maandag 4 januari 2016

Heen en terug in minder dan 24u

12u05: De trein naar Brussel vertrekt op perron 11. Dat ligt in het vernieuwde deel van het station Gent-Sint-Pieters! Onze trip kan al niet meer stuk. Broodjespicknick en uit het raam staren.


12u43: We komen bijna aan in Brussel-Noord. Lukas vindt dat die mensen met achtergevels vol schotelantennes geluk hebben. 'Die kunnen vanuit hun tuin kijken naar al die treinen! Da's toch leuk, hé mama?' We hebben een paar minuten om over te stappen op de volgende trein naar Schaarbeek.



13u32: We zetten onze bagage af in het hotel en ruilen onze B-dagtrip om voor toegangskaarten. Nu kunnen we eindelijk Train World binnenstappen. De entree is meteen overweldigend.

In een prachtig opgezette loketzaal liggen oude treinkaartjes uitgestald naast een kniptang van weleer, kunstig gesneden stempels staan netjes in het gelid naast uitgedroogde stempelkussens. Een beetje verderop staan de allereerste computers. We wijzen de kinderen op de gele treinkaarten en de machines die wij nog gekend hebben en ik denk terug aan enkele memorabele treinritten. Het boemelen naar alweer een kampterrein diep in de Ardennen.

Ondertussen holt Lukas in de loketzaal heen en weer tussen stationsmaquettes en treinmodellen op schaal. Ik moet hem optillen zodat hij het nieuwe station van Luik helemaal kan bestuderen. Hetzelfde bij de stoomtreinen. Ze zijn opgesteld als standbeelden, bijna even groot als de eerste koeien die ernaar gestaard moeten hebben.

14u12: Het treinmuseum trok striptekenaar Francois Schuiten aan als scenograaf. Hij doet dat zo goed dat ik in gedachten met Tiny op een trein zit. De grandeur en elegantie van toen. Alleen al die oude uniformen doen mij verlangen naar de verloren glorie van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen.

Het is dus maar goed dat we na de loketzaal even naar buiten moeten. In de openlucht kan ik mijn focus verleggen naar de technische kant van de zaak: locomotieven, kolen, wielen, assen en hoe dat allemaal in zijn werk ging. Het doet er niet toe dat ik het niet helemaal snap. Het belangrijkste is dat de treinen toen reden en dat vandaag nog altijd doen. Op de sporen van Schaarbeek denderen de moderne exemplaren, op de voorgrond staan enkele hele oude werklocomotieven uit te rusten. Ik krijg de neiging om hen een schouderklopje te geven. Als dank voor bewezen diensten.



14u44: De rit gaat verder door enkele grote hangars waar nog meer kloeke treinstellen staan. Soms is het kort rijtje schuiven om een locomotief of een oude wagon binnen te gaan en je kunt er ook niet al te lang blijven hangen (want nog meer mensen willen een kijkje nemen), maar de kinderen vinden het fantastisch. In hoog tempo trekken ze aan zoveel mogelijk hendels, duwen ze op zoveel mogelijk knoppen, vragen ze wel honderd keer 'en waarvoor diende dit?' Ik ben blij dat Allerliefste mee is. Hij wijst op de vals gloeiende kolen onderaan, legt alles zo helder uit dat zelfs ik het bijna begrijp.


15u01: Hij steekt er zelf ook nog iets van op, zegt hij als we een educatieve spoorweg oversteken. Je kunt er tweehonderd jaar terug in de tijd lopen en zien hoe dun die rails van hout waren, hoe fragiel die bielzen. Over de eeuwen heen wordt alles steeds steviger. De signalisatie verandert mee: van rode en groen vlaggen tot elektronisch gestuurde signalen. Door een spel van licht en geluid denk je ondertussen de hele tijd dat er echt een trein zal aankomen.


15u13: We komen aan het pronkstuk van de tentoonstelling. In 1939 ontworpen door NMBS' hoofdingenieur Raoul Notesse, maar ik zou het zo in een futuristische strip plaatsen (en dat heeft François Schuiten ook gedaan). Niet makkelijk te fotograferen evenwel, ik heb Lukas zeker vijf minuten laten poseren.


15u28: Tussendoor nog meer treinstellen en alles wat daarbij komt kijken. Immense weegschalen waarop pakketten neergeploft werden. Postbussen. Hoorns. Klokken en hoe die van uiterlijk veranderden. Machinerie. Heel veel machinerie.



15u53: Steeds duidelijker wordt mij echter dat treinen zoveel meer waren dan machines die dingen en mensen verplaatsten. Het was een hele wereld. Treinreizen naar Zuid-Frankrijk werden op prachtige reclameposters aangeprezen als de ultieme luxe. Er werd speciaal servies ontworpen voor de restauratiewagens. Briefpapier. Postzegelreeksen voor verzamelaars. 

En zelfs als het om gewone ritten ging, was er nog een hele cultuur aan verbonden. Kruiers op het perron, prachtige houten zitbanken, een weegschaal waar je een munt in kon werpen (want thuis hadden de mensen dat niet), postzakken en pakketten. Ik denk weer aan het boek waarin Tiny treint. 

Schuiten beeldt die sfeer van weleer heel mooi uit met coupés die allemaal hun eigen bestemming hebben. Richting kust ligt het vol zand en schelpjes. Middenin de coupé op weg naar Parijs staat een klein bistrotafeltje met wijn. Op de treinbanken onderweg naar Zwitserland liggen sneeuw en skilatten. Ook het huis dat hij aankleedde met meubels uit de jaren '50 versterkt een soort heimwee naar die vintage tijd die ik zelf niet eens heb meegemaakt. 








16u17: We ravotten in het treinongeval: een gekantelde locomotief waarin je avontuurlijk scheef moet lopen. We gluren door de raampjes naar de koninklijke treinstellen. Wat een grandeur! We zien en postwagon - Jana spot het vakje voor Heusden! - en een waarin zieken en gewonden werden vervoerd. De verbanden lijken echt bebloed. Het is allemaal gruwelijk levensecht.


17u00: Het museum sluit veel te vroeg, wij hebben nog minstens een uur tijd nodig. Het laatste stuk over de trein van de toekomst - zwevend! hypersnel! supersonisch! - konden we niet grondig genoeg doen. Tegelijk zijn onze benen en ogen moe. Het is mooi en goed geweest.

Bovendien zagen we onderweg door een van de grote glaspartijen het hotel waar we gaan slapen. De slaapcoupés die op het dak getakeld werden, daar willen we naartoe!







17u10: Check in. De sfeer die scenograaf Schuiten heeft opgeroepen in het museum, gaat in het Treinhotel gewoon door. De balie bestaat uit oude valiezen, we bespreken onze kamer aan het loket door de gaatjes van een glazen wand. Overal hangen treinwegwijzers en oude lampen, tekeningen van locomotieven en waarschuwingsborden. 'Danger de mort. Levensgevaar.'



17u21: We krijgen de sleutels van onze slaapcoupé. Allerliefste met zijn trekkersrugzak van weleer, de smalle gang van de trein: ik voel me écht op reis. De kinderen vinden het al even avontuurlijk. Die slaapbanken! Dat laddertje! (Met zicht op het Atomium.)



17u36: Ik loop even om langs buiten. Bij een rijdende slaaptrein zou dit nooit kunnen: foto's vanuit dit perspectief en Lukas die zover uithangt. Ondertussen blijven de kinderen elkaar afwisselen op de trapladder. Als de ene naar beneden komt, mag de andere naar boven. Zo blijven ze een tijdje aan de gang.


20u07: Allerliefste heeft in een naburige supermarkt pasta, groenten en tomatensaus gekocht. In de gemeenschappelijke keuken van het hotel doen we alsof we thuis zijn. Op ons treinverdiep zijn we ook al helemaal thuis. Tanden poetsen in de gemeenschappelijke badkamer. Verhaaltje voorlezen. Dagboeken invullen. Jana tekent de voorbije dag in haar schetsboek. Haar tekening van de 12.004 is prachtig. Daarna is het licht uit en slapen.


9u46: We ontbijten in stijl. Theezakjes en chocoladepoeder trek je uit de lade van een oude kassa. Tring! Eitjes liggen op een vintage weegschaal. Daarna klimmen we opnieuw tot het hoogste verdiep. Tanden poetsen, inpakken en wegwezen.

(In de reflectie van de ramen zie je de muurschildering van de gemeenschappelijke gang. Als je in het hotel voor de echte slaapcoupes in het echte treinstel kiest, gebeurt alles zoals in een jeugdherberg. Douchen op de gang, eigen slaapzakken, redelijk goedkoop. Je kunt ook een volwaardige kamer boeken. Die is ingericht als een slaapcoupe maar heeft niet die benauwdheid en zal ook wel iets geluidsdichter zijn.)


10u39: We kruipen onder het station van Schaarbeek. Tijd om terug naar huis te treinen.


10u55: Iedereen is moe. Op de trein soezen en praten we. Wat was het leukste? 'Het hotel! En dat treinongeval! Onze grappige bedbanken en dat laddertje! Die trein aan dat mooie, oude perron met al die coupeetjes die op reis gingen! De lokettenzaal! Het hotel!'

Ik kijk ondertussen naar het interieur dat binnenkort rijp is voor het museum. De gele gordijnen, het design van de stoffen zetels. Als onze kinderen binnen zoveel jaar met hun kinderen naar Train World gaan, kunnen ze net als wij nostalgisch terugblikken. 'Dat heb ik nog meegemaakt!'


11u36: Aankomst in Gent-Sint-Pieters. Nog geen 24 uur weggeweest, en toch voelt het alsof we van een heel andere wereld terugkomen. Bij wijze van ultrakorte vakantie- een echt minireisje - is dit een ongelooflijk geslaagde uitstap geweest. 



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen