donderdag 15 september 2016

Il faut tresser les cheveux

Die zaterdagochtend vroeg iemand de weg naar een brocante. Wij wisten van niets, maar misschien de bakker om de hoek? Terwijl we onze pistolets ophaalden, hoorden we dat het vlakbij was. En tout droit. Een gelukkig toeval, mijn moeder is zot van brocantes. 

Bij aankomst begrepen we meteen: dit was geen brocante voor antiekjagers, maar een rommelmarkt annex buurtfeest voor het zoveeljarige bestaan van een vluchtelingencentrum. Met springkasteel en volksspelen van over de hele wereld. Met gratis proeverij van een lokale sociale confituurmakerij en zwart-wit fotoportretten van de gekleurde bewoners. Met een tentoonstelling van creatief werk en een Afrikaans kapsalon.   

Jana was kandidaat. In mijn beste Frans probeerde ik uit te leggen dat een of twee vlechtjes wel zouden volstaan. Ze heeft fijn haar, kralen glijden er zo weer uit. Onuitgesproken bijgedachte: er zitten waarschijnlijk weer zoveel knopen in dat het onmogelijk wordt.

De zwarte kapster glimlachte, knikte en begon met ontwarren. 'Gaat het?' vroeg ik de dochter. Ze beet op haar lip en knikte. 'Jaja.' Waarop de kappersdochter uitriep: 'Jullie spreken Nederlands, ik ook!' En terwijl haar moeder met haar lange slanke vingers zachtblonde haren vlocht, vlochten wij verhalen.

De familie kwam eerst in Lier terecht, woonde daarna een tijdje in Gent en Brussel. Het jongste zusje werd geboren, het oudste ging al die tijd naar een Nederlandstalige school. (Verplicht?) Verhuizen naar Fedasil Wallonië was niet gemakkelijk, de meisjes moesten van nul herbeginnen. Deze keer in het Frans. Het gezin woont ondertussen een jaar in een klein kamertje in het centrum. De moeder krijgt langzaamaan het Frans onder de knie, het Nederlands speelt nog steeds door haar hoofd. De meisjes hebben vriendjes, ook op school gaat het al iets beter. Binnenkort komt hun dossier weer voor. Dan wordt er beslist of ze in België kunnen blijven.



Het is - niet eens volledig, want pas na hun aankomst - het verhaal van Aminata Ba en Adiabuory. Ik stel me voor hoe ze de letters van hun namen hebben moeten spellen voor hun dossier. Daarin staan feiten droog op een rij. Hoe vertel je een leven dat niet te vertellen valt? Feiten blijven de buitenkant. Aan de binnenkant hoorde ik tussen het vlechten door heel andere woorden.

Gezeul met mensen. Levens waarbij de pauzeknop jarenlang wordt ingedrukt. Een gezin dat in zo'n centrum nooit echt onder elkaar samen kan zijn. Een nieuwe start die een valse start blijkt te zijn. Wachten. Altijd maar wachten. Weerbaar proberen blijven. Elke dag opnieuw. Zich niet kunnen permitteren om de hoop te verliezen. Hoop voor je kinderen. Kinderen die dapper blijven glimlachen en zo makkelijk vrienden maken. Niet omdat het in hun karakter ligt, misschien zijn ze veel bedachtzamer dan ze tonen, maar gewoon omdat ze moeten.

Toen haar moeder klaar was, sprong Adiabuory van de kapperstafel. Wij kregen geen tijd om ook maar iets te bewonderen, hand in hand holde ze met Jana naar het springkasteel. 'Is dat jouw nieuwe vriendin?' vroegen de andere vluchtelingenkinderen. Allemaal gebruiken ze die overlevingsstrategie blijkbaar wel vaker. Zo snel je kan vrienden maken, voor je het weet zit je weer tussen andere kinderen. Ik vond het tegelijk knap en veerkrachtig en hartverscheurend.

Binnenkort sturen we het meisje een tekening van Jana. Op de envelop "ter attentie van", gevolgd door het adres van een Waals vluchtelingencentrum. In het beste geval worden ze pennenvriendinnen. Ook al is het op papier, misschien wordt het voor Adiabuory een vriendschap die iets langer kan duren.

Soms wil je niet alleen haren vlechten maar ook levens.

3 opmerkingen:

  1. Slik
    en een hap naar adem: dit stukje doet me -nog maar eens- beseffen hoe goed wij het hebben en hoe haard sommigen moeten vechten gewoon om te mogen bestaan....

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. 't Is waar, wij hebben het ont-zet-tend goed.

      Verwijderen