vrijdag 1 maart 2013

Opruimen en nagenieten

U weet het, ik hou van opruimen, dat is niet alleen nodig maar soms ook erg leuk.
Ook toen ik onlangs de laatste restjes van onze valies opruimde, werd ik daar dolgelukkig van.


Stenen.

Die leg ik in de douche. Aan de zuidkust zag ik een Cubaanse schone daarmee haar voeten schrobben. Wij hadden toen al een hele verzameling die niet alleen mooi maar dus ook nog nuttig bleek. Puimstenen met andere woorden. Waarbij ik Lukas voor mij zie, het hele strand harkend terwijl ik stenen verzamel. Is er iets beters om aan te denken 's morgens in de douche?





Tekeningen.
Lukas tekende een paar krabbels. Jana maakte massa's tekeningen. Eentje kader ik in. Die van het toertje in de geitenkar. Op zaterdag en zondag lopen die geiten met kinderen in hun wagentje toertjes rond het park. Prijs per toertje per kind: 2 pesos moneda nacional - dat is 8 eurocent. Voor dat geld hebben we ze zaterdag én zondag dan maar een paar keer laten rijden...

De tekening komt op haar nachtkastje. Daarnaast een bijhorend fotokader. Wat denkt U? Deze?

Of deze?








Cadeautjes, jaszakschatten, ticketjes, tekenboek, de krant en allerlei maaksels. 


Een mens verzamelt nogal wat op reis. U ziet: 

  • Schelpen in een ijs-emmer. Cubaanse kinderen eten zo'n emmer helemaal alleen leg, 't was vrij ongewoon dat wij vier lepels vroegen.
  • Ergens bovenaan een koffieboontje en ergens tussenin een theezakje en stekskes uit het zelfkook appartement.
  • Twee papegaaienveren. We vonden ook een mooi rood veertje van de togon - nationale vogel, ik wist niet dat een land dat kon hebben! - maar dat vloog meteen weg.
  • Helemaal onderaan vindt U ons beduimeld reisschema. Ik licht het nog wel eens toe
  • Een gebroken roerstokje voor de mojito. Allerliefste beweert dat ze vééél beter zijn dan hier, met goed veel rum die je bovendien naar eigen smaak en goesting mag bijvragen
  • Visitekaartjes van casas particulares. Ik schrijft de goede adresjes hier nog wel eens neer 
  • Tekeningen van Jana. Behalve de geitenkar heeft ze eigenlijk weinig Cubaanse taferelen getekend, ze was vooral bezig met de voorbereiding van een thuiskomstfeest ter harer ere. Wat op dat feest zou gebeuren staat allemaal in haar tekenboek: taarten en andere recepten (met complete werkwijze), slingers, design voor tafelkleden, bestek en servies, servetten op WC-papier om kunstig te drapperen in de glazen, ballonnen, sapjes met rietjes, cadeau's, muziek, spelletjes,... 

******* Even voor de annalen: Ik denk dat ze met die feestvoorbereiding het weg-zijn overleefd heeft. Soms sprak ze expliciet haar heimwee uit. "Ik mis Jakob en Lena." Maar dat duurde nooit lang en woog ook nooit zwaar. Op het eind wou ze zelfs langer blijven. Vooral impliciet is ze met het thuisfront bezig geweest: wat ze allemaal zou doen bij haar terugkomst. Een feest dus tot meerder eer en glorie van zichzelf. Met wel zeven kinderen. Wij zeiden dat dat kon met maximum drie kinderen en dat we bij onze thuiskomst zouden zien of we niet allemaal te moe zouden zijn. En dat bleek inderdaad. Van een feest is het tot nog toe niet gekomen. Maar daar vraagt ze ook niet meer naar. Het was dus haar houvast voor daar en het heeft prima gewerkt. Het houvast voor Lukas was spreken over ons huis in onze straat. (Teruggaan naar het hotel is immers ook "terug naar huis".) Zolang we hem verzekerden dat zijn speelgoed daar nog stond - de boerderijdieren! - was het goed. *******

  • Nog meer maaksels van Jana: verkeersborden voor Lukas, bootjes van papier, Hawaihemden en een doosje met uit papier geknipte nagels waarop ze haar voorontwerpen tekende voor het betere lakwerk. Manicure maakt daar inherent deel uit van de vrouwencultuur.

******* Dat kind is creatief bezig geweest, jongens toch! De volgende keer neem ik voor haar niet meer mee dan een dik wit boek en een pennenzak vol stiften. Dat werkt bij haar blijkbaar altijd en overal. Op restaurant, in de auto, op het vliegtuig, op de kamer,... Ze maakte ook vaak tekeningen als bedanking: voor de dienster met de jarige dochter, voor de vrouw des huizes, voor de muzikanten op straat. Een knappe jonge gitarist die haar met knipoogjes helemaal verlegen maakte, kreeg na zijn set een tekening vol hartjes die hij vertederd aan de andere bandleden liet zien, daarna zorgvuldig opvouwde en tussen de snaren van zijn gitaart stak. Mooi toch? *******

  • De krant met een interview met Fidel. Hij spreekt in een hilarische mix van verward gewauwel en door de censuur stevig onderbouwde propaganda. Allerliefste vond het wachten in de (lange) rij ('t zijn voor Cubanen vaak lange rijen) zo echt. Eenmaal hij de persoon voor en achter hem in de rij wist, kon hij ondertussen een koffietje drinken. Zo werkt het.  
  • Drie-pesos briefjes met de afbeelding van Che, dat is gelijk aan een waarde van 12 eurocent. Ha, toeristen die het circuit van de moneda nacional niet kennen, krijgen dat aangeboden als een historisch waardevol document en betalen daarvoor 2 Cubaanse dollar (heeft dezelfde koers als de Amerikaanse dollar). Dat is volgens mij een winstmarge van meer dan 1000%. Bij ons zat het gewoon in onze achterzak. 
  • Cadeautjes van onze gastfamilies in de casas particulares: onze kinderen zijn zo charmant dat we de laatste ochtend altijd van alles kregen toegestopt. Armbandjes, nagellak,... Zelfs poppen waarmee hun eigen kinderen 20 jaar geleden speelden. Ik vond het bijna gênant om ze aan te nemen, iets met zo'n grote emotionele waarde. Maar er was geen ontkomen aan. We zijn bij de mensen thuis altijd erg verwend geweest. Lukas kreeg ergens een houten speelkarretje in gebruik. En Jana liet zich de aandacht welgevallen: ze mocht mee de tafel dekken en werd door jongedames onder handen genomen. 







De nagellak gaat in de koelkast (dan schijnt het langer mee te gaan), de poppen in de poppenkar, de ijs-schelpdozen in Jana's boekenkast en de verkeersborden onder het plastic van Lukas' speeltafeltje. Al de rest aan maaksels, papiertjes, geld en jaszakschatten gaan in een doos. Alleen met het kleine koffieboontje weet ik niet goed wat doen. Ik wil het ergens zichtbaar, omdat ik moet denken aan hoe Lukas een veel te grote hefboom in beweging probeerde te krijgen op een demonstratieplaats van oude koffiepraktijken: zo wou hij de bonen te stampen. Maar waar leg ik nu dat ene symbolische boontje?





Auto's. 





Tja, dat blijft zijn spel. Net als bij zoveel andere jongetjes ter wereld. Daarom waarschijnlijk verkopen ze overal van die auto's uit bierblikjes. Wij bestelden er twee. Lukas noemde het meteen "mijn flesauto" en "de bus" en ging ermee rijden. 't Zijn geen souvenirs voor in de kast, maar speelgoed waarvan hij de wielen sloopt en het blik indeukt. Maar hé, hij heeft er zoveel plezier aan. Ook tijdens de reis: samen met de angstvallig door ons bewaakte zes exemplaren van thuis en het plastiek geval van bij de feest-venter uit Guanabo. Al die auto's oud en nieuw integreert hij nu in zijn nieuwe, Cubaans verkeerspel.



Je hebt er de autostrade voor jou alleen. Af en toe passeert een oude Buick of een mooi blinkende Ford. Maar snel rijden kan niet. Want ze stoppen plots op het linkse rijvak en rijden zonder (ver)pinken achteruit om iets naderbij te bekijken (een kaasventer en zijn waar bijvoorbeeld). Of er komen - zoals U wel kunt zien - plots paardenkarren op de weg.


De klassieke souvenirs.

Wat brengt een mens zoal mee uit Cuba? Sigaren natuurlijk. De echte hebben we al uitgedeeld aan Ninke, geboren toen we op reis waren. Een cadeautje waarvoor ze dus nog 16 jaar moet wachten (tenzij haar vader alles oprookt, wat eigenlijk de bedoeling was). De clandestiene exemplaren die U op de foto ziet, passen niet in de souvenirdoos en gaan we ook niet op ons eigen consumeren. Dat vliegt dus in de kast met sterke drank waar ik ook al de flessen rum uit Cuba stockeerde. Voor ons bezoek.

In de kast daarnaast, die met warme dranken staat overigens een pet-fles cacaopoeder met kleine marshmallow-stukjes. Ja, we brachten ook minder klassieke souvenirs mee. Liefst van al ga ik in het buitenland naar een gewone supermarkt. De verpakkingen zijn vaak zo anders en dat vind ik fantastisch. Aldus ronddwalend in een kleine supermarkt met maar liefst negen personeelsleden die zich om ter meest onnuttig maken, kom je uit Cuba terug met ijsjesvormen made in China: op de laatste dag maakten we onze eigen bananen-yoghurt ijs en thuis aangekomen zat het onmiddellijk weer in de diepvriezer. 

Wat we wel heel braafjes kochten aan de toeristische marktstalletjes waren de obligate strohoeden. Eentje voor mij, eentje voor dochter. Ik heb ze niet op foto, ze liggen al lang bij het werkmateriaal omdat we ze willen inzetten tegen de zon tijdens het wroeten in onze volkstuinkamer.

En natuurlijk lieten we onze ook verleiden tot de aankoop van zo'n omkeerbare revolutionaire baret. Die zit al in de verkleedkoffer en wanneer Lukas hem opzet, zegt hij Che GuevaRRa met de meeste Genste R die ik al gehoord heb.

Los van dat accent, namen wij die revolutie wel serieus, hoor. Onze kinderen weten nu alles van herverdeling en heroïek, van imperialisme en internationale verhoudingen.




Nu alles eindelijk zijn plek heeft, probeer ik weer wat meer te bloggen. Verwacht U binnenkort aan een zeer saai chronologisch reisverslag. Ik loop hier ondertussen met de glimlach rond tussen alle spullen in mijn proper opgeruimd huis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen