woensdag 8 oktober 2014

Circusdirecteur

Lukas en de andere Kookaburra's werken al meer dan twee weken aan het project circus. Decors bouwen, kostuums in elkaar steken. Inspiratie en nog meer inspiratie opdoen voor de acts. Veel oefenen.

Want die koorddanseressen mochten tijdens het optreden niet giechelen, alleen allerliefst glimlachen. De leeuwen en tijger moesten vervaarlijk naar het publiek brullen. Maar wel voorzichtig zijn als ze door de brandende hoepel kropen. De clowns moesten zot doen en vallen en zo. Zonder echt te vallen. De olifantentemmer moest zijn mastodonten op een ton laten balanceren. Op één poot, dat is niet makkelijk voor een olifant. En de directeur, die moest alles aan elkaar praten. 

'Komt dat zien!' schreeuwde hij al van op de affiche.



Ik ging zien.



Ik ging zien en zag hoe hij tussen de bedrijven door op zijn gemak in de coulissen stond te wachten. Hoe hij wanneer het zijn beurt was, rustig in het licht stapte, netjes wachtte tot de muziek stil werd en zijn ding deed. Ook al gleden de papieren met zijn tekst op de grond, zakte zijn directeursvestje vervelend scheef op zijn schouders en deed de micro het niet... Dat deerde niet. Op basis van onderstaande tekst die hij met juf Delphine ontworpen en gerepeteerd had, kondigde hij nonchalant-zelfzeker de ene act na de andere aan. Alsof hij dat al meer gedaan had.




'Dames en heren, appelen en peren, boeren en boerinnen. Het circus gaat beginnen!
Eerst komen drie leeuwen én een tijger. Applaus!!'

'Dat hebben ze goed gedaan. Nu komen vier clowns. Applaus!'

'Dat hebben ze goed gedaan. En hahaha, dat was grappig! Nu komen de olifanten en hun temmer. Applaus!'






Ik ging zien en zag hem kijken naar de kapriolen van de koorddanseressen. Hij stond er echt een beetje bij alsof hij hen hoogst persoonlijk tot dit niveau had gebracht. Alsof de clowns, de dieren, de evenwichtskunstenaressen straks na de show zijn woonwagens zouden binnengaan om zich weer om te kleden en een koekje te eten. Hij stond daar zo naturel, zo vanzelf zichzelf.




Toen het tijd was voor de special act, zag ik hem helemaal op dreef. In zijn nopjes met wat hij nu mocht zeggen in zijn rol. 'Juf Delphine, kom een keer hier!'

'Oeioeioei, waarom moet ik bij jou komen, circusdirecteur?'

Ondertussen sleepte hij een kist aan, haalde iedereen bebloede zwaarden te voorschijn en riepen de kinderen. 'Je moet in de doos!' Ze doorboorden haar buik en haar poep en het was dolle pret!



En toen zag ik dus wat een wijze bende dat is, die Kookaburra's.

Edit: een fotoverslag.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen