zondag 27 maart 2011

Endorfines

Als ik Lukas in de kinderopvang ga halen of gewoon maar de kamer terug binnenkom en hem vastpak, is er geen ontkomen aan. Hij wil en zal mij recht en vol op de mond zoenen. Mijn hele gezicht likken. Aan mijn neus sabbelen. Op mijn kin bijten.

Gek eigenlijk. Want zij deed dat helemaal niet. Steeds blij als ze me zag, natuurlijk. (Nog altijd, hoor. Dan loopt ze op de speelplaats recht in mijn armen. Ja, ik koester het. Gun mij dat nog even.) Als baby wipte ze op die oeverloos-gelukkig-weerzien-momenten op en neer om opgepakt te worden. Graaide met haar handjes naar mijn gezicht, mijn haren, mijn bril. En indien vermoeid vleide ze soms haar hoofdje in mijn hals. (Dat doet ze nog en dat begint bij Lukas ook.)

Maar er was niet dat plakkerige en natte besnuffelen-likken-hijgen-opeten. Bijna als een hondje dat op een been rijdt. (Maar dan met een baby op mijn gezicht. U begrijpt het wel: hij wil dringend en moet hoognodig en all the way intens knuffelen)

Er is geen ontkomen mogelijk.
En eigenlijk probeer ik dat niet eens.
Ik hou mijn mond dicht en geniet.
Want zoals bij chocolade: het doet iets met endorfines.

Lukas... Mijn eigen chocoladepeetje.



Geen foto's beschikbaar. Maar deze scène uit Babies beeldt het perfect uit. 
(Een bijzonder mooie reportage van Thomas Balmès over pril opgroeien in vier
verschillende continenten. Onlangs gezien en erg genoten. Al deel ik deze kritiek wel.)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten