woensdag 21 oktober 2015

Sleutelkind

Al heel lang wil ik iets schrijven over kinderen hebben, houden en loslaten. Want ja, ik verwacht wel degelijk van mijn kinderen dat ze ooit op eigen benen staan. En ik vrees dat het te laat is wanneer zij achttien zijn en ik zeg: 'Nu nemen jullie maar de rugzak, hup, die wijde wereld in.' Als ze dan nog nooit hun plan hebben moeten trekken, niet geleerd hebben om een onverwachte situatie in te schatten en hun buikgevoel te volgen, tja.

Dus ben ik er al vroeg mee begonnen, met dat loslaten. Zo vanaf de tweede kleuterklas stuurde ik hen voor melk of eieren naar Moniek van het buurtwinkeltje aan dezelfde kant van de straat. Of naar de overburen dertig huizen verderop. Ik in mijn, de buurvrouw in haar deurgat om te controleren of ze wel goed uitkijken tijdens de oversteek. (Zelfde scenario voor haar kinderen.) Ik liet hen af en toe alleen thuis terwijl ik korte boodschappen deed - aanvankelijk zelfs geparkeerd voor een filmpje, zodat ze zich niet verkijken op de tijd. Tien minuten kunnen wel een uur lijken als ze zich niet onderdompelen in iets anders.

Tegelijk liet ik ze scharrelen in het park achter onze tuin. Eerst stoepkrijten terwijl ik ze vanuit het raam kon zien. Of iets verderop gaan schoppen in de zandbak, als ik wist dat daar andere kinderen waren met ouders die ik vertrouw. Na een tijdje steeds langer alleen en verder weg. Rolschaatsen op het woonerf àchter het park. Na het spelen bij een vriendinnetje twee straten verderop alleen naar huis komen: sms-je naar mij wanneer de dochter daar vertrekt, sms-je terug wanneer de dochter hier aankomt. (Zelfde scenario voor dat vriendinnetje bij ons.) Of ook: urenlang kampen bouwen in de struiken ver voorbij waar ik ze kan zien.

Dat alles met de nodige afspraken. 

  • Niemand binnenlaten als wij er niet zijn, zelfs niet iemand die ze kennen. (Want wat is "kennen"? De postbode die ze goeiedag zeggen, kennen ze hem?) 
  • Bellen als er iets is, om het even wat. (We hebben een vast toestel waarop onze mobiele nummers plakken en oefenen het telefoneren.) 
  • Nooit de straat oversteken naast het park, dan zijn ze te ver gegaan. 
  • Met niemand meegaan, zelfs niet met iemand die ze kennen. (Want wat is "kennen"? De mevrouw die de leguaan op haar schouder zo graag demonstreert, kennen ze haar?) 
  • Geen snoep of koek aannemen, geen nest pasgeboren puppy's / kittens gaan bekijken, geen eindje meegaan met een vriendje - altijd eerst komen vragen. 
  • Geen volwassene helpen. (Een vreemde boodschap ja, maar daar dienen kinderen niet voor. Hulp moeten volwassenen aan andere volwassenen vragen.)


En met de nodige opvolging. Testen of ze wel degelijk voor niemand opendoen. Vanuit de supermarkt een keer bellen of alles oké is. Op de uitkijk staan en sms-jes sturen. (Eigenlijk wil ik dat van 'nooit meegaan met een vreemde' ook eens testen.)







Mijn theorie? Na verloop willen kinderen langzaam hun wereld verbreden. Zo vroeg Lukas in de tweede kleuterklas met aandrang of hij nu ook eens alleen thuis mocht blijven. Zonder zus. Terwijl hij tijdens het scharrelen wel opvallend dichter in mijn buurt blijft. De toertjes die hij in het park fietst, waren de voorbije zomer eerst nog vrij dicht bij huis - pas na een paar dagen werden het grote lussen tot aan de speeltuin. Kampen bouwen in de struiken verderop doet hij liever niet. Samen met mij op het wegje de haag snoeien en alleen verder doen als ik naar binnen ga, dat voelt dan weer wel oké. Kortom, kinderen geven zelf wel aan waarvoor ze klaar zijn. Telkens als ze zo'n volgende stap nemen, recht ik mijn schouders en herhaal tig keer in mezelf: 'Niet bang zijn. Geen rampscenario's bedenken. Niet onbewust eigen ongerustheden op hen gaan overdragen.' Want zoals I. op het einde zo mooi schrijft: 'Bovenal blijkt het een kwestie van angst. Het besef dat niks me banger maakt dan het vooruitzicht dat ik een kind zou opvoeden dat bang is van de wereld.' 'Een kind moet voorzichtigheid leren, geen angst,' las ik bij de reacties. En ik knikte in gedachten.

Dat was allemaal voor zij een sleutelkind werd. In september startte ze in het derde leerjaar en vroeg ze of ze alleen naar huis mocht gaan. Vond ik het nog steeds mijn verdomde plicht om haar het volle vertrouwen te geven? Slik. En nog eens slik. En uiteindelijk ja. Maar het is elke dag met een klein hartje. Ik ga naar school om ook haar kleine broer af te halen en steek haar de eerste drukke straat over. (Die etappe wil ze binnenkort doen met 'de rij' - onder schoolbegeleiding dus.) Vanaf daar volgt ze haar eigen tempo, haar eigen hindernissenparcours. Ze moet twee zijstraten passeren, ter hoogte van een verkeersdrempel een straat oversteken, invoegen op een fietssnelweg, onder de brug door, afslaan op een fietsknooppunt waarbij het klaverblad van de E17 in het niets valt, weer een straat oversteken, het park door. Onderweg overal verplicht stoppen vóór ze links en rechts kijkt of het veilig is, niet alleen maar wat vertragen. Dan het fietshok met de sleutel open krijgen, fiets parkeren. Het steegje doorsteken naar de achterkant van het huis, eerst tuinhekje dan tuindeur openen en - oef! - thuiskomen.

Hoe spannend dat is. Niet alleen voor mij - ik kom met Lukas soms een half uur na haar aan. Terwijl ik op mijn tanden bijt en in gedachten alle moeilijke passages op haar weg passeer, nemen hij en ik samen een lange avontuurlijke weg. Alles opdat zij haar tocht zelfstandig kan doen. (Lukas heeft niets in de gaten, vindt dat stukje met mij gewoon wat extra leuke, exclusieve aandacht.) Ook voor haar is het spannend. Telewerkend zag Allerliefste haar een keer arriveren. Ze stapte niet maar liep als een Duracell konijn van de fietsberging naar de achterdeur, zo snel mogelijk naar binnen. Een andere keer stond ze in tranen buiten te wachten, de sleutel klikte niet in het slot. Sindsdien weet ze ook bij welke buren ze mag aanbellen. En daar heb je het dus: je plan leren trekken.

Wat helpt? De nuchterheid - en stafkaart! - waarmee vriendinnen dit eerder al aanpakten. En het gevoel dat het hier in de buurt normaal is. Zoals onlangs toen ze de openingsdrink op school te druk vond en alleen naar huis wou vertrekken: ik stak haar eerst nog de gevaarlijkste straat over, keerde terug naar het feestgedruis en zou met Lukas zeker meer dan een uur later thuiskomen. De laatste praatjes die ik op de receptie deed gingen van 'ik ga niet lang meer blijven, want mijn dochter...' Alle antwoorden klonken hetzelfde: 'Maar dat is net prima! Ge zijt goed bezig!' Van positieve bevestiging gesproken. Ik ben blijkbaar geen ontaarde moeder.

Maar het is toch waar zeker? Hoe meer scharrel- en sleutelkinderen, hoe toffer en normaler en veiliger voor alle kinderen.

10 opmerkingen:

  1. Ik heb daar bewondering voor. Je bent inderdaad goed bezig. Ik kan me nu niet voorstellen dat ik dat zelf allemaal zou durven, want ben nog een beginner in het loslaten. Maar dankzij dit soort verhalen zal het vast makkelijker gaan. Meer van dat!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ja, maar jouw kinderen zijn dan ook nog jonger, niet? En geloof mij: ik sta soms duizend angsten uit, het kost mij al mijn wilskracht om mij daarover te zetten. Allerliefste die al een keer gezegd heeft: als je het nog te vroeg vind, laat je het toch gewoon nog niet toe? Maar ik hou nogal aan mijn principes. Als achtjarige nam ik zelfs al de tram naar de muziekschool in het centrum van de stad. Dat was toen heel gewoon. Enfin, blij dat je er iets aan hebt. Hopelijk gaat het makkelijker met de tijd en veel bevestigende verhalen van elkaar, inderdaad.

      Verwijderen
  2. Een beetje een lang artikel maar als je het goed en genuanceerd wil uitleggen, dan moet je daar je tijd voor nemen, nietwaar.
    Eén opmerking: de weg van school naar huis zit niet vol hindernissen maar vol kindernissen.

    En het is nog een beetje voorbarig maar als ik met pensioen ga wil ik wel die verdachte vrolijk uitziende viezerik spelen die - tegen betaling door de de ouders - uittest of hun kinderen vatbaar zijn voor meelokking. In elke markt zitten gaatjes.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Maar ze kennen jou écht, dat gaat niet pakken! Misschien mag je dat bij andere kinderen wel proberen? (En ja, lange tekst hé, ik kon precies niets weglaten...) Kindernissen - mooi woord, dat ga ik hier introduceren.

      Verwijderen
  3. amai Ellen, dank je om dit te delen! Hier een 'ik wil het zo graag eens alleen proberen mama'-meisje dat ik voorlopig nog niet zo heel erg durf lossen...

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Maar zij is toch ook nog jonger, hé? Laat je ze soms al alleen thuis? Volgende stap: stuur ze eens tot bij mij voor een ei of zo. Ik sta op de uitkijk vanaf Moniek! ;-)

      Verwijderen
  4. Goed dat je dat doet, want hoe moeilijk het ook is, een kind te beschermd grootbrengen, leidt enkel maar tot onnodige angst. Niet dat je niet moet leren herkennen dat er gevaren kunnen zijn, maar het is uiteraard niet zo dat elk mogelijk ding gevaarlijk is en dat onderscheid moet je als kind nu eenmaal leren maken.

    Raar vind ik dat ook om te merken hoe mijn ouders (en dan vooral mijn moeder) met bepaalde stappen absoluut geen probleem hadden, terwijl andere dan weer niet mochten wegens "te gevaarlijk". Naar de bakker of naar de boerin gaan: geen probleem. Uren in de velden uit het zicht verdwijnen om te spelen: geen probleem. Met de fiets naar school (6km en langs een druk rondpunt de stad in): wel een probleem. Frustrerend vond ik dat, dat ik pas in het tweede middelbaar met de fiets mocht gaan, omdat mijn broer toen groot genoeg was om mee te kunnen! En dan in het middelbaar de strijd om na een feestje alleen met de fiets naar huis te mogen keren... i.p.v. met de auto te worden afgehaald. Terwijl het mij ook zoveel praktischer leek voor hen dat ze dan tenminste niet midden in de nacht moesten opstaan ;-) Nu ja, ik hoor natuurlijk ook tot de Dutroux-generatie; was zelf 9 toen dat ontdekt werd, dus ongeveer de leeftijd van Julie & Melissa. Dat helpt natuurlijk ook niet.

    Al is er ook als je als ouder voor bepaalde dingen schrik hebt, nog hoop hoor ;-) Zo heb ik mijn moeder zelf "geleerd" dat je gerust 's avonds laat nog in Brussel-Noord kan rondlopen (want uiteraard kan dat!). Als zij uitzonderlijk eens na 20u nog naar huis moest na het werk, dan kwam ze immers met de auto, want ja, "zo laat nog in die Brusselse stations, dat is toch veel te gevaarlijk" (gebaseerd op verhalen van collega's die er zelf nooit op dat uur rondliepen). Toen ik na mijn lessen op univ regelmatig 's avonds laat nog in die stations moest passeren, kon ze daar dan ook niet veel aan doen. Ik was te oud en te eigenwijs om nog te luisteren, maar kijk, ondertussen gaat ook zij 's avonds met de trein en loopt ze zonder schrik rond ;-)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik was bijna 18 toen de Dutroux-affaire in alle hevigheid losbarstte en ben blij dat ik mijn jeugd tevoren zo zelfstandig heb mogen beleven. Daarna is er toch inderdaad één en ander veranderd, hé? En ik snap het ook wel, die extra bezorgdheid om kinderen - ik heb er zelf ook last van... Maar het is toch echt wel de bedoeling dat ze op volwassen leeftijd 's avonds laat nog de trein uit Brussel-Noord durven nemen, hé. Dus daar werk ik aan, traag maar gestaag. En jij blijkbaar ook, bij je moeder. Hihi.

      Verwijderen
  5. Scharrelkinderen, wat een mooi woord, dat had ik nog niet gehoord. Die hoop ik ook te kweken :-). Sleutelkind vind ik dan weer negatief klinken (alsof het kind alleen naar huis gaat omdat de ouders geen tijd hebben om te gaan halen en pas op 18u thuis komen.). Terwijl je verhaal heel positief is. Het lijkt me zo belangrijk inderdaad. Las ooit een artikel dat het problematisch is dat kidneren niet meer alleen worden gelaten en daardoor inderdaad nooit de kans en het vetrouwen rkigjen om hun verantwoordelijkheid te nemen. Dus inderdaad: goed bezig! Kan ik wel zeggen, he, de mijne zijn nog te klein. Ik zou ook moeten slikken, maar ik hoop toch ook dat ik ze ga kunnen loslaten. Toen we ons toekomstig huis bezochten zag ik hier inde straat een kind alleen op zijn step, en het heeft echt meegespeeld in de beslissing om het te kopen. Dat het hier in Wilsele dorp wel nog kan, als kind alleen op straat spelen. Ook zoooo schattig dat het voor haar ook heel spannend is.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Hoe herkenbaar! Toen wij het huis kochten, was het vooral het aanpalende park dat mij overtuigde. het huis zelf was in zeer slechte staat. Elektriciteitsleidingen hingen los uit de muur, de trap was verzakt, vocht in de gevel, ... Maar dat zag ik allemaal niet. Ik zag alleen dat park: scharrelruimte! Die van jou zijn inderdaad nog een beetje te klein, maar het komt nog wel dat hun scharrelradius steeds groter wordt. Hoe spannend dat ook is, inderdaad ook voor haar! (Schattig ook, je zegt het.) Uiteindelijk krijg jij misschien ook wel sleutelkinderen in de positieve zin van het woord. Ook al kom je zelf vroeg naar huis, ze vinden het wel fantastisch om hun eigen sleutel te hebben. Enfin, die van mij toch. Je zou eens moeten weten welke omwegen ik met Lukas fiets, ha!

      Verwijderen