Posts tonen met het label Vietnamese war. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vietnamese war. Alle posts tonen

maandag 10 augustus 2020

Agent Orange

Vandaag is Agent Orange Day. Al had daar gerust de hele regenboog kunnen staan. Er was namelijk ook Agent Pink, Green, Purple, White en Blue. Al die herbiciden werden vanuit de VS naar Vietnam verscheept. 

In vaten met oranje, roze, groen, paarse, witte en blauwe strepen zat 2,3,7,8-tetrachlorodibenzo-p-dioxine. Dioxine, herinnert U zich dat nog? Puur vergif. De meeste vaten hadden een oranje kleur, daarin zat dan afhankelijk van de mix Agent Orange I, II, III en 'Super Orange'

Bedoeling was de jungle ontbladeren, zodat de vijand (soldaten uit Noord-Vietnam en guerilla in Zuid-Vietnam) zich niet langer kon verstoppen. Ergens las ik dat het ook op landbouwgrond gesproeid werd, om de oogst te vernietigen en soldaten en lokale bevolking uit te hongeren.

Op 10 augustus 1961 begon het Amerikaanse leger voor het eerst te spuiten. Tot 1971 ging dat door, twintig miljoen gallons in totaal. Omgerekend is dat zo'n 90 miljoen liter. 

Het gebeurde met helikopters maar ook door vrachtwagens en mannen met een tank op hun rug. Ze sproeiden tot vlakbij de grenzen van hun eigen basis. Soldaten grapten onder elkaar 'Only you can prevent a forest!'  Een parodie op een populaire Amerikaanse antibosbrand campagne.

Sommigen kregen er ongelooflijke jeuk en uitslag van. Legerleiding en militaire dokters konden er niets beters op verzinnen dan afspoelen, dat bracht tijdelijk verlichting. Dat het water zelf waarschijnlijk ook vergiftigd was, wisten ze niet.

Tien jaar later stierven duizenden mannen aan kanker, leverfalen, spier- en hartziekten. Nog duizenden werden met onherstelbare neurologisch schade naar de psychiatrie verbannen. En anders kregen hun vrouwen de ene miskraam na de andere, of baarden ze kinderen met een of meerdere (ernstige) beperkingen.

Niemand kon destijds de ernst inschatten. Wanneer de vaten met dat goedje leeg waren, sneden soldaten het metaal in twee en gebruikten ze de helften als barbecuestel. In de jungle vulden Amerikaanse, Australische en andere soldaten hun helmen in waterplassen en dronken zo rechtstreeks het gif. 

Ook de bevolking in Vietnam, Cambodia en Laos wist van niets. Ze wasten zichzelf en hun kleren in vergiftigde rivieren. Aten vis uit die rivieren. Fruit, groenten en rijst van besproeid land. Dieren die op dat vergiftigd land gescharreld en gegraasd hadden. Vogels die tijdens het sproeien dood neergevallen waren. 

Zie ik hier kinderen met vervormde ledematen, dan vraag ik me telkens af of het een verlaat effect van Operation Ranch Hand is. Er zijn 400.000 mensen aan gestorven, 2 miljoen leidt aan Orange ziekten en een half miljoen kinderen draagt de gevolgen.

In 2004 stelde een groep Vietnamezen zich burgerlijke partij, de rechtszaak tegen de toenmalige leveranciers loopt nog altijd. Wilcox, van wie ik het beruchte boek over Chemical Warfare las, zei tegen een Vietnamese krant dat de Amerikaanse regering blijft weigeren om slachtoffers te vergoeden. 

'Because that would mean admitting that the U.S. committed war crimes in Vietnam.'

      

maandag 6 april 2020

In goede handen

Ik las ergens dat het wel ernstig moet zijn, als ook anarchisten zeggen dat iedereen best de richtlijnen volgt. Hier worden expats dan weer bijna nationalisten. Zo trots dat ze allemaal zijn om nu in Vietnam te wonen.

Ik misschien ook wel een beetje. Of toch zeker voorzichtig blij. En hoe dan ook heel erg onder de indruk.

Eerst en vooral... Voorzichtig blij met het goede nieuws dat hier verkondigd werd.

Vietnam brieft dagelijks twee keer. Cijfers, stand van zaken, nieuwe maatregelen... U kunt zich het Corona nieuws wel voorstellen. Gisterochtend werden voor het eerst sinds lang (6 maart) geen nieuwe besmettingen aangekondigd! (Later op de dag kwam daar één besmetting bij.)

Deze ochtend opnieuw geen besmettingen. De teller blijft daarmee op 241 staan. Daarvan zijn 91 mensen genezen en voorlopig niemand gestorven. De situatie kan uiteraard op elk moment keren. Toch zijn die cijfers, zeker als je ze met de rest van de wereld vergelijkt, miraculeus. Daarom...

Ook nog... Heel erg onder de indruk van de aanpak tot nu toe.

De maatregelen zijn - al meer dan twee maanden - niet min. Scholen en grenzen gesloten. Op dit eigenste moment zitten meer dan 70.000 mensen in quarantaine. Dat is niet #inuwkot, maar 'opgesloten'. Met mensen in een wit pak die op gezette tijden temperatuur meten en eten brengen. Om te slapen in het beste geval een legerbrits, anders gewoon een rieten mat op de grond. Verder geen Wi-Fi, geen luchtje scheppen. Niets. 

Die tienduizenden in quarantaine, dat zijn de contactpersonen van Corona patiënten, tot in de vijfde graad. Plus iedereen die het land binnen komt. Dat zijn er steeds minder, de grenzen zijn nu zo goed als gesloten. Vietnamezen die in het buitenland leven, wordt gevraagd om daar te blijven. Anders zouden hier miljoenen mensen in quarantaine zitten, en dat kan het systeem niet aan. 

Jana heeft een klasgenootje waarvan de vader vandaag uit twee weken quarantaine terugkeert. Vorige week reed de moeder erheen. Op de achterbank een tas met boeken, ondergoed, handdoeken. Met negatieve testresultaten en een officieel quarantainebewijs keert de vader vanmiddag terug naar huis. Het koppel moet apart reizen. Om te zien of de moeder geen besmetting opliep terwijl ze voor hem in Hanoi was, gaat zij hier de komende twee weken in quarantaine.

De besmettingshaarden (in totaal dus 150 mensen) situeren zich namelijk in de twee grootste steden van Vietnam. Hanoi en HCM City, beide op zo'n 800 kilometer van waar wij wonen. Da Nang heeft op dit moment geen patiënten meer. Om dat zo te houden, moet iedereen die van elders komt eerst in quarantaine. Witte pakken, afgezonderd.

Da Nang ligt op dertig kilometer van ons. Het is veel grootstedelijker dan Hoi An, wij gaan er naar de supermarkt om boodschappen die hier niet te verkrijgen zijn. Het is nu al meer dan een maand geleden dat ik er geweest ben. Een collega van Allerliefste zegt dat invalswegen gecontroleerd worden en dat de stad zelf er stil bij ligt.

Alle grote steden zijn nu in lockdown. Wie zich daar niet aan houdt, krijgt een boete. Of de fiets / brommer worden afgepakt. Een heel efficiënte manier om 'niet essentiële verplaatsingen' te stoppen. Te voet gaan mensen hier hoogstens in hun eigen straat, verder is echt wel te warm.

En hoewel hier - waar wij wonen - dus eigenlijk weinig tot geen besmettingsgevaar is, gelden de lockdown maatregelen toch voor het héle land. Alle 95 miljoen Vietnamezen moeten sinds 1 april thuis blijven. 'Het grootste geschenk dat je ons kan geven,' zeggen al deze eerstelijns hulpverleners in een filmpje.

Er hoort een slogan bij, die de ministers keer op keer herhalen. 'Gezinnen blijven op afstand van andere gezinnen. Straten scheiden zich af van andere straten, wijken van andere wijken. Dorpen nemen afstand van andere dorpen, steden van andere steden. Ons land van andere landen.'

Zoals dit (niet geheel objectief, want duidelijk laaiend enthousiast) artikel aangeeft: De meeste landen gaan in lockdown omdat er een ernstige uitbraak van Covid-19 is. Vietnam gaat in lockdown om zo'n uitbraak te voorkomen.

(c) Le Duc Hiep - Een poster zoals tijdens de oorlog met Amerika. Ontwerp én slogan in glorieuze communistische stijl. Letterlijk vertaald: Door thuis te blijven, hou je van je land. Als ik redacteur was, herformuleerde ik dat meteen... 'Hou van je land, blijf thuis!' Klinkt nog steeds voldoende nationalistisch, toch? Edit: Vietnamese kunstenaars zeggen het zelf ook... 'In a war, we draw.'

Hier in Hội An is de lockdown... Wel, ik weet het niet zo goed. Ik ben al een hele tijd niet verder geweest dan de markt, en gelukkig kan dat nog steeds. Ik zet mijn masker op en knik onderweg naar de post van het People's Committee. Bij de brug, invalsweg naar onze wijk, houden twee vrijwilligers aan een tafeltje de wacht.

Het anders zo levendige historisch centrum ligt er naar verluid verlaten bij. Omdat ik er niet geraak, heb ik daar zelf geen enkel idee van. Ook nog geen foto's zien passeren, het lijkt dus echt zo dat bijna niemand buiten komt. 

Het strand is verboden terrein. Op sociale media zag ik foto's van plastic linten waarmee de politie een en ander afgezet heeft. We zijn ook niet meer gaan wandelen in de rijstvelden waar we voorheen vliegerden.

Officieel mogen we niet buiten komen, omdat de grote steden echt in lockdown zijn. Hier zijn echter geen besmettingen en is het niet duidelijk wat de lokale autoriteiten misschien tóch zullen toelaten. Ik zie in de lucht soms één of twee papieren vogels, terwijl het er vroeger zeker twintig waren.

In onze tuin kunnen we gelukkig wel nog komen. Letterlijk zes stappen buiten onze tuin, in de bocht voor ons huis waar de straat ietsje breder is, proberen we soms een diabolo op te gooien of een potje te basketten. 

Om zes uur 's morgens spelen daar elke dag twee tienermeisjes een partijtje badminton. Tot in de slaapkamer van ons gelijkvloers appartement kan ik hen horen kletsen en giechelen. Dat mag dus wel nog. En het is een goed begin van de dag.

Hij eindigt meestal ook mooi, met de zon achter de palmbomen. Dan ben ik echt wel blij om hier te zijn. Opgesloten, ergens tussen #inuwkot en een volledige lockdown. Opgesloten, maar gezond en wel. En in goede handen. 

Old Town, het historisch centrum, werd een paar weken geleden helemaal gedesinfecteerd. Restaurants, cafés, winkels en musea zijn al een paar weken gesloten. De eeuwenoude panden waarin ze huizen, kregen allemaal dezelfde behandeling 


zondag 20 oktober 2019

Offline in het bos



Drie dagen in een bos? Op de laatste ochtend spelen we nog een gezelschapsspel dat we niet voor niets meegebracht willen hebben en ik lees mijn boek niet uit. Want ...

Er is een rivier en even verderop een waterval. Als we hier in de zomer zouden komen, zouden we meteen en hele dagen in het water zitten. Pootje baden. Stenen ketsen. Dam bouwen.

Nu loopt het regenseizoen op zijn einde. Kil en de stenen spiegelglad. Toch naar boven. Daar, vanop een boomstam, kijken naar hoe het water valt. Waar de rivier rustiger stroomt, waggelen soms ganzen. Wanneer de bosbeheerders naar hun werk trekken, rolt hun tractor door het water heen.

Wij dansen over de brug. Bij elke huppelpas veren de planken een beetje mee. Tien, neen, honderdtien keer per dag. De tijd gaat zomaar voorbij.






Er is ontbijt inbegrepen en verder vol pension of zelfkook. 'Maar voor vegetariërs kunnen we misschien onvoldoende variëren,' zegt onze gastvrouw. Dus kopen wij eerst een grote supermarkt in Đà Lạt leeg en koken we ons eigen potje. Aangevuld met groen uit de moestuin.

Na de rondleiding weet de dochter wat en waar ze mag plukken. Elke middag en elke avond rolt ze haar broekspijpen omhoog. Met een mand en op haar slippers trekt ze de modderige moestuin in. Oogsten, wassen, snijden. Koken in de buitenkeuken. De tijd gaat zomaar voorbij. 




Er zijn honden, wel vijf. De witste heten Lọ en Lem, letterlijk vertaald: Grijsaard en Arm. 'Jullie begrijpen vanavond wel waarom.' Wanneer we de roosters van de barbecue afnemen, nestelen ze zich elk in een ton. In de warme as.

We spelen een gezelschapsspel met Nha en Minh, een jong koppel uit HCM. Wanneer we klaar zijn, en ik verloren heb, rekken de honden zich uit hun slaap. Lọ en Lem zijn asgrijs en waterkruikwarm. Ze komen bij ons aan het kampvuur zitten. De ene kruipt op de schoot van de dochter, de andere op de stoel naast haar. 

Ze houdt de grote hond als een kloeke baby in haar armen, aait hem achter zijn oren. Het trekt door hun beider lijven. Jana glimlacht steeds breder, de hond krijgt knikjes in zijn gestrekte poten en knijpt zijn ogen tot spleetjes. Lọ en Lem blijven de hele avond in haar buurt. Asse en Poester, bijna altijd samen. Want dat is de vlotte vertaling van Lọ Lem. Assepoester.  

De volgende dagen volgen de twee honden haar over het hele terrein. Lukas en ik zitten nu aan het kampvuur. Geen vlammen om in te staren, maar een zachte zon en twee hangmatten aan een haak. Als ik over de rand van mijn boek kijk, zie ik het bos en onze hut. Onze hut in het bos. En de zoon in zijn verhaal. Ik gluur vaak. De tijd gaat zomaar voorbij. 









Er is een bos. We wandelen niet, we zwerven. Via een omtrekkende beweging, langs de rivier voorbij de moestuin, tussen het gras, recht naar omhoog. Daar waar het kaler wordt en de dennenbomen rijzen, slingert het smalle pad van de bosbeheerders. We doen zoals de zwarte hond die ons op al onze tochten volgt. Een pad is iets om van af te wijken.

We komen bij een lege koeienkraal waarin we Lukas en Mực opsluiten. We weten niet hoe onze tochthond heet, maar hij is zo zwart als inkt en zo dopen we hem. Inkt. Mực. Soms luistert hij als we hem terugroepen. 

Meestal loopt hij een paar meters voor ons uit. Wacht, blijft dan een hele tijd achterop, haalt ons weer in. Ook wanneer we de grote weg naar de dam nemen. Alleen wanneer het begint te regenen komt Mực heel even schuilen. 

Ik loop gebukt onder de paraplu die Lukas veel te laag voor mij omhoog houdt. 'Ruilen?' stel ik voor. Nu zien Allerliefste en ik die twee voor ons uit stappen. We horen hen babbelen en zingen. De tijd gaat zomaar voorbij.






Er is een bureau. Tussen de eettafels, leeshoeken, keukenblokken en kampvuurkring. Daarop stapels Vietnamese boeken, een paar gezelschapsspelen, een verfdoos en penselen. We ruilen onze modderschoenen voor de slippers die je in de gemeenschappelijke ruimtes moet aantrekken.

Ik blader door een boek van Nick Ut, de fotograaf die het napalm meisje vastlegde. Je moet geen Vietnamees kennen om zijn beelden te begrijpen. Lukas verzint een spel met schaakpionnen, Jengablokjes, speelkaarten en het bordschema van Mens-erger-je-niet.

Spelers moeten aan het begin van elk traject uit hun eigen huis vertrekken, mogen elkaar in het water duwen, kunnen de bus nemen, zetten hun pion bovenop een schaakstuk, verdienen punten bij de gemeente. Vergis U niet, de regels zijn zelf verzonnen maar strikt. Allerliefste vindt het onrustbarend dat ik het spel perfect kan volgen.  

Jana speelt niet mee. Ze zit aan het bureau naar het landschap te kijken. Dan bladert ze in het gastenboek naar een halve vrije pagina. De tijd gaat zomaar voorbij. 





dinsdag 1 oktober 2019

In bewaring

Mijn baas is op bezoek. Of eigenlijk: mijn vroegere baas. Want ik ben hier in Vietnam natuurlijk niet voor de Vlaamse kinderopvang aan het werk, en hij is al even op pensioen.

Toch zijn we allebei nog altijd met die allerjongsten bezig. Hij als consultant, hier binnen het werkveld van Allerliefste. Ik als ... observator misschien? Wanneer ik door mijn foto-archief klik, zie ik verschillende beelden van Vietnamese kinderopvang, alsof ik daar vanzelf scherp op stel.

Laat ik met die foto's maar iets doen, nu mijn vroegere baas hier is. Misschien een beetje historisch perspectief om te beginnen? In het Museum voor Schone Kunsten van Hanoi bedenk ik dat de oorlog hier misschien wel het begin van de kinderopvang geweest is.

Op oudere schilderijen bungelen baby's in een draagdoek op de rug, ik zie ze wiegen in het ritme waarop hun moeder rijsthalmen snijdt. Peuters zitten in een schilderij op de grond voor hun hut te spelen. Of op de schoot van een grootmoeder die nog geen zonen verloren heeft.

De zijden schilderijen van Nguyễn Phan Chánh tonen heel andere scènes. Hij specialiseerde zich in het dagelijkse leven tijdens de oorlog met Amerika. En plots worden jonge kinderen in groep afgebeeld! Onder begeleiding van iemand die dat duidelijk al meer gedaan heeft. Ziet U hoe ze de kinderen aanspreekt? Hen veilig bij elkaar houdt? En dat boek in haar hand? Misschien gaat ze straks werk van Karl Marx voorlezen ... 


Toen Vietnam alle bruikbare mannen voor de strijd opvorderde, verrichtten vrouwen dubbel zoveel werk. Want fabrieken bleven op volle toeren draaien, sommigen deden niets anders dan vlaggen en uniformen naaien. En om alle soldaten te voeden moest ook de rijstoogst op peil blijven. 

Was het toen vrouwen de hele boel moesten runnen, dat ze zich begonnen te organiseren? Zet vijf kinderen bij elkaar, dan kunnen vier moeders iets anders gaan doen. Niet voor niets noemde Nguyễn Phan Chánh een van zijn zijden doeken uit die periode 'moeder haalt kind op'.


Kijk goed. De moeder komt niet recht van het veld, maar van het slagveld. Kogelriem rond haar middel en geweer over haar schouder, spoelt ze eerst nog snel het vuil en het gevecht van haar voeten. 

Ik moet denken aan dat boek over de geschiedenis van de Vlaamse kinderopvang. Titel: In verzekerde bewaring. Alleen waren moeders die hun kinderen in Vietnam tijdens de oorlog in bewaring gaven niet altijd verzekerd van een goede afloop. De crèche kon gebombardeerd worden, de moeder/militair kon sneuvelen. Zouden ze elkaar nog terugzien?

Op het schilderij kijkt de moeder blij en strekt het kind alvast de handen uit. Ondertussen is de opvang hier natuurlijk wel geëvolueerd en - net als in Vlaanderen - meer geworden dan je kind 'in bewaring' geven. En daar ga ik het met mijn vroegere baas de komende dagen over hebben.
     

zaterdag 27 juli 2019

Een kaartje voor de gevangenis



'Kom,' zegt Jana hierboven. 'We hebben ons ticket, we kunnen naar de gevangenis.'
'Kom,' zegt Lukas op de foto hieronder. 'Naar het volgende audiofragment.'



Dit museum huist in de resterende cellen van een Maison Centrale, zoals de Fransen hun gevangenissen in Vietnam noemden. Dat van Hanoi werd eind 19e eeuw gebouwd. In praktijk noemde iedereen dit tuchthuis Hỏa Lò, naar de straat waarin het stond en waar ovens verkocht werden.

De straatnaam, eigenlijk hout- en koolvuur, werd in de volksmond als hellegat vertaald. We zien ellende na ellende, horen gruwelverhaal na gruwelverhaal. Overbevolking en ondervoeding. Slechte hygiëne en epidemieën. Martelwerktuigen en overlevingsstrategieën.

In de isolatiecel een hellend stenen vlak met aan de hogere kant ketens voor de voeten van een opstandige gevangene. Die moest dag en nacht rechtop proberen blijven zitten, met de benen schuin naar boven. Wie vermoeid ging neerliggen, kreeg met de voeten omhoog teveel bloed naar de hersenen. Sommige gevangen moesten dat wekenlang volhouden, vaak stierven ze nadien alsnog.

En was het niet in de isolatiecel, dan onder de guillotine. Speciaal uit Parijs laten overkomen.

Onder het Franse bewind hadden de politieke gevangenen in Vietnam - de meesten aanhangers van het communistisch gedachtegoed, betrokken bij de Partij - het zwaarder dan moordenaars en criminelen.


In het vrouwenblok was het niet veel beter. In de barre omstandigheden groeiden kinderen op. Ook daar werd elke opstand hardhandig neergeslagen.

Wat mij verbaast is dat die opstanden maar bleven komen. Er waren voortdurend stakingen, samenzweringen, ontsnappingspogingen. Er werd propaganda gesmokkeld. Met het sap van bomen werden 's nachts politieke boodschappen geschreven. Clandestiene lessen waardoor het communistisch vuur en trouw aan de Partij bleven smeulen. Elke keer Franse bewakers hen betrapten, waren ze er gloeiend bij.

Hoe die Fransen hun gevangenen behandelden... Onmenselijk! Onrechtvaardig! De boodschap klinkt luid en duidelijk door het hele museum. Toen het aan de Vietnamezen was om tijdens de oorlog Amerikaanse gevangenen te bewaken, deden zij dat véél beter.

Amerikanen noemden de gevangenis zelfs Hanoi Hilton! Dat dat ironisch was, dat hebben de Vietnamezen precies niet helemaal begrepen. Want natuurlijk was krijgsgevangen zijn geen kerstfeest. Ook toen waren de omstandigheden ondermaats en werd er gemarteld. 

Gevangen ben je liever niet. Als ik 's avonds naar de foto's kijk merk ik vooral ramen, alsof ik in die korte tijd dat wij daar waren al naar buiten verlangde.



Foto's van ramen en de boom op de binnenplaats. Door mijn koptelefoon hoor ik hoe belangrijk die amandelboom voor veel gevangenen geweest is. Zijn vruchten verlichtten de honger, het sap van zijn bladeren de pijn van folterwonden. Twijgjes werden als pen gebruikt, uit een tak is ooit zelfs een muziekinstrument gemaakt.

Voor ik naar het volgende blok ga, blijf ik zelf ook lang bij die boom hangen. Bron van voedsel, medicijnen en troost, dat kan ik me voorstellen.



Dit puzzelstuk van de Vietnamese geschiedenis is behoorlijk indrukwekkend. Vanuit alweer een andere invalshoek geeft het een goed - maar zeker niet objectief -  beeld van het Franse koloniale tijdperk en de Amerikaanse oorlog.

Tickets kosten 30.000 VND, gratis voor kinderen onder 10 jaar. 
        

Militaire propaganda



Ik denk dat de Amerikanen het museum van de militaire geschiedenis overgeslagen hebben. Hadden ze dat wel bezocht, dan waren ze waarschijnlijk nooit aan die oorlog begonnen. Ik zou dat alleszins niet doen, als ik eerst de koppen van een paar historische krijgers had gezien. Zelfs in brons wil je die niet tegenkomen.

Natuurlijk is dit museum pure propaganda. De boodschap aan de eigen en alle andere naties is duidelijk: met Vietnamezen valt niet te sollen. (Noord-) Vietnamese soldaten zijn zonder uitzondering dapper, edelmoedig en onverschrokken. Vijandelijk soldaten laf, zwak en onnozel.

En dat vindt iedereen. Want kijk maar, wereldwijd werd betoogd. Tot in Amsterdam! Dat die protesten eerder een pacifistische dan een communistische boodschap uitdroegen, die (en veel andere) nuances krijg je in dit museum niet mee. Maar de kinderen waren blij verrast om plots iets in het Nederlands te lezen. 



Dat en de Engelse vertaalfouten (zoals zeep voor jeep) vond Jana leuk, al de rest maar eng. Ze is snel afgehaakt. Gelukkig kun je buiten, op een terras tussen kanonnen uit de tijd van de Franse kolonies, Vietnamese vliegtuigen en tanks en helikopters die ze op de Amerikanen buitgemaakt hebben, iets drinken. Het monument gemaakt van brokstukken is (opnieuw) mooie propaganda. 


Terwijl vader en dochter een bestelling plaatsen, wandel ik met Lukas verder door het museum. Of hij het niet huiveringwekkend vindt? Jawel, zeker die vallen die voor vijandelijke soldaten uitgezet werden. De doe-het-zelf varianten met speren, zagen en knotsen zijn bijna nog gruwelijker dan 'gewone' booby traps.

Maar ook interessant. De grote maquette met daarboven een film in houterig zwart wit, bijvoorbeeld. Terwijl jonge mannen en vrouwen een pad door de jungle van de bergen hakken om er daarna allerlei militair materiaal over te dragen, knipperen op de maquette steeds meer lichtjes aan. We zien op de film hoe hele kanonnen met touwen over de bergen gesleurd worden, en op de maquette hoe lang die route is.

Verder op reis, tijdens bijna elke wandeling, zal Lukas fantaseren dat hij op de Ho Chi Minh route loopt. Hij vraagt wat ik het liefste zou doen, in het leger. Hopelijk komt het nooit zover, antwoord ik, en blijft hij daar ook van gespaard. 'Maar àls het echt moet, dan sluit ik nog het liefste bij de muziekkapel aan.' Daar moet hij over nadenken.



Tenzij U erg geïnteresseerd bent in (militaire) geschiedenis, is dit wat mij betreft niet echt een prioriteit tijdens uw bezoek aan Hanoi.

Als U met (jonge) kinderen reist, hou er dan rekening mee dat sommige foto's, voorwerpen en scènes met poppen vrij angstaanjagend zijn. Een goed alternatief om iets van de sfeer van de Amerikaanse-Vietnamese oorlog op te snuiven, is het Museum voor Schone Kunsten. (Ik leg dat daar verder uit.) Andere informatie, zoals de exacte rang van deze of gene en de precieze slag van bepaald bataljon, is dan weer gewoon saai. 

U kunt de enge en saaie stukken ook gewoon overslaan, dan bent U na een klein uur al klaar. Geef toe, voor de prijs van 40.000 VND voor volwassenen, 20.000 VND voor kinderen kunt U het evengoed kort maar krachtig houden.

Voor (iets oudere) kinderen is de film-met-maquette de moeite, en (de meeste) jonge kinderen zullen gefascineerd zijn door de collectie rollend materiaal op het plein voor het museum.

Waar U dus ook gewoon iets kunt drinken.
     

donderdag 25 juli 2019

Vrouwenmuseum





In de grote inkomhal een tijdelijke tentoonstelling over vrouwelijke vriendschap. Tussen Vietnam en Rusland. 'Kom,' zeg ik, 'dit kunnen we overslaan.' Maar Lukas is gefascineerd door het gouden standbeeld.

Een prototype van de communistische vrouw. 'Met haar rechterhand duwt ze harde tijden en ontberingen achter zich. Vol vertrouwen en met opgeheven hoofd (én baby!) kijkt ze naar de toekomst.'

Zo klinkt het door de audiogids. Amper 30.000 VND en nog eens evenveel voor een toegangsticket. Terwijl Allerliefste in Hanoi zijn eerste vergadering van de dag heeft, trek ik met de kinderen naar het Vietnamese Women's Museum. De permanente collectie behandelt drie grote thema's, verspreid over vijf verdiepingen.

Het eerste thema is het leven zelf. Foto's, voorwerpen en getuigenissen vertellen over de hofmakerij in verschillende patriarchale en matriarchale etnische groepen. We zien bruids- en bruidegoms-schatten, huwelijksrituelen en feestkledij, zwangerschapsamuletten en verschillende gebruiken bij de geboorte, zoals naamgevingsceremonies en (soms hoogst eigenaardig) gezondheidsadvies.

Die belangrijke gebeurtenissen doorkruisen het dagelijks leven waarin hard gewerkt wordt. Rieten draagmanden, heuptassen voor zaaigoed, messen, sikkels, molenstenen, visnetten, kookpotten, weefgetouwen ... tonen hoe groot het aandeel van vrouwen op het land en in het huishouden is. Nog steeds, en ook in grote steden. Een reportage over verkoopsters op de markt maakt indruk. Hoe ver ze van huis zijn, hoe lang hun dagen en hoe laag hun inkomsten.  

Liefdesscherm van de etnische Black Thai groep. Wanneer de bruid bij de familie van haar man intrekt, brengt ze een zelfgemaakte kamer mee. Daarbinnen steekt ze op haar trouwdag haar loshangende haren op. Het ritueel heet tang cau, vanaf dan zal ze haar haar altijd in een hoge dot dragen, het kapsel en kenteken van getrouwde vrouwen. Kwestie van een beetje privacy en liefdesleven te hebben, beleeft ze binnen de tentkamer ook de wittebroodsweken met haar man. Het kost de familie van de bruid doorgaans een jaar om deze klamboe te maken. Decoraties worden met de hand geborduurd en natuurlijk geverfd: de gele, rode, bruine en blauwe kleuren komen van verschillende planten. Als alles daarbinnen goed gaat, maakt de bruid een tijd later met dezelfde patronen en technieken een draagdoek voor haar baby. Zie foto hieronder.    

Op een tussenverdieping wordt de Mother Goddess aanbeden. Het is de oudste religieuze cultus in Vietnam en heel fascinerend. Welke godin moet je voor wat aanbidden? Behalve foto's, filmpjes en getuigenissen nu ook beelden, schilderijen en offergaven. Ik vind het fascinerend, maar Jana en Lukas slaan dit deel over. Om de hoek staat namelijk een molensteen die je zelf mag bedienen, en een juk met een mand aan beide uiteinden. Ik moet komen helpen. We krijgen de hefboom uiteindelijk wel in beweging, maar dat juk gewoon niet over onze schouder. Veel te zwaar.

Het tweede grote thema behandelt vrouwen in de geschiedenis. Vietnam heeft een rijke traditie aan vrouwelijke krijgers en eindeloos veel oorlogen waarin die een belangrijke rol gespeeld hebben. De persoonlijke voorwerpen en verhalen grijpen nu echt naar de keel. Een zilveren ring is hier niet zomaar een ring, een zwart opgerold touw niet zomaar een touw.

Het touw is een waslijn, gevlochten van lang zwart haar. Zo hingen vrouwelijke politieke gevangen hun kleren te drogen. In de ring de naam van een jong meisje, daarnaast een brief van de zilversmid. Beide voorwerpen werden de gevangenis in gesmokkeld. 'Lieve dochter, draag deze ring zodat ik je lichaam na het voltrekken van het doodsvonnis kan terugvinden.'

Ongelooflijk hoe onverschrokken zo veel vrouwen in Vietnam (geweest) zijn. De - bijzonder mooie -  collectie oorlogsposters weerspiegelt dat angstaanjagend goed. Telkens weer die oproep om te strijden, om dapper te zijn, niet op te geven. Op de affiches vrouwen in dezelfde houding als het gouden beeld hierboven. Fier rechtop, borst vooruit, blik op de toekomst. Alleen al voor die historische en tegelijk iconische posters is dit museum een bezoek waard.  

Deel drie focust op mode. Tegen dan zijn de kinderen en ik volledig murw. Het museum bevat in totaal zo'n 1000 foto's en voorwerpen met uitleg in het Vietnamees, Engels en Frans. Als je een audiogids huurt, krijg je daar nog meer dan 80 audiofragmenten bij. Hier en daar een filmpje. We kunnen niet meer.

Dus wandelen we op de vijfde verdieping in verhoogd tempo tussen de mannequin poppen met moderne ao dai's en etnische kledij. Handtassen, schoenen, hoofddoeken en hoeden. Allemaal even prachtig, en niets folklore: deze stukken worden - op speciale gelegenheden - nog steeds gedragen. We kijken onze ogen uit, maar lezen geen bordjes met uitleg meer en duwen niet op de luisterknop. We gaan nog één interactieve uitdaging aan: hoe een doek van de Vietnamese Thai-groep rond je hoofd te draperen. Het lukt maar we staan er niet mee.

Terwijl we de verdiepingen weer afdalen en opnieuw de drie grote thema's kruisen, zeggen we elkaar dat we dit museum nog een keer willen bezoeken. Met Allerliefste erbij, om hem van alles te tonen. Maar ook voor onszelf, om de rest te zien.

Als U ooit in Hanoi bent... Ga! En neem er genoeg tijd voor. Dat wil zeggen: meer dan twee uren. Neem dus misschien ook een koekje mee, tegen de honger.