donderdag 18 augustus 2016

Bonne route

Of bonne continuation. We hoorden het overal. En dat we courageux waren, zeker de kinderen. Vond ik ook. In totaal meer dan 650 km fietsen, niet eens op een aanhangfiets maar op eigen trapkracht - dat is toch wel héél dapper.




Toch merk ik tussen de foto's niet zo heel veel fietsen. Er was overal licht en water, water en licht. Alsof wij niet elke dag -tig kilometers maalden! Dat komt: met ons groepje van zeven was er naast het zadel altijd nog een beetje energie over. Om te plonzen, om te spatten, om te spelen.













Met zeven gingen we op weg. Wij vier, plus drie. Het leverde schone combinaties op. Die twee volwassen mannen ondereen. Plagen, grommen, dollen, grollen als speelse jonge honden. De vier kinderen heel vaak wijs en eensgezind samen. Soms de twee meisjes en de twee jongens in tandem. Dan weer de twee grote kinderen op kop, de twee kleintjes achterop. En tussen de etappes door: ieder zijn eigen ruimte, zijn eigen ding. Het liep zo gesmeerd als een ketting waar het vet van afdruipt.











Trokken wij van dorp naar dorp. Elke keer: een bushalte, de mairie - soms zo groot als de bushalte, een kerk met picknickpleintje ervoor. Een oorlogsmonument met de namen van broers. Of vader en zoon, het halve dorp gesneuveld. Heel soms een school. Kasteelruïnes. Een takkenmuseum waar wij voor de foto moeten poseren, niet omgekeerd. Bijna altijd een wasplaats waar de huisvrouwen zich vroeger samen over vuil linnen en roddels bogen. Een eeuw later is dat welkome verfrissing.

Twee bijzondere haltes. Eén. Een nacht zonder adres en regen op komst. Schuilen in de schuur van een boer, tussen pikdorsers en tractors. Een droom voor alle landbouw- en transportfans onder ons, heerlijk geslapen. De boer zelf heeft die nacht waarschijnlijk geen oog dicht gedaan: er lagen vreemden tussen zijn kapitaal! Twee. Een huisje midden in het bos en verder niets, werkelijk niets. Het adres ga ik nog niet verklappen, eerst wil ik nog eens terug. (Daarna geef ik het vrij. En uitgebreid verslag, beloofd.)





Daar in dat boshuisje. Ons blootje wassen in de beek. Kleren soppen en drogen. Een kamp bouwen en dan een dam en dan op beektocht. Urenlang GUB spelen. Of lezen. Over en weer fietsen voor boodschappen. De hele dag vuurtje stoken voor warm water. En 's avonds aan de grote houten tafel voor dat huisje midden in het bos: lekker eten. Een van de vele voordelen van reizen met een chefkok. Daar! Net twee herten zien wegspringen.

Dat er een chefkok mee fietste, heeft natuurlijk wel geholpen. Maar het is denk ik iets typisch voor fietsvakanties. Pauze betekent ... eten. Lekker vers fruit, koek of chocola. Picknick met zoute boter op het stokbrood, Franse kaas. Noten. En omdat we redelijk dun bevolkt gebied doorkruisten, was ook het boodschappen doen charmant. Mobiele winkels. En als dat er niet was: een vrouw die met grenadine, ijsblokjes en waterijsjes afkomt. Parce qu' il fait beaucoup trop chaud pour vous! Een boerin die verse melk in plastic flessen giet. Een artisanale koekjesfabriek die opnieuw de oven opstart en er speciaal voor ons nog vijf baguetten in schuift. Onbetaalbaar. 


En dan denk ik: zie, wij zijn wel degelijk op fietsvakantie geweest. Wanneer het nog niet helemaal duidelijk is waar we 's nachts zullen slapen. Wanneer je wel zal zien wat het eten wordt: weer hetzelfde brood of iets anders dat je onderweg nog bijeen kan scharrelen? Wanneer je bij aankomst denkt: wat een plek, blij dat ik tot hier geraakt ben! Dat is fietsvakantie. Dat deden wij. Met ons zeven. En wie dicht bij M. E. fietste, die kon naar de radio luisteren. Met steeds hetzelfde lied op nummer een. Une bonne route. 


4 opmerkingen: