vrijdag 2 maart 2012

Haar: slotstukje

Dit is het laatste wat ik nog ga vertellen over haar euhm haar.
Of beter: wat Bernard Dewulf daarover zo mooi vertelt.


    Papa, wil jij een paardenstaart maken? Dat die vraag nog bestaat.
    Een hoge of een lage? Een hoge, zegt ze. Ze weet al dat ik tegen lage ben.
    Ten eerste omdat de betere paarden hem ook hoog dragen, iets van de kont af. Ten tweede omdat het véél mooier is. Ten derde omdat het prettiger maken is. 
    Een hoge hangt vrolijker. Tegelijk is hij strakker, snijdender. Misschien dat het 'staande' ervan diep in mij doorwerkt.
    Heel hoog? vraag ik. Niet té, zegt ze, dat is zwaar. Ze heeft blond meisjeslicht haar, maar soms wordt het zwaar.
    Een hoge is moeilijker. Hij luistert nauwer. Een scheve hoge staat schever dan een scheve lage. Maar dat vatten van het haart, het aanstrijken, het glijden door de handen, het strak samenbrengen, het zoeken naar het juiste steunpunt voor de staart - het zijn handelingen tussen teder en wreed.
    Soms trek ik te strak. Dan doet het pijn.
    Nu gaat het goed. Ik laat wat dunne lokjes vooraan langs haar gezicht hangen. Ze kent dat al. Heb je het elastiekje, vraag ik, terwijl ik het haar nu stevig vastheb. Is het al klaar, vraagt ze.
    Iemand zal haar haar later veel langer strelen.
    Dan volgt het lastigste: met de ene hand het haar op de juist plaats samenhouden, met de andere het elastiekje eromheen doen. Eigenlijk kan ik niet uitleggen hoe het gebeurt: in kleine korte wrongen over mijn hand. Meestal aarzel ik tussen de derde en de vierde wrong: als de staart te weinig spant, is hij al verdwenen bij de eerste speeltijd, zit hij de strak dan heeft ze straks hoofdpijn. 
    Ten slotte: het spreiden van de staart. Om volume te geven.
    Dan wiebelt ze een paar keer met haar hoofd, als mijn paardje, wrijft een keer langs het werkstuk, wriemelt er nog wat aan. En loopt het veranderde licht in. 

Uit: Klein dagen - Bernard Dewulf, uitgegeven bij Atlas.


__________

PS: Allerliefste, ooit groeit haar haar weer tot een mooi vallend staartje. Dan kan je weer wrongen maken, twijfelen tussen de derde en de vierde. Of dolletjes opdraaien. En 's avonds haar haar borstelen met je hand beschermend op haar hoofd, als om de pijn van de knopen te verzachten.

Een dochter hebben kan tot verrassende handelingen leiden, hé. In het begin deed je dat nog aarzelend. Moet dat zo? vroeg je mij. Nu doe je dat het liefste.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen