donderdag 7 maart 2013

Cuba impressies

Tja, ik ga hier te pas en te onpas een beetje over onze reis schrijven. Ondertussen gebeuren ook weer allerlei dingen in ons leven hier, dus komt het wat door elkaar. Dat vergeeft U mij wel.

* Cuba. Waar niet alleen oude auto's rijden, maar ook brommers, bijzitters, paardenkarren midden in de stad, gietenwagentjes voor kinderen, fietstaxi's, gigantische Russische camions, hyper versleten ambulances, de Ramon van Cars en ook de gewone auto's die je hier op de baan ziet. Onderweg was altijd wat te zien. In een erg mooi, wisselend landschap bovendien.

* Cuba. Waar Jana tekeningen uitdeelt aan de families in casas particulares, aan de muzikant die naar haar knipoogt, het jongetje van de buren in Trinidad, een serveerster wiens dochtertje die dag 8 jaar werd,... Na twee weken werd ze een volleerd reizigster. Met zin in contact. Met een nieuwsgierigheid naar alles: Spaanse woordjes, vreemde gerechten, de revolutie. En met wc-papier op zak - voor het geval dat.

* Cuba. Waar het zo handig is dat we Spaans spreken. Vraag de parkeerwachter waar je goed eet en je komt in een paladar terecht die je anders nooit zou vinden. Dan zit je tussen de andere Cubanen, onder een afdakje in de tuin van mensen thuis.

* Cuba. Waar je het best twee portemonnees op zak hebt. Eén voor de toeristenmunt (Cubaanse Convertible), één voor de nationale munt. En dan nog is het verwarrend. Ze vragen altijd pesos en je krijgt soms zelfs gemengde rekeningen. 26 + 2 op restaurant. Zoek maar uit welk bedrag moneda nacional is (voor het eten) en welk bedrag CUC is (voor de mojito). Tip: Er passen 25 nationale muntjes in één Cubaanse dollar (de CUC).

* Cuba. Waar Lukas altijd en overal met auto's speelde. Op geblokte tafelkleedjes: een stratenpatroon. In een reuze-asbak: de garage. Met rijstkorreltjes: dat zijn de kinderen op de achterbank van zijn speelcabrio. Met zijn vingers: als er geen auto is om mee te spelen, zijn wijsvinger en duim het autootje. Op de leuning van een stoel: de straat. Met zijn eigen benen: die rijden op het plein een zeer welbepaaldparcours.

* Cuba. Waar onze kinderen op zo'n vanzelfsprekende manier aanleiding gaven tot contact. Dat vind ik net zo heerlijk aan reizen met hen: niet alleen brengen we zoveel ontspannen tijd door met elkaar (ook al is het niet altijd superchill natuurlijk, hun kuren laten ze niet thuis), je komt ook op plekken waar je anders voorbij loopt. Speeltuinen met roestige wiplanken, afbladderende schommels en veel te steile glijbanen bijvoorbeeld.

* Cuba. Waar we 's avonds eigenlijk nooit uitgingen. Met een goed boek buiten onze slaapkamer hebben we een deel van de muziek- en dansscène van Cuba gemist. Maar hé, dat wisten we op voorhand.

* Cuba. Waar Jana zwom 'in elke zee'. En Lukas in geen enkele.

* Cuba. Waar Lukas soms wat verward was en we van elke plek goed afscheid moesten nemen (dag papegaai, dag ooievaar, dat restaurantje, dag bedje) om nog méér verwarring te voorkomen. In het begin was hij zelfs zo verward dat hij bij onze aankomst in Cuba vroeg wanneer we dan het vliegtuig zouden nemen? Lukas, daar komen we net uit! 'Maar neen, dat was een trein!' Vanuit zijn perspectief, diep weggezakt in een grote zetel, kan ik die verwarring eigenlijk best begrijpen. Na twintig minuten taxi zei hij plots verbaasd: 'Hé, de sneeuw is weg.'

* Cuba. Waar je goed moet kunnen roepen. De Cubanen althans. Zo prijzen ze hun koopwaar aan ('e pan' in Trinidad). Zo kondigen ze in het dorp (Hanabanilla) ook aan wie telefoon krijgt op het publieke toestel (Pépé). Daarna moet je voor het hele dorp kunnen antwoorden 'Ya voy!' Vervolgens neem je je oude auto en rijdt je 20 meter naar de telefooncel.

* Cuba. Waar kaas en melk luxeproducten zijn. En de ene dag worden geen tomaten verkocht, morgen misschien weer wel. Dan  besef je in welke luxe we leven. Hier liggen meer dan tien soorten boter in de supermarkt! Niet dat de mensen in Cuba arm zijn: zelfs de laagste levensstandaard ligt er nog vrij hoog. Er is gratis onderwijs, gezondheidszorg en sport voor iedereen. De huisvesting is ok. De basale levensmiddelen krijg je via een bonnenboekje, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de inwoners in  jouw gezin. Zo slecht is dat communisme helemaal niet. Alleen... Sommigen doen hun overheidsjob weinig efficiënt, om niet te zeggen apathisch tot en met. En vrijheid van meningsuiting, daar zijn we precies nogal aan gehecht. Dat merkten we wel wanneer we een museum of boekenwinkeltje binnenstappen: censuur ligt ons niet zo.

* Cuba. Waar we veel te veel bagage mee hadden. Ook al was het nog zo weinig. Maar better safe than sorry en het klimaat veranderde wel eens: warm - frisjes - warm - mistig - warm - warm. Vrienden hadden ons gewaarschuwd voor een frente frio en soms was ik blij dat ik 's avonds of in de bergen een fleeceke kon aantrekken. (Maar het koudste was natuurlijk de overstap in Parijs. Daarvoor hadden we sjaal en mutsen mee.) Onthoud: enkel een paar speelauto's, een tekenboek plus stiften en strandspeelgoed

* Cuba. Waar ze handel en administratie schitterend kunnen combineren. Je leert het snel af om 20 verschillende postkaartjes te kopen. Als er een scanner is (en er is geen scanner) dan worden de cijfers van elke barcode genoteerd. De ene verkoopster leest voor, de andere noteert, jij wacht. Als je pizza gaat kopen is het van hetzelfde. Wie het in zijn hoofd haalt met een briefje van 50 te betalen moet zijn identiteitskaart bovenhalen en allerlei nummers laten opschrijven. De fastfood gaat dan wel wat trager...

* Cuba. Waar je fruit en brood kan kopen (moneda nacional) maar ook niet altijd. Ik vraag 12 broodjes aan een staatsbakkerij en krijg er slechts 8. Om onverklaarbare redenen. (Usted no lo entiende, pero no puedo darle màs.) In een drop verderop krijg in zo'n staatsbakkerij 10 broodjes gratis en voor niks. Ook om onverklaarbare redenen die ik niet kan begrijpen.

* Cuba. Waar de kinderen nu tot mijn verbazing nog steeds naar verwijzen.
Lukas wou de eerste dagen in België geen lange broek aan. ('Ik wil mijn short!') Hij zet nu dieren in zijn verkeerssituatie en speelt vaak bicitaxi met de kleine bakfiets. 'Wie gaat er mee? Betalen, hé.' Hij vertelt over de Cubaanse vlag. 'Blauw en rood met een ster.' En hij omzeilt handig elk gesprek over de zee. Dat blijft dus allemaal redelijk goed hangen, precies. Jana bibberde de eerste dagen dat het 'frio frio' was. Nu roept ze af en toe nog eens CABALLOOOOO als het op de fiets vooruit moet gaan. Zit ze op zo'n wippaard op de speeltuin, dan haalt ze er zelf een tak bij om een paar fikse zweepslagen uit te delen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen