijssysteem kunnen, dat speelde zeker mee bij onze keuze. In die zin lijken we op de expats die de eerste internationale scholen oprichtten: we weten dat we hier slechts een paar jaar zijn, het stelt absoluut gerust dat de kinderen dankzij een Westers curriculum makkelijk terug zullen re-integreren. Wij oefenen thuis zelfs Belgische woordpakketten!

Dus ja, wij zijn bij een kleine maar toch typische internationale school beland. Waar het vaak van kumbaya is en alleen maar kansrijke kinderen komen. Hoe moeten we daarmee omgaan? Rachel Engel deelt in haar artikel ook een paar strategieën. Daar heb ik het morgen over.


* Zie morgen. Of overmorgen. Of ...