zondag 3 juli 2016

Theeservies

Omdat ik zelf niet sta te springen om overkop te gaan, wist ik nog niet dat zij een echt pretparkkind is. Tot haar meester met de laatstejaars naar Bellewaerde trok, toen zag ik het. Zij houdt van snel, wild en spannend. Van gillen, lachen en handen in de lucht.

De beste attracties? De Snelle Bengaalse Rivier, zo typisch Bellewaerde. De boomstammetjes natuurlijk. Samen in dat treintje tussen de leeuwen ook. En samen varen door de Dodelijke Jungle. Niet zozeer om wat daar gebeurt met je ledematen en ingewanden, maar omdat het de attracties waren waar alle laatstejaars samen instapten. Samen lachen om die slaperige leeuwen, elkaar vastpakken en bij elk spatje water om ter luidst gillen, daar draaide het om. De kinderen gingen voluit, bij de volwassenen zat er een randje melancholie aan. Dit was de bekroning en tegelijk het afscheid van dat fijne groepje samen.

De slapste lach hadden we bij de Grote Splash. Ofte de Waterval van de Dood. Meester Y. had iedereen net op een ijsje getrakteerd. Daarna plaspauze: in de wc's stonden kletsnatte mensen bij de handenblazers hun haren en hun kleren te drogen. Zo kwam je dus uit de Waterval van de Dood ... Eerst maar eens gaan kijken op de toeschouwersbrug, achter de glazen muur. Want die Grote Splash is werkelijk zoooo groot ... 'Meester, kom hier! Hier moet je staan! Anders word je nat.' Een medemama en ik lachten en knikten. 'Echt waar.' En hij dacht: 'Dat zal wel. Een miezerig spatje. Vrouwen overdrijven altijd.' Toen hij de muur van water op zich zag afkomen - dat vertelde hij achteraf - wist hij het wel. 'Ik ga nat worden. Door en door nat. Geen ontkomen aan. Nu!' Zelf moest hij er het hardst om lachen. En nu hij toch de hele dag zou lopen bibberen, kon hij maar beter in die verrekte grote boomstam stappen, ook! Samen met nog drie kinderen, ingepakt in hun regenjas. Terwijl wij achter het raam stonden te kijken.

De dikste traan biggelde bij het Theeservies. M. hadden we al bij verschillende attracties kunnen overhalen. Maar nu durfde ze niet. Wilde wel. Durfde niet. Wilde wel. Terwijl de andere zeven in een kopje zaten te draaien en te joelen, stond ze aan de kant te kijken. Twijfel en tranen in haar ogen. De jonge jongen achter de knoppen kwam uit zijn hokje, vroeg wat er scheelde. Toen hij haar verlangen en aarzeling begreep, ging hij zijn boekje te buiten. 'Als ik nu eens een rondje heel draag de schijven laat draaien, zonder dat de kopjes zelf draaien? Dat kun je proberen, dat is rustig.'

Met die zekerheid stapte M. in het kopje van haar klas. Bonzend hart maar vastberaden. Schouderklopjes van haar klasvrienden. Blij om weer samen een troep te zijn. Meester, medemama en ik keken naar elkaar, knipperden een paar keer met onze ogen. Er zaten wat vuiltjes in. 'Dat is hier precies de Feniks op verplaatsing,' fluisterde de meester. En zo was het. Met dank aan de jonge Bellewaerde-medewerker. En die fijne bende derdejaars. De laatstejaars van meester Y.



Toeme toch. Ik mis die bende nu al.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen