vrijdag 22 februari 2019

Plastic rotsen en gouden beelden

Ik had dagen aan een stuk op het strand en in het vissersdorp kunnen blijven, maar dat houden die van mij niet vol. Die moeten de omgeving verkennen, iets doén.

Dus gingen reden we richting Quy Nhơn, een snelgroeiende havenstad mét luchthaven. Bãi Xép, waar wij verblijven, is maar een van de vele omliggende gehuchten.

We reden richting en voorbij Quy Nhơn, naar de baai van Eo Gió. Online lees ik gemengde reacties. Sommigen vinden Eo Gió fantastisch, anderen niet noemenswaardig. 'Goed voor een paar foto's, verder niets te ontdekken.'

Het pad dat tegen de rotswand is aangelegd, met trappen en leuningen en alles erop en eraan, laten we links liggen. Rechts liggen immers de ruwe rotsblokken en het is niet omdat daar geen pad is, dat je daar niet kunt klauteren en klimmen. Met als extra uitdaging: wachten tot de golven zich terugtrekken. 









Ja, je kunt de baai van Eo Gió na 10 minuten gezien hebben, maar je kunt er ook iets van maken. Zet je naar de zon in de golven te kijken. Naar de zon op de rotsen. Het plastic op de rotsen.  En klim dan pas weer naar boven, naar het groene deel van de baai. 








Boven in de baai staan een paar verrekijkers waarmee je de rotsen en de golven nog eens in detail kunt bekijken. Als je de verrekijker 180 graden draait kun je de gouden lady Buddha van Ngọc Hoà begluren. Het klooster zelf kun je ook bezoeken, maar opnieuw: gemengde reacties.

Omdat ik voor U niet kan beslissen wat de moeite waard is, maak ik mij ervan af met dit filmpje van het boeddhistisch klooster van Ngọc Hoà. Als U ooit in de buurt bent moet U zelf maar beslissen wat U allemaal wil doen en verkennen. Niets doen en op het strand liggen mag ook.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten